Brazilië vindt in Amazone olympische boogschutters

Acht jonge indianen opgeleid voor nationale selectie

Hij verrekt geen spier, zijn ogen dwalen niet één keer af in een andere richting, voordat hij zijn boog loslaat. De pijl schiet weg en plant zich zeventig meter verderop in een schietschijf. Piruatá Mui (16) knijpt zijn lippen tot een smalle streep en laat zijn armen zakken. Bijna in de roos.

Piruatá, dat in de taal van de Kambeta-stam ‘regenboog’ betekent, is gewend om te schieten op zoetwatervissen, vogels en soms klein wild. Zowel met zijn zarabatana, een traditionele blaaspijp, als met een handgemaakte houten boog. Nu staat hij met een professionele boog van kunststof in het Vila Olimpica in Manaus, een miljoenenstad midden in de Braziliaanse Amazone. De eentonige funkmuziek die over het terrein schalt overstemt het zoeven van de pijlen. Piruatá haalt diep adem en pakt een nieuwe pijl. Hij traint dagelijks uren achter elkaar.

Piruatá is een van de acht jonge indianen die zijn geselecteerd uit de vele inheemse dorpen gelegen aan de oevers van de Rio Negro, een belangrijke voedingsader van de machtige Amazone. De indianen worden opgeleid om volgend jaar toe te treden tot de Braziliaanse selectie boogschieten. Het doel: deelname aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro (2016).

Dat is geen eenvoudige opgave. „Deze jongens komen uit een volstrekt andere werkelijkheid”, vertelt Marcia Lot (55), gespecialiseerd in het begeleiden van topsporters in verschillende disciplines. „Ze zijn gewend te eten als ze honger hebben, te slapen als ze moe zijn. Alleen al het introduceren van een ritme is een drastische levensverandering voor deze groep.”

De zoektocht naar de uitverkoren indianen duurde ruim een half jaar. Lot reisde naar tientallen gemeenschappen waar ze wedstrijden organiseerde. Alleen de kinderen die vooraf aangaven hun leven te willen veranderen mochten meedoen. Piruatá werd niet meteen geselecteerd. „Ik was zenuwachtig”, vertelt de verlegen jongen. „Maar ik wilde zo graag weg uit mijn dorp dat ik om een herkansing vroeg. En nu ben ik hier.”

De zeven jongens en één meisje kwamen vorig jaar verschillende malen naar de grote stad voor korte trainingskampen. Sinds februari verblijven ze permanent in Manaus. In de ochtend trainen ze, ’s middags gaan ze naar school. „Ik heb ze voor het eerst van hun leven meegenomen naar de bioscoop, naar de McDonald’s”, zegt Lot. „Ik noem het een civilisatieproces. Ik leer ze leven in de grote stad.”

Het valt de jonge indianen zwaar. Toen Piruatá’s heimwee te groot werd, nam Lot hem mee terug naar zijn dorp, acht uur varen van de stad. „Ik moest huilen toen ik aankwam”, zegt Piruatá. „Ik had mijn zwangere vrouw al drie maanden niet gezien.” Hij is zestien, zijn vrouw een jaar jonger. Ze zijn al drie jaar getrouwd.

Het project Arqueria Indígena, inheems boogschieten, is een initiatief van Virgilio Viana, de oprichter van de non-gouvernementele organisatie FAS, een acroniem voor Duurzame Amazone Stichting. „Deze indianen raken een papegaai die honderd meter verderop vliegt en spiesen een vis met het grootste gemak”, zegt Viana. „Onze uitdaging is het mixen van deze traditionele wijsheid met de state of the art-technieken van de olympische sport.”

Om dat voor elkaar te krijgen heeft FAS trainer Roberval dos Santos ingeschakeld. Deze voormalige Braziliaanse kampioen was de op een-na-beste van zijn land en haalde een bronzen medaille bij de WK boogschieten. „Ze kijken tegen Roberval op”, zegt Lot. „Als de jongeren het emotioneel moeilijk krijgen, helpt dat ze erdoorheen.”

Het project van FAS is een uniek experiment. Brazilië heeft geen traditie van topsporttrajecten en het opleiden van eigen talent. De stichting kreeg een miljoen reais (30.000 euro) van de overheid om het te proberen. Het traject loopt tot 1 januari volgend jaar.

Of de jonge indianen er dan klaar voor zijn, is vooralsnog een groot vraagteken. „Tegen de groep zeg ik dat ze er niet op moeten rekenen”, zegt trainer Roberval dos Santos, die gelooft dat juist de onmogelijkheid de jongeren de juiste prikkel geeft om beter te presteren. „Een jaar trainen is ook wel heel erg kort.”

Stiekem sorteert Marcia Lot al voor op de toetreding van een van de indianen tot de selectie. „Dat zou zomaar Piruatá kunnen zijn, hij is de beste van allemaal.”

Piruatá is voorlopig druk bezig met ‘civiliseren’. Met voetballen en vrienden maken, met wennen dat het nooit stil is in een grote stad. „Het bevalt me wel. Ik wil die selectie bereiken. Dan haal ik niet alleen mijn vrouw naar Manaus, maar mijn hele stam.”

    • Floor Boon