We sturen ebolapatiënten soms weg

De gezondheidszorg kan de ebola-epidemie niet aan. Ook andere zieken worden de dupe.

Liberia is het meest zorgelijk

Begin deze week opende Artsen zonder Grenzen (AzG) een kliniek voor ebolapatiënten in Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Daar zijn 140 bedden beschikbaar. Maar binnen de kortste keren stonden er meer dan tweehonderd mensen voor de deur.

„Het is verschrikkelijk, maar we moeten mensen wegsturen die mogelijk zijn besmet met ebola. Er is geen enkele andere kliniek in de stad waarnaar we ze kunnen verwijzen”, zegt Katrien Coppens, adjunct-directeur van AzG Nederland.

De situatie in Monrovia is illustratief voor de huidige stand van zaken in de strijd tegen de ebola-epidemie in West-Afrika. Er komen steeds meer patiënten en sterftegevallen bij; artsen en verpleegkundigen krijgen de uitbraak niet onder controle. „Je kunt niet zeggen dat wij het virus verspreiden. Wel dat we de epidemie niet indammen”, zegt Coppens.

De West-Afrikaanse uitbraak heeft al bijna meer levens gekost dan alle ebola-uitbraken in de afgelopen vier decennia samen. Angstwekkend is dat de huidige epidemie al zo lang duurt, ruim acht maanden, en dat het dodelijke virus niet alleen wordt getraceerd in afgelegen gebieden maar ook rondwaart in stedelijke agglomeraties als Monrovia. Vooral in Liberia is de situatie zorgelijk.

20.000 besmettingen

Volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO zijn er nu bijna 1.600 doden geteld in Liberia, Sierra Leone, Guinee en Nigeria. Maar gisteren zei de WHO ook dat het werkelijke aantal besmettingsgevallen wel zes keer hoger kan liggen dan bekend is. Veel patiënten houden zich verborgen, uit angst of onwetendheid. Uiteindelijk zouden 20.000 mensen of meer besmet kunnen raken, waarbij ook rekening moet worden gehouden met verspreiding naar andere (buur)landen. Met een sterftepercentage van op dit moment iets boven de 50, zou dat neerkomen op ongeveer 10.000 eboladoden.

AzG is de facto de enige hulporganisatie die ebolapatiënten verzorgt in Liberia en Sierra Leone. Al verschillende keren heeft ze de WHO opgeroepen meer leiderschap te tonen bij het mobiliseren van internationale medische en logistieke hulp in de strijd tegen ebola. Gisteren reageerde de VN-organisatie in Genève met de aankondiging van een strategisch plan om de bestrijding van de epidemie drastisch te intensiveren.

Bijna een half miljard dollar is nodig nodig om in totaal meer dan 12.000 hulpverleners, inclusief 750 internationale specialisten, in de risicovolle gebieden in te zetten. Bij zo’n aanpak zou de epidemie de komende negen maanden onder controle kunnen worden gebracht, hoopt de WHO. Maar dan moeten de lidstaten wel snel bijspringen met geld, mankracht en middelen. Het WHO-budget voor crises is in het lopende boekjaar juist gehalveerd tot 228 miljoen dollar, aldus The Lancet.

Adjunct-directeur Coppens legt uit dat verhoging van de capaciteit niet slechts een kwestie is van het sturen van extra artsen of verpleegkundigen. „Je moet er absoluut zeker van zijn dat de mensen veilig kunnen werken. Dat er beschermende kleding is, dat de bedden uit elkaar staan. Patiënten met malaria of ondervoede kinderen kun je in noodgevallen bij elkaar in bed leggen. Bij ebolapatiënten is dat uitgesloten. Juist als het gaat om het waarborgen van veiligheid voor het medisch personeel, hebben we onze grens bereikt.”

Dat raakt een ander navrant aspect van de huidige crisis. De gezondheidszorg in de getroffen landen stond er al op een laag peil. Veel lokale artsen en verpleegkundigen die niet de beschikking hebben over beschermende kledij en niet zijn opgeleid om ebolapatiënten te behandelen, durven het niet langer aan om zieke mensen te gaan behandelen. Klinieken gaan dicht. De angst regeert.

Iedereen met koorts is een gevaar

„Dat is de ramp in de ramp. Iedereen met koorts of diarree is een potentieel gevaar”, zegt Katrien Coppens. „Er wordt nu gesproken over 10.000 doden. Maar er zullen veel meer slachtoffers vallen. Veel mensen kunnen geen beroep meer doen op gezondheidzorg. Vrouwen die een keizerssnede moeten ondergaan om te bevallen. Kinderen met malaria. Hoeveel mensen zullen sterven? Dat is niet meetbaar”.

Het enige antwoord dat de internationale gemeenschap volgens haar moet geven, is het bieden van hulp. Het sluiten van grenzen, het stoppen met vliegverbindingen is geen optie. „Dan vergroot je de paniek. Dat geef je de bevolking de boodschap: ‘zoek het maar uit’.”

    • Wim Brummelman