De ov-chipkaart - over alleen al de bliepjes is jaren vergaderd

Foto ANP

Het is makkelijk scoren met het openbaar vervoer. Er kwamen bijna honderd reacties binnen op het stukje van vorige week over de ov-chipkaart en dat vergt een naschrift. Aanleiding was de afsluiting van station Woerden, waar je alleen welkom bent als je incheckt met een ov-chipkaart. “Een mijlpaal”, aldus de vervoerders.

De strekking van het verhaal was dat de ov-chipkaart niet is bedacht om het de reizigers gemakkelijker te maken, maar de vervoerders. Elke fout, vergissing of kinderziekte gaat ten koste van de consument. Onterechte boetes terugvorderen is gecompliceerd. Kortom: geen technologie die ons leven makkelijker maakt, maar ingewikkelder. Vraag het maar aan rolstoelbegeleiders die tegen een slecht uitgeslapen conducteur aanlopen. Of aan gezinnen die 137,50 euro aan chipkaarten en saldo kwijt zijn voor een dagje uit – en dan is er nog geen meter gereisd.

Kan het beter?

Naast gepassioneerde oproepen voor een algehele treinboycot kwam er ook antwoord op de vraag: kan het beter? Ja, schrijft Jacqueline Gaertner: “In Finland check je in met je pinpas of creditcard en merk je niets van verschillende vervoerders – lijkt me niet het probleem van de klant.”

T. van der Werf over Zuid-Afrika: “De Gautrain-kaart werkt ook in parkeergarages; de eenmalige kaart is oneindig te gebruiken en je kunt gepast betalen.”

Annie Sloth: “Na tien jaar China kijk ik met leedvermaak naar Nederland. In Shenzhen kun je met je kaartje op elk vervoermiddel stappen. In Hongkong is het nog beter: daar kan je boodschappen doen met je Octopus-kaart met het openbaar vervoer en met de pont.”

Maar het kan ook erger. Sidney heeft de Opal-kaart, schrijft Otte Homan: “Mijn papieren jaarkaart kost 2.000 dollar per jaar, met Opal betaal ik 2.800 dollar voor dezelfde dienstverlening.” Andere lezers prijzen de evidente voordelen van de ov-kaart. ” Geen gezeur met papieren treinkaartjes of strippenkaarten, niet meer in de rij voor het loket.”

Techniek is niet het probleem

Blijft de vraag waarom van A naar B bewegen eerst een cursus vergt. De software achter de ov-chipkaart werd al in 2001 gekozen en was destijds de beste keuze, zegt Trans Link Systems (TLS). Dat bedrijf verzorgt het systeem van in- en uitcheckpoorten. Maar dertien jaar later is de scheme – de blauwdruk van de Nederlandse ov-regels – sterk gewijzigd ten opzichte van de scheme van de leverancier (die Octopus-kaart uit Hongkong).

Ouwe meuk, dus? Techniek is niet het probleem, zegt TLS: het decentrale organisatiemodel sloopt alle vaart en daadkracht uit de ov-chipkaart. Vijftien vervoerders moeten het met elkaar eens worden over elke aanpassing. Dat vergt overleg, draagvlak creëren, politiek gekonkel. Elke vervoerder mag zelf leveranciers kiezen voor apparatuur. Door die fragmentatie neemt de kans op fouten, vertraging en kostenoverschrijding toe. En hoofdpijn, veel hoofdpijn.

Eureka: één bliep voor allen

Uiteindelijk moeten de vervoerders opgaan in één grote coöperatie met TLS. Tot die tijd zorgt gebrek aan uniformiteit voor verwarring. Deze week wordt er bijvoorbeeld vergaderd over de melding die op de paaltjes verschijnt als je in- of uitcheckt. ‘In: OK’ of ‘Uit: OK’. Of zoiets. Je zou denken dat je niet dertien jaar hoeft te broeden op zo’n wezenlijke mededeling voor je klanten .

Het duurde ook tot 2014 voordat de incheckpalen hetzelfde geluid maken: één bliep bij het inchecken, twee bliepjes bij het uitchecken. Ik beleefde een kort maar hevig Eureka-moment toen ik daar vorige maand achter kwam – na jaren lukraak gebliept te hebben in bus en trein.

Dat van die 1x/2x bliepen kun je lezen op het web. Maar waarom staat het niet in koeienletters op de incheckpaal vermeld, in drie talen? Puntje voor de volgende vergadering.

    • Marc Hijink