Vrouwen minder boeiend?Ja, door het moederschap

Sofie van den Enk zegt het gewoon: Jeroen Pauw heeft gelijk, er zíjn inderdaad minder interessante vrouwen dan mannen. Omdat ze kinderen krijgen in de cruciale fase van hun carrière.

illustratie hajo

Ik wil de lol van het Jeroen Pauw- bashen niet verpesten, maar hij heeft – zoals onder anderen Margriet van der Linden al heeft gezegd – wel gelijk. Zijn uitspraken in een veelbesproken AD-interview deden natuurlijk, uitdrukkelijk bedoeld, een hoop stof opwaaien. Hij zei dat vrouwen geen rol van betekenis spelen in de maatschappij. Het is een feit dat vrouwen nog lang niet zo veel bereiken als dat we op basis van onze kwaliteiten zouden moeten doen. Maar waarom is dat zo en wat doen we eraan?

Ik ben opgegroeid met het idee dat jongens en meisjes dezelfde dingen kunnen bereiken. Aangemoedigd door de zoveelste emancipatiegolf, en later door overtuigende cijfers over studerende vrouwen, zag ik dat niets ons meer in de weg staat en dat we even goed zijn – zo niet beter – dan mannen. Wat een veelbelovende toekomst zouden we tegemoet gaan.

Maar om uiteindelijk ook maatschappelijk relevant te worden, heb je meer nodig dan alleen je kwaliteiten. Dan gaat het er ook over dat je jezelf op de borst durft te kloppen, om lef, om onbescheidenheid. Je moet niet alleen goed zijn, je moet ook durven zeggen dat je goed bént en dat blijven herhalen. Dit talent ontberen de meeste vrouwen. Ik vind dat ook stom, maar dat is gewoon zo.

Onbescheiden mannen

Het is diezelfde onbescheidenheid die ervoor zorgt dat mannen graag aanschuiven in talkshows, of schrijven op opiniepagina’s zoals deze die je nu aan het lezen bent. Eens in de zoveel tijd laait de discussie weer op en komen we weer tot de conclusie dat er te weinig deskundige vrouwen meepraten op tv. Eenderde, luidt de schatting, en dat lijkt me nog tamelijk positief.

De oorzaak daarvoor zou bij de dames zelf liggen; ze zijn te terughoudend om in te gaan op uitnodigingen van programma’s, uit onzekerheid, of omdat ze niet zo nodig hoeven.

Ik merk aan mezelf dat ik een drempel moet nemen om het volgende te zeggen. Het past namelijk niet bij het adagium van gelijkwaardigheid, waar ik ook zo aan hang en in geloof. Ik wil dit niet horen, niet denken, niet zeggen, niet voelen. Maar het grootste vergif voor die tweede voorwaarde voor maatschappelijk succes is – au! – het moederschap.

Alles wat je nodig hebt om een goede moeder te worden – tederheid, intuïtie, jezelf met liefde in dienst stellen van ... – is funest voor hard op de trom slaan. Vrouwen die alleen nog maar in hun hoofd de beslissing nemen dat ze zwanger zouden willen raken, solliciteren al niet meer op promoties. We geven bij voorbaat al op. We gaan daadwerkelijk minder werken. Dat doen we in de cruciale fase van onze carrière. Want op de universiteit geloven we nog dat alles kan. Tijdens onze eerste baan roepen we nog dat we alles kunnen bereiken en dat we over twintig jaar wel een keer gaan nadenken over het kindervraagstuk, terwijl we dan al ‘tweede helft twintig’ zijn. We rekenen ons rijk totdat de klok gaat tikken. Wij snappen ook wel dat die dingen nog steeds een uitdaging zijn.

Vooraanstaande feministe

Tijdens mijn studie op Cornell University in de VS bezocht ik een lezing van Bettie Friedan. Ik moet nog vaak terugdenken aan wat deze vooraanstaande feministe zei, met haar luide, lage stem. Er zijn voor vrouwen alleen maar dingen bijgekomen, met de emancipatie. We hebben nu dezelfde rechten, kunnen op papier dezelfde dingen bereiken. Maar we worden ook nog steeds moeder. Het totale pakket is groter geworden. Friedan pleitte voor een omslag in het maatschappelijk denken. Mannen moeten, aan de andere kant, evenveel opvangen. En, mannen, jullie moeten ons een schop onder onze reet geven, op een tedere manier. Daar kan Pauw nog aan werken.

Wat er in die cruciale levensjaren gebeurt, ergens tussen 30 en 40, is bepalend voor het gebrek aan vrouwen aan de top. De combinatie van moederschap en maatschappelijke toppositie is zo uitzonderlijk dat de meest veelbelovende vrouwen van mijn generatie bang zijn moeder te worden. Ze stellen het uit totdat het bijna niet meer kan, vriezen eitjes in voor later, houden het bij eentje.

En ik snap het wel. De eindredacteur van mijn programma De Rekenkamer suggereerde na de geboorte van mijn zoon dat ik minder scherp geworden zou zijn sinds ik moeder was. Furieus was ik! Hoezo?! Er was niets, maar dan ook niets veranderd. Ik had er alleen iets bij gekregen. Ja, een kind. En nee, ik wil niet minder, ik wil meer! Maar misschien had hij toen, heel even, een beetje, gelijk? Maar omdat het zo taboe is, die ongelijkwaardigheid, geven we mannen misschien ook niet de kans te helpen. We kunnen niet doen alsof de hormonen die ons toch een jaar per kind minimaal in hun greep houden, geen rol spelen. We moeten toch dezelfde hoeveelheid energie verdelen. Dat gebeurt op het moment dat we de grootste sprongen moeten maken. Het is gewoon zo.

Te weinig fanatiek

En we kunnen ons prima herpakken, als alles weer een beetje zijn plek heeft gevonden. Natuurlijk kan dat; het gebeurt ook. Maar toch te weinig; in te weinig gevallen en te weinig fanatiek. We moeten ons verzetten tegen de bescheidenheid en de zelfopoffering. Topvrouwen die wel kinderen hebben, spreken er niet over omdat ze erkend willen worden om hun kennis en talent; niet om hun moederschap. Maar jullie zouden zo kunnen inspireren, laten zien dat het wel kan. Niet moeder-zijn en er een parttime baan bij hebben, maar echt de top bereiken in je vakgebied.

Dus, mannen. Inspireer ons met jullie bravoure, zorg dat we net zo ambitieus blijven als jullie, doe net zoveel met de kinderen – dan gaan wij het nu eens waarmaken. Zodat Pauw over vijf jaar, vanuit zijn pensionadovilla op Bonaire, naar Eva Jinek en mij kan kijken terwijl we burgemeesters, hoogleraren en schrijvers interviewen die dan weer vrouw, dan weer man zijn. Bedankt, jongens. Kom op, meiden!