Tijd om naar huis te gaan

Iris Hannema (1985) reisde alleen de wereld over. Haar moeder nam stiekem screenshots tijdens hun Skype-sessies. De afgelopen weken schreef Iris over die gesprekken en haar reis. In deze laatste aflevering: Argentinië

Argentijnen zijn in de andere landen van Zuid-Amerika niet erg geliefd. Ze zien zichzelf namelijk als verdwaalde Europeanen die geheel per ongeluk op dit verre continent beland zijn. Ze missen ‘hun’ Italië of Spanje tot huilens aan toe (tango!). Grote kans dat ze er nog nooit geweest zijn. De harde waarheid is dat de Argentijnen net zo Zuid-Amerikaans zijn als hun omringende buurlanden. Maar o wee, als je dat als buitenlander hardop zegt, dan zijn de rapen gaar. Dus basisregel één: Argentijnen klagen en chagrijnen het liefst dag en nacht over hun corrupte grondgebied, jij als buitenlandse doet dit niet. Ik vertrok dan ook weer snel, richting Bolivia, ver weg van Buenos Aires, wereldstad vol onverstaanbare zeurkousen.

En toch keerde ik er terug. Hoe was het mogelijk? In een notendop ging het zo. Twee jaar later was ik op Cuba en ontmoette een Israëli die naar het carnaval in Rio ging. Puik plan vond ik, dus boekte ik een enkele reis Rio de Janeiro. Feest! Daarna wilde ik detoxen in het zuiden des lands, Florianopolis, en ontmoette een aantrekkelijke Argentijn. En zo geschiedde dat ik toch weer in Buenos Aires belandde. Alleen bleef ik deze keer anderhalf jaar.

Levensgevaarlijk!

Ik ging er Spaans studeren en woonde bij hem in zijn appartement in de gezellige volksbuurt Parque Patricios. Mijn lerares vond het een wijk van niks. Levensgevaarlijk! Was dat niet een wijk met alleen negros? Na een tijdje had ik pas door dat er niet werd gerefereerd aan het handjevol zwarte Afrikanen die nepgouden horloges verkocht. Men had het over de Peruaanse, Boliviaanse en Paraguayaanse medebewoners. Niet voor niets gaat een Braziliaanse mop a la ‘komt een Belg bij de dokter’ als volgt: hoe pleegt een Argentijn zelfmoord? Door op zijn ego te klimmen en ervanaf te springen.

„Is hij weer kwaad?” vroeg mijn moeder. Nee mam, zo praten Argentijnen gewoon. Omdat hij niet zo goed Engels sprak en mijn moeder giechelig deed als hij voor het beeldscherm opdook, is er nooit een gesprek tussen hen ontstaan. Zaten mijn moeder en hij als twee verlegen kinderen naar elkaar te lachen, best raar. Ik Skypete vaak met mijn moeder en tetterde dan hard door het huis heen. Hij vond Amsterdam vreselijk omdat hij er tijdens een backpackreis een semi-bijna-doodervaring had gehad (teveel joints gerookt). Ik lachte hem dan uit en zei dat Buenos Aires een soort tweedehands Madrid was.

Nu ik deze foto's terugzie, besef ik pas hoe huiselijk en intiem het overkomt. Ik heb me nooit gerealiseerd dat dit voor mijn moeder het Skype-inkijkje was: haar dochter die gelukkig leefde aan de andere kant van de wereld met een man waar zij als moeder verder geen woord mee kon wisselen.

De nationale verkeershobby, dus ook die van mijn geliefde, was om door het opengedraaide autoraam mensen de huid vol te schelden. Ik vond het een crime om naast hem in de auto te zitten. Maar het serieuze probleem in onze verhouding was mijn reizende werkleven. Ik bleef als journalist verhalen maken, ik verdiende er mijn brood mee, nu met Zuid-Amerika als mijn achtertuin en wilde graag naar Brazilië verhuizen. Maar mijn geliefde wilde dat niet, hij was Argentijn en die blijven in Argentinië, punt uit. Vorig jaar augustus besloot ik te vertrekken. De liefde was op, hoog tijd om naar huis te gaan.