Stimulatie van brein verbetert onthouden

Mensen kunnen 30 procent meer onthouden als hun hersenen dagelijks met magneetvelden van buitenaf worden gestimuleerd. Het gaat om de verbetering van het associatieve geheugen, waarin mensen het verband onthouden tussen twee zaken die weinig met elkaar te maken hebben. Zoals iemands naam en de plaats waar je die persoon de laatste keer zag.

Neurowetenschappers uit het Amerikaanse Chicago schrijven vandaag in Science dat ze uiteindelijk mensen willen helpen die kampen met geheugenstoornissen door hersenschade.

De onderzoekers beschrijven hoe ze eerst bij hun 16 proefpersonen in een hersenscanner (fMRI) bepaalden welk stukje van de hersenschors verbindingen onderhield met de hippocampus, de spil van ons geheugen. Die gebiedjes werden vijf dagen, twintig minuten per dag gestimuleerd met repetitieve transcraniële magnetische stimulatie (rTMS). Een achtvormige magnetische spoel die tegen de schedel wordt gehouden, wekt daarbij kleine elektrische stroompjes op in de onderliggende hersencellen.

Die versterken de koppeling tussen die buitenste laag van het brein en de hippocampus. Dat was op vervolg-hersenscans te zien. De verbeteringen bleven na de stimulatie nog 24 uur meetbaar.

Om de drie dagen moesten de deelnemers twintig combinaties van beelden met woorden leren. Een onderzoeker hield een foto van een gezicht drie tellen omhoog en zei een daarbij behorende woord. Een minuut later liet de onderzoeker de gezichten weer zien, in een andere volgorde, en moesten de proefpersonen het gekoppelde woord uit hun geheugen opdiepen. Dit deden de onderzoekers voor, halverwege en aan het einde van de vijfdaagse periode, steeds met een nieuwe set foto’s en woorden.

De deelnemers die vijf dagen lang gestimuleerd waren, onthielden op het eind gemiddeld dertig procent meer foto-woordparen dan aan het begin. Dat was duidelijk meer dan de vijf procent die ze extra onthielden na een week nepstimulatie.

    • Niki Korteweg