Spinnen omarmen stedelijk leven

Stadse wielwebspinnen zijn duidelijk groter dan hun plattelandsneven en -nichten, blijkt uit Australisch onderzoek.

Een gouden wielwebspin

Spinnen die in stedelijke gebieden leven worden groter en brengen meer jonkies voort dan hun soortgenoten in landelijker gebied. Wel leven ze graag op stand; de rijkere buurten herbergen de gelukkigste spinnen. Wielwebspinnen in Sydney, Australië tonen dat in grootse vorm aan.

Volgens een nieuw onderzoek, eerder deze maand gepubliceerd in Plos One, hangen spinnen liever rond bij stevige stadse bouw dan in de Australische bush. Na eerst raar te hebben opgekeken van torengebouwen en tot parkeerplaatsen geplaveide natuurparadijsjes, omarmen ze het stadse leven, met acht poten tegelijk.

Elizabeth Lowe van de Universiteit van Sydney meet doorlopend Nephila plumipes op, de gouden wielwebspin. Ze onderzocht de spinnen in een wijd gebied van landelijk tot hardcore stedelijk. Ze bekeek niet alleen de grootte, maar ook de vetreserves van de spinnen en het gewicht van de eierstokjes van de vrouwtjes. De stadse spinnen waren duidelijk groter dan hun plattelandsneven en -nichten – tot twéé keer. En: in buurten met de hoogste socio-economische status blijken zij het vruchtbaarst, met de meeste en kansrijkste nakomelingen – zogezegd de Floris-Jannen en Sterre’s onder de spinnen. Maar waarom?

Steden zijn warmer, en allerlei ongewervelden gedijen daarbij – waaronder de vele plantenetende insecten die de spin op het menu heeft. De fijnste combinatie is warmte door bebouwing met toch ook wat aanwezig groen en bladafval. Zie de wat riantere tuinen en parkjes van de betere buurt. De spin, die zelf het liefst in een lekker warme, erg ‘harde’ en kale mini-omgeving zit, profiteert daar op afstand van. Ook houdt een spin op stand natuurlijk net als doorsneestedelingen erg van kunstlicht. Een slimme spin zoekt zijn plek op een lantaarnpaal of naast een gevellamp. Ook ’s nachts aanvoer verzekerd.

Succes van de spin loopt zelfs precies mee met het gemiddelde huishoudelijke inkomen per buurt. En in Nederland? Ook onze aloude buitenspinnen spinnen garen bij de stad. Kijk eens naar de kruisspin (Araneus diadematus), de bekendste spinner van het wielweb in Nederland. Naast balkonverlichting aan de luwe zijde van een Rotterdamse flat hangen soms kruisspinnen ter grootte van kleine kokosnoten.

Zolang ze weer niet al te groot worden, gunnen we ze hun goede leven en stralende gezondheid – zelf ken ik een supervrouwtje dat hardnekkig maar liefdevol met ‘Gijs’ wordt aangesproken. Flatspinnen kunnen zeker geslaagde stedelingen zijn. Maar een goede gok: een Kralingse spin, of een verlicht exemplaar aan een kale gevel in Oud-Zuid, is nog wat gelukkiger.