Schokkend vervolg op Act of Killing

Joshua Oppenheimer filmde een vervolg op zijn documentaire Act of Killing over de bloederige pogroms in Indonesië.

„Zout en zoet, zo smaakt mensenbloed.” Inong, ooit leider van het doodeskader op Noord-Sumatra, kan het weten: om niet gek te worden van al het moorden, dronken zijn mannen ’s nachts uit bijgeloof bekers bloed van hun slachtoffers. Details waar hun vrouw en kinderen een halve eeuw nadien best van opkijken. Zo hadden zij zich vaders heldendaden niet voorgesteld.

De hoofdcompetitie van Venetië toonde gisteren The Look of Silence van de Amerikaanse regisseur Joshua Oppenheimer, het vervolg op diens schokkende documentaire The Act of Killing: over de naweeën van de door het leger opgestookte Indonesische pogroms waarmee in 1965-1966 de ‘Nieuwe Orde’ van Soekarno begon, en waarbij een half miljoen tot een miljoen al dat niet vermeende communisten stierven. Over de details van die nachtelijke bloedbaden met machetes en knuppels zweeg men daarna liever. Communisten waren atheïstisch, wreed, zedeloos tuig, leren ze nog altijd op school.

Documentaires zijn in opmars bij de grote filmfestivals: in Venetië won vorig jaar de – overigens nogal saaie – stadssymfonie Sacro GRA. Nu de scheidslijn vervaagt, is er weinig reden speelfilms nog van documentaires te scheiden. The Act of Killing is een fraai voorbeeld van die trend: Oppenheimer haalde een moordenaar van toen, gangster Anwar Congo, over met zijn oude ‘strijdmakkers’ het martelen, moorden, plunderen en verkrachten nog eens dunnetjes over te doen in het kader van een fictieve actiefilm. Het resultaat was onthutsend: in zijn spel leer je de mens kennen. En moordenaar Congo toont aan het eind iets van berouw: bloed blust het geweten kennelijk niet volledig.

Met het meer serene, maar ook indringende The Look of Silence voltooit Oppenheimer zijn missie: de verstikkende stilte in Indonesië verstoren - het verboden The Act of Killing staat al gratis op YouTube. „In een samenleving die steunt op angst en leugens, heeft dat grote impact”, zei hij gisteren in Venetië. Grotendeels in 2012 opgenomen – Indonesië is inmiddels niet meer veilig voor Oppenheimer – gaat het in The Look of Silence over slachtoffers. Oppenheimers held is de 44-jarige dorpsopticien Adi Rukun, die hij in Noord-Sumatra in 2005 opnames liet zien van twee oude mannen die giechelig opscheppen over hoe ze bij de Slangenrivier zijn grote broer Ramli doodmartelden en diens penis afhakten („Ramli was een goed mens, maar ja, het was revolutie”).

Daarna begrijpt Adi de angst, de wrok en het verdriet van zijn ouders, die hem twee jaar later als troostbaby op de wereld zetten. Als ‘politiek onreine’ familie – geen overheidsbaantjes – bogen ze een halve eeuw voor de moordenaars en zwegen. Dat een oom als cipier indertijd geen vinger uitstak voor zijn neef, horen zij nu voor het eerst. Daar praatte je niet over. Op Adi na dan, die – met rugdekking van een westerse cameraploeg – verhaal haalt bij de nog altijd machtige daders, soms onder het mom van een gratis oogtest en bril. Zij grinniken verbaasd, waarschuwen en dreigen („we doen het zo weer”). Zonen schieten in boze ontkenning, alleen een moeder en een dochter zeggen sorry.

The Look of Silence zit vol stilte en metaforen – de 103-jarige, bijna blinde vader, de nieuwe bril voor de daders – die nooit te nadrukkelijk worden. Adi Kakun, inmiddels naar elders verhuisd, zei gisteren in Venetië dat deze film zijn familietrauma niet ongedaan maakt. „Dat kan alleen de dood, maar voor onze toekomst is het van belang de waarheid onder ogen te zien.”

Oppenheimer put moed uit het feit dat de Indonesische regering, sinds The Act of Killing dit jaar een Oscarnominatie kreeg, de massamoorden niet langer ontkent.

    • Coen van Zwol