Rechter: Jerry Hoff moet worden toegelaten in RvC van NRC Media

De Amsterdamse rechter heeft vanmiddag bepaald dat advocaat Jerry Hoff moet worden toelaten als ‘werknemerscommissaris’ in de Raad van Commissarissen van NRC Media. De raad mag niet meer vergaderen, of beslissingen nemen zonder hem.

Portret van Jerry Hoff. Foto NRC Handelsblad / Maurice Boyer

De Amsterdamse rechter heeft vanmiddag bepaald dat advocaat Jerry Hoff moet worden toelaten als ‘werknemerscommissaris’ in de Raad van Commissarissen van NRC Media. De raad mag niet meer vergaderen of beslissingen nemen zonder hem. Dit had de Ondernemingsraad (OR) geëist in een kort geding tegen grootaandeelhouder Egeria en de Raad van Commissarissen van het krantenbedrijf.

Opvolger van Annelies van der Pauw

Na het plotse vertrek van de vorige werknemerscommissaris Annelies van der Pauw, had de OR in juni Jerry Hoff als opvolger benoemd. Egeria (handelend via Lux Media bv) en de RvC weigerden Hoff te aanvaarden. Volgens hen had de OR alleen recht op voordracht, niet op benoeming. Maar dit staat wel in het statuut van NRC.

Volgens de aandeelhouders en de RvC was dit een verschrijving - dat zou uit andere bronnen blijken. Ook vonden ze Hoff een partijdige ruziemaker die de werknemersbelangen zou laten prevaleren.

De uitspraak

De rechter heeft bepaald dat het statuut duidelijk stelt dat de werknemers één commissaris mogen benoemen, dat dit niet tegen de wet is, dat de OR terecht optreedt als belangenbehartiger van de werknemers, dat de statutaire bepaling geen ‘vergissing’ was en dat dit ook niet ter zake doet.

Verder meent de rechter dat de geuite weerzin tegen de persoon Hoff niet tot de ‘objectiveerbare, zwaarwegende bezwaren’ behoort, zoals de RvC en Egeria hadden betoogd.

Rechtszaak van de Ondernemingsraad

De OR was naar de rechter gestapt omdat Egeria NRC wil verkopen en een werknemerscommissaris daarbij van belang zou zijn. De rechter oordeelt dat dit inderdaad een spoedeisend belang is.

De rechter wijst wel de door de OR geëiste dwangsom af, net als de verplichting om de benoeming schriftelijk te bevestigen. Dat is volgens haar, na dit vonnis, niet nodig.

    • Wilfred Takken