Mohamed uit Delft zet zijn kalasjnikov blind in elkaar

Mohamed A. (21) kwam terug uit Syrië. Wilde hij hier overvallen plegen om de jihad te financieren?

Politie-infiltranten, afluisterapparatuur in een auto en een voormalig Syriëganger als getuige. De pro-formazitting gisteren in Dordrecht van Mohamed A. (21), verdacht van het voorbereiden van overvallen om de jihad te financieren, toont hoe justitie en inlichtingendiensten teruggekeerde Syriëgangers volgen.

Voor de officier van justitie is het helder: A. was een soldaat. Jejoen Bontinck, een Vlaming van wie zelf nog voor de Belgische rechter vast moet komen te staan wat hij in Syrië heeft gedaan, heeft hem op een foto herkend als lid van de Islamitische Staat (IS). Ook sprak A. in afgeluisterde gesprekken met vrienden over de kalasjnikov als zijn beste vriend, die hij geblinddoekt in elkaar kan zetten.

En het is niet bij de strijd in Syrië gebleven, zegt het OM. Na terugkeer heeft de politie hem na een kleine overtreding in de gevangenis in contact gebracht met een infiltrant. De man vertelde A. over niet uitgevoerde plannen voor een overval. De verdachte zei dat hij met vrienden kon helpen, dat hij wapens kon regelen.

Twee nieuwe infiltranten imponeerden A. met een Mercedes, dure horloges en geld. Het OM stelt dat de verdachte daarop een overval plande in Scheveningen. En dat hij op taps in verdekte taal sprak over een aanslag op een politicus. A. had drie vuurwapens en munitie in zijn bezit toen hij in mei werd aangehouden, waaronder een shotgun. De buit zou de verdachte van Somalische afkomst in de gewapende strijd in het Midden-Oosten steken, zegt het OM. Het hoopt voorbereidingshandelingen voor een terroristisch misdrijf te kunnen bewijzen.

Advocaat Ruth Jager schetste een heel ander beeld van A. Hij groeide op in de Delftse migrantenwijk Buitenhof, waar volgens haar werkloosheid, schooluitval en criminaliteitscijfers hoog zijn. Het gezin was arm. De afkeer van de Nederlandse maatschappij in de wijk is „enorm”, zei Jager. Op muren staan teksten als Free Palestina, Kankerjoden en Fuck Wilders.

A. zou zich stellig hebben voorgenomen te slagen. Hij wilde iets betekenen, geld hebben en heeft „lang het goede pad gevolgd”, zonder strafblad. Maar een valse beschuldiging leidde zijn ontslag in als postbezorger en koerier. Hij heeft zijn gedwongen vertrek toen niet aangevochten, omdat hij geen advocaat kon betalen.

Met een „lege toekomst” zag A. vorig jaar de eerste jongens uit zijn wijk naar Syrië vertrekken, waar het volk leed onder het bewind van president Assad. A. besloot met de woorden van zijn advocaat „zijn bestaan zin te geven” en reisde naar een vluchtelingenkamp in Turkije om te helpen.

A. keerde na een half jaar terug uit Syrië, omdat hij zag dat de situatie niet verbeterde. Vrienden wilden graag informatie over hoe het was, omdat zij misschien ook wilden gaan. De opgenomen „achterbankgesprekken” zijn volgens de advocaat niets meer dan „stoerdoenerij”, „opgeblazen fantasie” en „dagdromen”.

A. – in een sweater met de opdruk Billionaire Boys Club – hield het bij een korte verklaring. Hij was in Syrië voor hulp, niet voor strijd. „Dat wou ik niet en dat wil ik niet.” Hij zei anderen niet datgene te kunnen aandoen waarvoor zijn moeder is gevlucht uit Somalië.

De jongen die graag rijk wilde zijn is bezweken onder de zware druk van de infiltranten, zei zijn advocaat. Het contact is nooit van hem uitgegaan, zei A. „We reden wel 50 kilometer in hun auto. Zij belden, ik had geen beltegoed.” Dat hij wapens kon regelen was een leugentje. „Want je kunt jezelf niet verlagen, je moet ook bluffen.” De rechter verwierp het verzoek van A. tot directe invrijheidstelling. De zaak wordt in november hervat.

    • Michiel Dekker