‘Miskleun’ overwoekert sterk eerste deel van nieuwe roman Dimitri Verhulst

Dimitri Verhulst slaagt er in zijn nieuwe roman Kaddisj voor een kut een van de beste dingen die hij ooit heeft geschreven in één kaft onder te brengen met de grootste miskleun uit zijn schrijverschap, schrijft Arjen Fortuin vandaag in NRC Handelsblad.

Die ‘miskleun’ betreft het tweede deel van het vijftiende boek van de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst (1972), ‘De aankomst in de bleke morgen’ genaamd. In dit, als toneeltekst vormgegeven, deel wordt op plastische wijze de moord op een jongetje en een meisje beschreven, kinderen van de personages Sarah Smeekens en Stefaan Cools:

‘Hij was afgemaakt met een schaar, die de vader in zijn rug had geprikt terwijl de jongen op de veilige buik van zijn moeder lag, en in haar handen en billen kneep, en kneep, tot er niets meer te knijpen overbleef.’

Geweldsporno

‘Geweldsporno’, schrijft Fortuin. Die door Verhulst ook nog eens te ver wordt doorgevoerd:

‘Als de geweldsporno tot deze paar zinnen beperkt was gebleven, dan kon je misschien doen alsof je er overheen had gelezen. Maar de moord op het meisje wordt door Verhulst later tot in details uit de doeken gedaan - waarna het effectbejag een dieptepunt bereikt wanneer het jongetje zijn ‘slapende’ zusje probeert wakker te krijgen.’

Slechte nieuws overschaduwt het goede nieuws

Het goede nieuws, schrijft Fortuin, is het eerste deel van het boek: ‘Kaddisj voor een kut’. Fortuin noemt Verhulsts’ verhaal over ‘instellingskind’ Gianna, zelfmoord, schuldgevoel en moederhaat, ‘een van de beste dingen die hij ooit heeft geschreven’. Wat weer slecht nieuws is. Fortuin:

‘Hoe langer je erover nadenkt, hoe meer je ervan overtuigd raakt dat het goede nieuws het slechte nieuws alleen maar slechter. Want het eerste deel van het boek confronteert je dadelijk weer met de gedachte aan hoe sterk het boek had kunnen zijn als het tweede deel er niet aan vast gezeten had.’

Arjen Fortuin geeft Kaddish voor een kut 2 ballen. De hele recensie van het boek, ‘Een schaar leent zich voor van alles’, staat vanmiddag in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad.