Lichamen respectvol behandeld

De lichamen van de slachtoffers van vlucht MH17 zijn aanvankelijk in Oekraïne met meer respect en zorgvuldigheid behandeld dan gedacht werd, zo is gebleken tijdens het identificatieproces. Het onderzoek naar de lichamen zit nu in de DNA-fase.

Volgens Arie de Bruijn, hoofd van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO), zijn de lichamen naar omstandigheden goed geborgen. Ze zijn bijvoorbeeld ruim behandeld met formaline, waarmee lichamen beter geconserveerd blijven. Wie dat gedaan heeft, is niet duidelijk. De Bruijn: „Het lijkt alsof er een professional bij betrokken is geweest.”

De formaline maakt het werk van de onderzoekers wel lastiger. „Het heeft geen effect op het DNA-onderzoek, maar het maakt communiceren wel moeilijk”, zegt De Bruijn. De onderzoekers moeten mondkapjes dragen ter bescherming. Het inademen van de stof is gevaarlijk.

Het team in Hilversum heeft 173 lichamen geïdentificeerd, maakte De Bruijn deze week bekend. Daarvan zijn 73 lichamen teruggeven aan de nabestaanden. Bij lichaamsresten waar identificatie niet mogelijk is met vingerafdrukken of gebitsgegevens, moet DNA uitsluitsel geven.

Intussen heeft de politie nog twee à drie weken nodig om het gebied waar de MH17 is neergehaald goed te doorzoeken. Dat heeft de leider van de zoekploegen, politiecommissaris Joop de Schepper, gisteren gezegd. In het gebied kunnen nog altijd lichaamsresten en persoonlijke bezittingen van slachtoffers van de MH17 liggen. DNA-materiaal van de rampplek wordt gebruikt voor de identificatie van slachtoffers.

    • NRC