Jeroen Pauw had gelijk: vrouwen spelen geen grote rol

Illustratie Hajo

Volgens Sofie van den Enk had Jeroen Pauw gelijk in het AD-interview. Vrouwen bereiken in onze samenleving nog lang niet zoveel als we zouden mogen verwachten.

Ik wil de lol van het Jeroen Pauw-bashen niet verpesten, maar hij heeft – zoals onder anderen Margriet van der Linden al zei – wel gelijk. Zijn uitspraken in het veelbesproken AD-interview van vorige week deden natuurlijk uitdrukkelijk bedoeld stof opwaaien. Hij zei dat vrouwen geen rol van betekenis spelen in de maatschappij. Het is een feit dat vrouwen nog lang niet zoveel bereiken als dat we op basis van onze kwaliteiten zouden moeten doen. Maar waarom is dat zo en wat doen we eraan?

Ik ben opgegroeid met het idee dat jongens en meisjes dezelfde dingen kunnen bereiken. Aangemoedigd door zoveelste-emancipatiegolven, en later overtuigende cijfers van aan de universiteit studerende vrouwen, zag ik dat niets ons meer in de weg staat en dat we even goed zijn – zo niet beter – dan mannen. Wat een veelbelovende toekomst zouden we tegemoet gaan.

Maar om uiteindelijk ook maatschappelijk relevant te worden, heb je meer nodig dan alleen je kwaliteiten. Dan gaat het ook over jezelf op de borst durven kloppen, om lef, om onbescheidenheid. Je moet niet alleen goed zijn, je moet ook durven zeggen dat je goed bent en dat blijven doen. Dat talent ontberen de meeste vrouwen. Ik vind dat ook stom, maar dat is gewoon zo.

Het is diezelfde onbescheidenheid die ervoor zorgt dat mannen graag aanschuiven in talkshows, of schrijven op opiniepagina’s zoals deze die u nu aan het lezen bent. Eens in de zoveel tijd laait de discussie weer op, en komen we steeds weer tot de conclusie dat er te weinig deskundige vrouwen meepraten op tv. Een derde, is de schatting en dat lijkt me nog tamelijk positief. Reden daarvoor zou bij de dames zelf liggen; ze zijn terughoudend om in te gaan op uitnodigingen van programma’s, uit onzekerheid, of omdat ze niet zo nodig hoeven. Vandaar dat het aan de vooravond van zijn nieuwe show een relevante vraag is aan Jeroen Pauw. Komen er meer vrouwen aan tafel? Gaat er ooit echt iets veranderen?

Ik merk dat ik een drempel moet nemen om het volgende te zeggen. Het past namelijk niet bij het adagium van gelijkwaardigheid, waar ik ook zo aan hang en in geloof. Ik wil dit niet horen, niet denken, niet zeggen, niet voelen. Maar het grootste vergif voor die tweede voorwaarde voor maatschappelijk succes is – au, maar het moet gezegd – het moederschap.

Alles wat je nodig hebt om een goede moeder te worden, tederheid, intuïtie, het met liefde je in dienst stellen van, is funest voor dat op de trom slaan. Vrouwen die alleen nog maar in hun hoofd de beslissing nemen dat ze zwanger zouden willen raken, solliciteren al niet meer op promoties. We geven bij voorbaat al op. We gaan daadwerkelijk minder werken. Dat doen we in de cruciale fase van onze carrière. Want op de universiteit geloven we nog dat alles kan. Tijdens onze eerste baan roepen we nog dat we alles kunnen bereiken en dat we over 20 jaar wel een keer gaan nadenken over het kinderenvraagstuk, terwijl we dan al tweede helft twintig zijn. We rekenen ons rijk totdat de klok gaat tikken. Wij snappen ook wel dat die dingen nog steeds een uitdaging zijn.

Tijdens mijn studie op Cornell University in de VS bezocht ik een lezing van Bettie Friedan. Ik moet nog vaak denken aan wat de vooraanstaande feminist zei, met haar sterke, lage stem. Er zijn voor vrouwen alleen maar dingen bij gekomen, met de emancipatie. We hebben nu dezelfde rechten, kunnen op papier dezelfde dingen bereiken. Maar we worden ook nog steeds moeder. Het totale pakket is groter geworden. Friedan pleitte voor een omslag in het maatschappelijk denken. Mannen moeten aan de andere kant evenveel opvangen. En jullie moeten ons een schop onder onze reet geven, op een tedere manier. Daar kan Pauw nog aan werken.

Wat er in die cruciale jaren gebeurt, ergens tussen de 30 en 40, is bepalend voor het gebrek aan vrouwen aan de top. De combinatie moederschap-maatschappelijke toppositie is zo uitzonderlijk dat de meest veelbelovende vrouwen van mijn generatie bang zijn om moeder te worden. Stellen het uit totdat het bijna niet meer kan, vriezen eitjes in voor later, houden het bij eentje.

En ik snap het wel. De eindredacteur van De Rekenkamer suggereerde na de geboorte van mijn zoon dat ik minder scherp geworden zou zijn sinds ik moeder was. Furieus was ik! Hoezo?! Er was niets, maar dan ook niets veranderd. Ik had er alleen iets bij gekregen. Ja, een kind. En nee ik wil niet minder, ik wil meer! Maar misschien had hij toen, heel even, een beetje, gelijk? Maar omdat het zo taboe is, de ongelijkwaardigheid, geven we mannen misschien ook niet de kans te helpen. We kunnen niet doen alsof de hormonen die ons toch een jaar per kind minimaal in hun greep houden, geen rol spelen. We moeten toch dezelfde hoeveelheid energie verdelen. Dat gebeurt op het moment dat we de grootste sprongen moeten maken. Het is gewoon zo.

En we kunnen ons prima herpakken, als alles weer een beetje zijn plek heeft gevonden. Natuurlijk kan dat; het gebeurt ook. Maar toch te weinig; in te weinig gevallen en te weinig fanatiek. We moeten ons verzetten tegen de bescheidenheid en de zelfopoffering. Topvrouwen die wel kinderen hebben, spreken er niet over omdat ze erkend willen worden om hun kennis en talent; niet om hun moederschap. Maar jullie zouden zo kunnen inspireren, laten zien dat het wel kan. Niet moeder-zijn en er een parttime baan bij hebben, maar echt de top bereiken in je vakgebied.

Dus, mannen. Inspireer ons met jullie bravoure, zorg dat we net zo ambitieus blijven, doe net zoveel met de kinderen – dan gaan wij het nu eens waarmaken. Zodat Pauw vijf jaar later vanuit zijn pensionadovilla op Bonaire naar Eva Jinek en mij kan kijken die burgemeesters, hoogleraren en schrijvers interviewen die, dan weer vrouw, dan weer man zijn. Bedankt, jongens. Kom op, meiden.

Sofie van den Enk (1980) is presentator voor tv en radio. Ze heeft twee kinderen.

    • Sofie van den Enk