Helpt Hamer voor een beter imago?

De SER, hét symbool van het polderoverleg, zit in het nauw. Zal het Mariëtte Hamer lukken de adviesraad weer in aanzien te laten stijgen?

Mariëtte Hamer (56) komt niet jeugdig en energiek over, maar ze laat zich niet snel intimideren. Foto ANP

Tweede Kamerlid Mariëtte Hamer (PvdA) was volgens betrokkenen al vóór de zomer de belangrijkste kandidaat om Wiebe Draijer op te volgen als voorzitter bij de Sociaal-Economische Raad (SER). Maar de SER zou de SER niet zijn als de beslissing over haar benoeming snel was genomen.

Bij de SER, die de regering op verzoek maar ook ongevraagd adviseert over sociale economie, duurt alles altijd lang. In de raad zitten vertegenwoordigers van werkgevers en vakcentrales en onafhankelijke Kroonleden (de experts) die eraan gewend zijn om zich overal mee te bemoeien en ook de komma’s in een advies aan de regering nauwkeurig te bekijken.

Daar kwam nog bij dat minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) het meteen extra ingewikkeld had gemaakt om een opvolger te vinden voor Wiebe Draijer, die bestuursvoorzitter werd bij de Rabobank: het moest een vrouw worden. „Je kunt zoiets maar beter meteen zeggen”, zei hij eind juni na een werkbezoek in Amsterdam. „Dan is het voor iedereen duidelijk.” En de minister had de leiding. Hij draagt namens het kabinet de nieuwe SER-voorzitter voor bij de koning, die de benoeming ondertekent.

Het was niet zo dat de sociale partners of de Kroonleden géén vrouw wilden. Maar kon je onder zo’n dictaat wel zorgvuldig, zoals past bij de SER, zoeken naar de allerbeste? En er waren deskundige mannen die zichzelf ook geschikt vonden en dezelfde overtuiging opriepen bij anderen: ‘Jíj zou een goeie zijn’. Maar dat ging dus niet.

Gezocht: ‘jeugdig elan en intellect’

Er werd daarna wel uitvoerig gezocht naar nog meer kandidaten, want wat zou de hele selectieprocedure – met een speciale commissie – nog voorstellen als die zonder echte afwegingen en serieuze rondes direct leidde naar Mariëtte Hamer?

Een andere kandidaat, en kanshebber tot het eind, was volgens Haagse bronnen Esther-Mirjam Sent, hoogleraar economie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en Eerste Kamerlid voor de PvdA.

In de allereerste profielschets die Kroonleden en andere betrokken uit de losse pols bedachten, gevraagd door deze krant en nog voordat Asschers voorwaarde bekend was, had de nieuwe SER-voorzitter het ‘jeugdig elan’ van Draijer en het ‘intellect’ om een club met erg slimme mensen voor te zitten. De derde eis was eigenlijk een dooddoener, toch noemde iedereen die: de voorzitter moest ‘goed liggen bij werkgevers en werknemers’.

Hamer (56) komt niet jeugdig en energiek over, ze geldt ook niet als een intellectueel, maar zal zich vermoedelijk niet laten intimideren door hoogleraren. Als sociaal-democraat voelt ze zich nauw betrokken bij de vakbeweging en ook op de werkgevers maakte ze in de sollicitatiegesprekken indruk.

Wat in de komende jaren zal moeten blijken: is zij in staat om de SER, al heel lang hét symbool van het Nederlandse poldermodel, weer te laten stijgen in aanzien?

Niemand van de leden verlangt terug naar de tijd dat SER bestond uit sigaren rokende mannen die graag een wijze indruk maakten. Maar de raad ziet zelf ook dat de eigen adviezen de laatste jaren steeds minder aandacht krijgen.

Volgens critici vertegenwoordigt de vakbeweging niet meer genoeg werknemers om in de SER gezaghebbend te zijn en aan werkgeverskant kwam er een afsplitsing: Hans Biesheuvel stapte vorig jaar op als voorzitter van MKB-Nederland en richtte een eigen ondernemersclub op, ONL – buiten de SER.

‘Slingerbeweging’

Toen zijn vertrek bij de SER bekend was geworden, zei Draijer – ongevraagd – dat hij niet vluchtte. Hij verliet geen zinkend schip. In deze krant noemde hij het polderoverleg „goud” dat Nederland in handen had. Hij zei ook: „Je moet het belang van de raad zien als een slingerbeweging, maatschappelijk en politiek. De SER is uniek in de wereld, en we zijn kwetsbaar door onze samenstelling, maar juist daardoor krachtig en invloedrijk als alle factoren goed staan.”

Draijer was begonnen om zoveel mogelijk belanghebbenden, ook ver buiten de SER, te betrekken bij adviezen. Hij trok het land in, zette gemeenteambtenaren, zzp’ers en UWV-medewerkers bij elkaar aan tafel om samen te bedenken wat er in een advies moest staan over de arbeidsmarkt. De SER organiseerde ook al ‘dialoogtafels’ voor een advies over de toekomst van de pensioenen.

Of dat past bij Hamer, moet nog blijken. Haar sterke kant zal ook niet zijn: volle zalen overtuigen van het belang van de SER. Hamer komt al snel saai over. Maar volgens Hans Kamps, tot afgelopen voorjaar Kroonlid van de SER, moet de nieuwe voorzitter niet alleen voor elkaar krijgen dat er goede, breed gedragen adviezen komen, maar vooral ook dat die worden uitgevoerd.

„Je moet een terriër zijn, je moet bij staatssecretarissen en ministers kunnen binnenlopen en je zin te krijgen”, zegt Kamps. Hij kent Hamer uit de tijd dat hij voorzitter was van de commissie die het PvdA-verkiezingsprogramma schreef, in 2010. Hamer zat daar in. „Ze is een gedreven vrouw met idealen waar ze voor staat. Zij laat zich niet omver blazen in het poldergeweld.”

    • Petra de Koning