Held ofterrorist? Dat is een kwestie van perspectief

Dit najaar zijn drie toneelstukken te zien waarin een terrorist centraal staat. Osama bin Laden, Ulrike Meinhof van de RAF en de Servische nationalist Gavrilo Princip – wij noemen ze terroristen, anderen vinden het helden. Is er wel een waarheid?

Het toneelstuk Vuurvrouwen van het Ro Theater, over Ulrike Meinhof van de Duitse terreurgroep RAF. Foto Fania Sorel

Als je je familiefortuin afwijst en eenvoudig wenst te leven, in dienst van een ideaal.

Als in een van de armste regio’s ter wereld niemand jou verraadt, terwijl er een prijs van 50 miljoen dollar op je hoofd staat.

Als je met een handvol strijders vanuit een grot stand houdt tegen de grootste militaire macht ter wereld.

Ben je dan een held?

De 16-jarige Gary in het toneelstuk Osama the hero van Dennis Kelly vindt van wel. Waar zijn klasgenoten voor een schoolopdracht sporters en filmsterren kiezen als hedendaagse held, houdt Gary zijn spreekbeurt over Osama bin Laden. Het komt hem duur te staan. „Maar” – Joost van Hezik, die het stuk van de Britse toneelschrijver dit seizoen regisseert bij de Toneelschuur, glimlacht besmuikt – „zijn argumentatie is feilloos. Gary is slim. Hij constateert: of iemand een held is of een terrorist, is een kwestie van perspectief.”

Osama bin Laden, Ulrike Meinhof van de links-extremistische terreurgroep Rote Armee Fraktion en de Servische nationalist Gavrilo Princip die in 1914 de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand doodschoot – het zijn terroristen vanuit het dominante gezichtspunt, maar helden volgens een ander. Komend seizoen krijgen ze alle drie een plek op het Nederlandse toneel. Van Hezik brengt Kelly, Rob de Graaf beschrijft voor het Ro Theater de laatste uren van Ulrike Meinhof in Vuurvrouwen en De Warme Winkel ontleedt Gavrilo Princip, in de grotezaalversie van hun Holland Festival-productie. Opvallend, dat deze uiteenlopende makers zo eensgezind zo’n explosief onderwerp kiezen. Wat heeft de terrorist de theatermaker van nu te zeggen?

Van Hezik: „Als je het gevoel hebt dat een overheid of buitenlandse mogendheid je onderdrukt, kan ik begrijpen dat je daartegen in opstand komt. En dan kan er een moment komen dat protest overgaat in geweld. Die stap vind ik fascinerend. Ik zou hem zelf niet snel zetten, maar ik begrijp dat mensen hem maken.”

Theater bovenop de tijd

Theatermakers zitten meer dan ooit ‘bovenop de tijd’, denkt acteur/theatermaker Jeroen de Man van gezelschap De Warme Winkel. „Dan zijn de branden die momenteel wereldwijd zijn opgelaaid, niet te negeren: het geweld in Oekraïne, de Gaza-strook, Ferguson; Europese moslims die willen vechten in Syrië of zich aansluiten bij IS.” Hun voorstelling Gavrilo Princip slaat een brug tussen Princips terreurdaad in 1914 en nu. Aan het slot playbackt actrice Maria Kraakman, geschminkt als Princip, een Al Jazeera-fragment waarin een Nederlandse Syriëganger uitlegt wat hem drijft. Na bijna twee uur de motieven van Princip tegen het licht te hebben gehouden, en begrip, zo niet sympathie voor de 19-jarige idealist te hebben gekweekt, zetten de makers met dat fragment alles weer op z’n kop. De Man: „Wie of wat zou Princip anno nu geweest zijn? Kun je die vergelijking met Syriëgangers überhaupt maken?”

Antwoorden geeft de voorstelling niet. Maar de ongemakkelijke vragen nodigen uit tot debat. De Man: „Gavrilo was een heel eenzame jongen, die mede als gevolg van een kwetsende afwijzing radicaliseerde. Ik denk dat dat ook voor jonge moslims geldt die besluiten zich ergens ver weg aan te sluiten bij de strijd. Wat voor kansen zijn er hier voor hen? Zo’n beslissing komt eerder voort uit frustratie dan uit fundamentalisme.”

Van Hezik, die zich voor Osama the hero ook in jonge extremisten heeft verdiept, ziet daarnaast nog andere motieven. „Jonge mensen zijn heel vatbaar voor een gevoel van onrechtvaardigheid, iets wat ik herken bij mezelf van tien jaar geleden. Ik kan me voorstellen dat sommige moslims in Europa hun lot verbinden aan dat van jonge mensen ergens anders op de wereld. En dat ze veel kracht putten uit de gedachte: ik ga iets wezenlijks doen.”

Is de samenleving schuldig?

Zo onderzoeken de drie stukken de motieven voor de radicalisering van de hoofdpersonages. En daarbij wordt algauw uitgezoomd van de ‘terrorist’ naar de samenleving. Naar de vraag of en hoe die medeschuldig is aan de radicalisering en hoe er vervolgens wordt omgegaan met de (vermeende) terreur.

In Osama the hero maakt schrijver Dennis Kelly een slimme draai: de toekomstige terrorist Gary is het enige personage met wie je sympathie voelt, de enige van wie de gedachten en redeneringen enigszins logisch lijken. Het zijn degenen die op hem jagen die hun verstand hebben verloren. Van Hezik: „Het is niet Gary die over de schreef gaat, al sympathiseert hij met Bin Laden; het zijn de buurtbewoners om hem heen, die vanuit een totaal paranoïde wereldbeeld dat ze elke dag via de televisie krijgen bevestigd, denken dat ze voor eigen rechter mogen spelen.”

In Vuurvrouwen voert toneelschrijver Rob de Graaf een anonieme ‘man’ en ‘vrouw’ op, die reflecteren op de daden van Ulrike Meinhof. De vrouw zegt dat mensen als zij respect verdienen: ‘Ze hebben willen vechten, ze hebben iets gedaan – ze verdienen onze achting.’ De man: ‘Achting? Waarvoor dan? Voor blinde halsstarrigheid? Voor het sterker willen zijn dan het systeem waarvan je deel uitmaakt?’

Het gesprek geeft manieren weer waarop een samenleving reageert op mensen als Meinhof: intellectuelen die naar de wapens grijpen. Van Hezik: „Iemand zoals wij die besluit te gaan strijden voor iets groots vinden wij bedreigend omdat dat onze manier van leven aantast, en onze illusie van veiligheid.”

Maar Alize Zandwijk, die Vuurvrouwen regisseert, voel juist een zekere bewondering. „Ik kan ver gaan in de identificatie met Meinhof. Ik begrijp het gevoel van onrechtvaardigheid, de frustratie, wanneer je misstanden aan wilt kaarten, maar er niet geluisterd wordt. Meinhof schreef als journaliste felle aanklachten en kreeg vervolgens schouderklopjes, van: goed gedaan, mooi stuk. En er veranderde niets. In plaats van beschrijven, wilde zij handelen. Ze zegt ronduit: ‘Ik heb de inkt verruild voor bloed.’”

We zijn volledig lamgeslagen

Die dadendrang hebben de personages uit de drie producties gemeen en dat is precies wat de makers zo aanspreekt. De Warme Winkel laat Gavrilo Princip in hun voorstelling zeggen: „Met praten wordt de ellende alleen maar in stand gehouden. Alleen daden brengen iets teweeg.” Acteur Jeroen de Man: „Ik herken wel dat gevoel van: er moet iets veranderen, we moeten iets doen.” Regisseur Zandwijk: „Al is de moeilijkste vraag natuurlijk wat dat ‘doen’ precies inhoudt en hoever je daarin gaat.”

Voor toneelschrijver De Graaf weerspiegelt de dialoog tussen de man en de vrouw in Vuurvrouwen precies dat conflict met jezelf. „Ik hou van eenlingen die dwars door de muur gaan voor hun overtuiging. Maar het geweld dat Meinhof gebruikte, al was dat niet zo heftig als dat van RAF-strijders na haar, willen wij natuurlijk zeker niet goedpraten.”

In de dialoog ligt bovendien maatschappijkritiek en zelfkritiek besloten. Tussen het analyseren van Meinhof door vraagt de vrouw om een drankje, ‘zonder calorieën’, of stelt de man en passant voor om naar binnen te gaan – het is fris geworden op hun tuinfeestje.

Zandwijk: „Die man en die vrouw, dat zijn wij. Wij bespreken het geweld in Gaza of Syrië met een wijntje in de hand in het café. Dat kan mij woedend maken. We zouden met elkaar veel meer een vuist moeten maken. Maar onze samenleving is volstrekt inert. Deze voorstelling komt voort uit frustratie over die inertie, dat volledig lamgeslagen zijn.”

Die frustratie is ook de drijfveer van Van Hezik en De Man. Van Hezik: „Mijn ouders dachten nog: wij gaan de wereld veranderen. Maar onze generatie is opgegroeid met: de wereld staat vast, ga maar lekker jezelf ontwikkelen. Veel mensen om mij heen zien het leven als een soort festival; een pretpark van mogelijke ervaringen.”

Jeroen de Man: „Tegelijk is de onmacht begrijpelijk; de informatie-overload waaraan wij blootstaan, maakt volstrekt murw. Het is bijna onmogelijk om nog blind voor één doel te gaan, als je continu van elk sterk statement of elke overtuiging direct de ontkrachting of keerzijde hoort. Wij hebben religie niet als rechtvaardiging of excuus en als er even een leider of een held opstaat, is die de volgende dag alweer ontmaskerd.”

Gary uit Osama the hero fantaseert over terrorist worden, omdat hij hartstochtelijk verlangt naar iets of iemand om in te geloven – een gevaarlijke fantasie die volgt uit een voor de makers herkenbaar verlangen. Van Hezik: „Gary kiest Bin Laden ook als held omdat er in de westerse wereld geen actuele alternatieven zijn. We hadden ooit Gandhi, Mandela, Moeder Teresa, ja, maar nu?”

Maar terug naar eenduidige heldenverering is ook onmogelijk. In Vuurvrouwen zegt ‘de man’: ‘Ik ben geen held, dat is waar, geen ridder die ergens voor opkomt, geen Ulrike die met haar vuist tegen de lege hemel zwaait. Maar ik geloof dat de wereld beter af is zonder helden en zonder Ulrikes’. Rob de Graaf: „Met helden moet je uitkijken. Zeggen: we hebben een held nodig, dat is hetzelfde als: we hebben een sterke leider nodig. Bovendien: aan welke onmogelijke eisen zou die held niet moeten voldoen? Misschien moeten we wel volwassen worden en zonder helden verder.”