En een tientje meer zorgpremie. Dat is niet het hele verhaal

De zorgpremie gaat omhoog. Maar dat wil niet zeggen dat we meer moeten betalen. De AWBZ gaat naar beneden.

Een tientje extra per maand zorgpremie betalen aan je zorgverzekeraar: dat is het bedrag dat circuleert bij kenners van de begrotingsonderhandelingen. Maar zo simpel als het klinkt, is het niet. Hoe zit het dan wel?

De verhoging van de premie komt door een verandering die staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid doorvoert in de zorg voor ouderen en gehandicapten. Die zorg (die dit jaar 28 miljard kost) wordt nu nog betaald uit de AWBZ-premies. Die draagt iedereen automatisch af voordat je je netto-inkomen ontvangt.

De ouderenzorg ‘verhuist’

Maar dat gaat straks anders. Met ingang van volgend jaar ‘verhuist’ een deel van de zorg voor ouderen en gehandicapten uit de AWBZ. Sommige soorten zorg worden dan door de gemeentes betaald. Andere, zoals de wijkverpleging, door de zorgverzekeraars. Die wijkverpleging kost ruim 3 miljard per jaar. Dus vragen de zorgverzekeraars meer premie voor hun zorgverzekering.

Maar tegenover die stijging staat ook een daling, namelijk die van de AWBZ-premie (die overigens ook meteen een andere naam krijgt: WLZ, Wet Langdurige Zorg). Nu bedraagt de AWBZ-premie nog 12,65 procent over de eerst verdiende 33.000 euro inkomen. Dat wordt een premie van tussen de 9 en 11 procent.

En dan is er nog een belangrijke variabele: de zorgtoeslag. Dat is een maandelijkse steun voor de laagste inkomens. Een hogere zorgpremie leidt automatisch tot meer inkomenssteun. Maar het staat het kabinet vrij om hier en daar nog wat te verhogen of te verlagen. In welke mate worden lagere inkomens gecompenseerd en hogere inkomens niet, zodat er inkomensnivellering plaatsvindt?

Politici bepalen de premie niet

Dat hele samenspel van zorgrekeningen zal neerslaan in de koopkrachtplaatjes die het Centraal Planbureau straks zal berekenen. En dan zouden we nog bijna vergeten dat zorgverzekeraars de uiteindelijke zorgpremie vaststellen, niet politici. Die verzekeraars verrasten vorig jaar de minister met lagere premies.

Doordat verzekeraars vanaf volgend jaar meer verzekeren, moeten ze ook meer buffers aanhouden: 350 miljoen extra. Althans, dat zijn de normen van De Nederlandsche Bank. Maar de zorgverzekeraars reserveren al ruim boven die normen geld, een reserve die is aangelegd met de premies die wij, de burgers, verplicht afdragen.

Zorgverzekeraars zijn op papier dus financieel weerbaar genoeg. Maar de vraag is of zij uit voorzichtigheid toch niet extra geld opzij zullen zetten. Dat zal vanaf eind september duidelijk worden, als de eerste zorgverzekeraars hun premiehoogte voor volgend jaar bekendmaken.

    • Jeroen Wester