En deze week liep het nog verder uit de hand

Gisteren liep de crisis tussen Oekraïne en Rusland weer verder op. Kernwoorden: spoedberaad, VN-Veiligheidsraad en beschuldigingen over en weer.

Binnen twee etmalen is de Oekraïens/Russische crisis drastisch van karakter veranderd.

Dinsdagavond spraken in Minsk de presidenten Vladimir Poetin (van Rusland) en Petro Porosjenko (van Oekraïne) met elkaar. De macht uit de loop van een geweer leek even plaats te maken voor de taal der diplomatie. Gisteravond kwam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in spoedzitting bijeen, omdat er sprake zou zijn van een directe Russische militaire interventie in het oosten van Oekraïne. In nog geen 48 uur leek het begin van een politieke oplossing uit te draaien op een begin van een oorlog.

Gisteren verergerde de crisis zich snel

De spanning bouwde zich gisteren in rap tempo op. De Oekraïense regering zei ’s ochtend dat er echte Russische troepen in de Donbass oprukten. Kort daarna liet de Amerikaanse ambassadeur in Kiev per tweet weten dat de Russen extra luchtafweergeschut naar de rebellen in de oostelijke provincies hadden gestuurd. Vervolgens meldde de NAVO vanuit België dat er duizend Russische militairen in de Donbass zijn gesignaleerd, een beschuldiging die later werd ondersteund met fotomateriaal van satellietbeelden. In de loop van de dag werden de claims steeds gedetailleerder.

President Porosjenko zegde in de loop van de dag zelfs zijn bezoek aan Turkije af en riep zijn Nationale Veiligheids- en Verdedigingsraad bijeen. Daarna nam het Oekraïense staatshoofd wel weer wat gas terug. De toestand was „uitzonderlijk complex, maar nog beheersbaar”. „Geen reden voor paniek”, zei Porosjenko.

In de zijlijn deed ook rebellenleider Aleksandr Zachartsjenko van de Volksrepubliek Donetsk een duit in het zakje. In een interview met het Russische televisieprogramma Vesti zei Zachartsjenko, sinds een paar weken premier van de afgescheiden Volksrepubliek Donetsk, dat er drie- tot vierduizend Russische soldaten aan zijn zijde meevechten. „Ze hebben vakantie. Ze liggen niet aan het strand, maar zijn onder ons”, aldus de premier in Donetsk. Zonder deze „vrijwilligers”, met ervaring in militaire kaderfuncties, zou „de strijd zeer moeilijk” zijn, voegde hij eraan toe.

Omgekeerd werd de deelname van militairen uit Rusland ook bevestigd door het Comité van Soldatenmoeders. Volgens voorzitster Ljoedmila Bogatenkova waren er al vierhonderd soldaten in de Donbass omgekomen of gewond geraakt. Volgens het comité zijn er 14.000 tot 15.000 soldaten actief in Oekraïne. Ze worden door hun meerderen in de Russische krijgsmacht gedwongen om een contract te tekenen. Een moeder sms’te hoe dat gaat: „Teken het contract en we sturen je naar Loegansk. Teken je niet, dan teken ik namens jou.”

Het Comité van Soldatenmoeders heeft zijn wortels in de Afghaanse oorlog (1979-1989) en was actief tijdens de Tsjetsjeense oorlogen (1994-2009). Ook nu zijn het soldatenmoeders die bijvoorbeeld bijhouden waar en hoe hun gesneuvelde Russische jongens worden begraven, vaak heimelijk om geen argwaan te zaaien.

Rusland deed net alsof z’n neus bloedde

En Moskou? Het ministerie van Defensie ontkende de beschuldigingen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken delegeerde zijn reactie aan een lagere ambtenaar die op haar Facebook-pagina liet weten dat de Kiev slechts gewag maakt van een Russische invasie om de „eigen bevolking te beduvelen” zoals ook op „Halloween” gebeurt. En het Kremlin zweeg. President Poetin ontving zijn Zuid-Afrikaanse collega Jacob Zuma.

Dat is geen toeval. Moskou speelt al maanden een semantisch spel. De Russische Federatie staat buiten de oorlogshandelingen in de Donbass. De vrijwilligers die daar nu vechten doen dat dus niet op bevel van de staat maar uit eigener beweging, is de boodschap. Deze subtekst verklaart waarom de doden, na repatriëring, stiekem worden begraven. Dat twee leden van de zogeheten presidentiële mensenrechtenraad gisteren uit de school klapten en onthulden dat er afgelopen maand honderd Russische soldaten in de Donbass zijn omgekomen, is lastig maar niet onoverkomelijk. Dit soort horzels komt in Rusland nooit op de staatstelevisie en blijft dus onbekend voor het grote publiek.

Al is het moment gekomen dat Poetin iets moet doen of zeggen

Het wordt wel steeds lastiger voor het Kremlin om te doen of de neus bloedt. Een kruispunt nadert: óf erkennen dat er sprake is van directe betrokkenheid óf de huidige militaire vrijwilligers met terugwerkende kracht witwassen met een interventie op verzoek van de machthebbers in Donetsk en Loegansk.

Die laatste variant behoort tot het klassieke repertoire van de Russische buitenlandse militaire politiek.

De interventies in Hongarije (1956), Tsjechoslowakije (1968), Transnistrië (1992), Zuid-Ossetië (2008) en de Krim (2014) waren acties waarom de lokale machthebbers, binnen of buiten de officiële regering, eerder officieel hadden gevraagd.

Kortom, geen inmenging, maar broederhulp.

    • Hubert Smeets