Een verlovingsring voor bij je teenslippers

Een sprookjesachtige roman over een Amerikaanse boekhandelaar op een fictief eilandje dwingt je bijna om al die mooie korte verhalen, die hij zijn grote liefde aanbeveelt, zelf eens te gaan lezen.

Gabrielle Zevin: ‘De verleiding om Zevin te blijven citeren is groot’ Foto Hans Canosa

Boeken over boeken zijn meestal moeizaam. Een roman over mensen die fictie lezen herinnert je eraan dat jij dat ook aan het doen bent – en meteen zit je niet meer in het boek, maar kijk je naar jezelf die een boek leest. Terwijl je dat boek juist wilde lezen om even aan jezelf te ontsnappen. En fictie over fictie is ook vaak te gewild intellectueel. Te elitair, te kijk-mij-eens-belezen-zijn. Met die gedachten begon ik aan De verzamelde werken van A.J. Fikry, boekhandelaar van Gabrielle Zevin, dus ik was er niet op voorbereid hoe mond-open-doen-vallend, verliefdmakend goed dit boek is.

Het is maar een klein boekje. Een korte roman met de sprookjesachtige sfeer van een kort verhaal. Maar, voor de duidelijkheid: geen novelle – A.J. Fikry, boekhandelaar, ‘behoorde vroeger tot het soort mensen dat de moeite nam dergelijk onderscheid te maken’, zoals Zevin hem laat schrijven in een van de intermezzi tussen de hoofdstukken. Voor een novelle zijn bijvoorbeeld de personages te complex, te écht. Dit is een boek dat bevolkt wordt door echte mensen. Echte mensen van wie sommigen toevallig van lezen houden.

Zoals Amelia (31), vertegenwoordiger bij een uitgeverij. Ze heeft net weer een internetdate achter de rug die vanaf het begin tot mislukken gedoemd was – dat had ze ‘niet onder ogen willen zien totdat ze hem bij het dessert vroeg welk boek de grootste invloed op zijn leven had gehad en hij antwoordde: Basisbeginselen Boekhouding Deel II.’

En A.J. Fikry zelf natuurlijk, een chagrijnige 39-jarige weduwnaar die de enige boekwinkel runt op het fictieve Alice Island. Als Amelia bij hem komt om boeken te verkopen, is dat omdat haar voorganger Harvey is overleden, zonder dat Fikry het wist. Nee hoor, ze waren geen vrienden, want ‘Steeds als ik hem zag, probeerde hij me iets te verkopen. Dat kun je geen vriendschap noemen.’ Maar die avond gooit Fikry zijn slecht opgewarmde bak diepvrieskerrie tegen de muur, want zijn vrouw Nic is ook al dood en hij mist ‘zelfs haar oksels. Die waren zo ruw als een kattentong en roken aan het eind van de dag naar melk die bijna zuur wordt.’

Niet dat hij zelf dood wil. ‘Ik vind het alleen moeilijk om er de hele tijd te zijn.’

De verleiding om Zevin te blijven citeren is groot, want wat is dit goed geschreven, en prettig vertaald ook nog, door Lidwien Biekmann. Maar nog even iets meer over het verhaal. Diezelfde avond wordt Fikry weer eens stomdronken, er wordt een zeldzaam en duur boek bij hem ontvreemd en iemand heeft zorgvuldig alle kerrie van de muur gesopt. Maar wie?

Hoe dan ook, dat boek was Fikry’s pensioen, nu moet hij dóór, met die boekwinkel die sinds Nics dood zo slecht loopt. En dan krijgt hij heel plotseling iets, nee, iemand om voor te leven – en het is niet eens Amelia – en begint het verhaal pas echt.

Voor die persoon, de grote liefde in zijn leven, schrijft Fikry de intermezzi tussen de hoofdstukken. Het zijn besprekingen van korte verhalen (zijn favoriete genre) die hij haar aanraadt, van Roald Dahl, F. Scott Fitzgerald, Edgar Allen Poe, onbekendere schrijvers.

Ter geruststelling: steeds als Zevins boek te sentimenteel dreigt te worden, zegt iemand iets als ‘Je kunt in deze fase van onze relatie geen nieuw koosnaampje meer voor me bedenken, hoor!’, of kiest iemand een verlovingsring voor zijn vriendin die goed past bij haar teenslippers. Want er zijn meer mensen in dit boek die de liefde van hun leven vinden, al vinden sommigen ook de dood.

En als in een sprookje krijgt Fikry heel Alice Island aan het lezen, zelfs de politieagenten. Net zoals Zevin haar lezers aan het vérder lezen krijgt. Al die korte verhalen die Fikry zo goed vindt, die moet ik ook eens opzoeken. En al die romans en thrillers die de personages graag lezen en die ik nog niet ken. En natuurlijk de zeven romans, deels voor jongvolwassenen, die de Amerikaanse Gabrielle Zevin (36), Harvard-afgestudeerd literatuurwetenschapper, eerder schreef. Ik had nog nooit van haar gehoord. Er gaat een wereld voor me open.