Droomburgers, met wat opstarthulp

Dat Nina buiten het terras zit verbaast me niets. Met haar elektrische rolstoel is ze gewend om in de marge te zitten, of een uitzonderingspositie te hebben – het is maar net hoe je het bekijkt.

We kennen elkaar van de basisschool. We deelden een voorliefde voor legerkleding, griezelfilms en kattekwaad, soms afgewisseld met heitje voor een karweitje, waarbij we rijk werden van zieligheid.

Twee meter verderop, aan een terrastafel, zit Ruud. Het duurt even voor ik doorheb dat hij bij haar hoort. Ik sta op en stel me voor, de rest van de middag wisselen we geen woord. Hij is haar begeleider vandaag, 24 uur blijft hij bij haar. 20 uur daarvan is betaald. Meer dekt het persoonsgebonden budget niet. De extra vier uur blijft hij vrijwillig – linkse-hobby-uren – want helemaal alleen kan Nina nooit zijn: ze zit aan een beademingsapparaat.

Hoewel het PGB al officieel tekort schiet om Nina in leven te houden, wil het kabinet er nog verder op korten. Nina is een kostenpost. Een lastpak ook, want een uniek geval waar geen enkel rugzakje bij past: haar verslapping lijkt op spierziekte, maar de diagnose is ongewis gebleven.

Nina, haar zus Zoë en moeder Yvonne (allen in een rolstoel) besloten kenbaar te maken dat ze niet alleen uit mincijfers bestaan. Regelmatig komen ze in de Tweede Kamer, waar, vier jaar geleden voor het eerst, verbaasd werd gereageerd: zitten jullie niet in een tehuis, horen jullie niet al dood te zijn?

‘We zijn hier.’ Die vluchtelingenroep zou zo van Nina en haar familie kunnen zijn. En niet alleen zijn ze: ze studeren, lopen stage, doen vrijwilligerswerk en bloggen over hun politieke betrokkenheid en gevecht om zorg. Of zoals Nina het gekscherend zegt: ‘We participeren.’ Rutte’s droomburgers, behalve dat ze wat opstarthulp nodig hebben. Bijvoorbeeld om uit bed te komen.

Vanmorgen heeft Ruud geholpen. Wij praten bij, zitten zij aan zij aan de buitenrand van het terras. Hij zit in de zon en kijkt wat rond. Vandaag zijn zijn vier onbetaalde uren geen straf.

Nina en ik hebben elkaar jaren niet gezien. Ik vertel haar dat ik dankzij onze innige basisschoolvriendschap nog altijd overal op rolstoelvriendelijkheid let. Hoe zijn de drempels, hoe breed is de deurpost, is er een toegankelijk toilet?

Binnenkort rijdt ze weer naar Den Haag. In haar bus met ingebouwd fietsstuur en extra spiegels, omdat ze haar nek niet draaien kan. Misschien kijkt ze daarom altijd vooruit. Nina, Zoë en Yvonne strijden door tot een aangepaste weg hen bovenin het Torentje van de minister-president brengt.

    • Simone van Saarloos