De affiniteit met muziek is verdwenen

Ex-dj Lex Harding spreekt voor het eerst in jaren over het stoppen van zeezender Radio Veronica - komend weekend veertig jaar geleden. „Tussen toen en nu heb ik zeven levens gehad.”

Lex Harding: „Veronica bestond uit mensen die van elkaar hielden én elkaar de hersens insloegen.” Foto Ilvy Njiokiktjien

‘In 1974 werden we genaaid door de politiek, zo voelde ik dat. Met Radio Veronica wilde we de mensen plezieren, volkomen onschuldig: plaatje draaien, enthousiast praatje erbij. Toch moest de zeezender stoppen ter bescherming van de verzuilde omroepen. Ik vond dat een groot onrecht. De demonstratie in 1973 van al die duizenden die wilden dat Radio Veronica bleef — de grootste naoorlogse demonstratie in Nederland van dat moment — werd gewoon van tafel geveegd. Mijn boosheid over alle beloften die niet waren nagekomen was bepalend voor de rest van mijn loopbaan. Ik was de populairste diskjockey van het land maar niemand wilde mij nog hebben. Die frustratie maakte een geweldige energie in mij los.

„Na het gedwongen einde moesten we overleven. Samen met Rob Out en Peter de Jager ben ik op zoek gegaan naar manieren om geld te verdienen met een uitgeverij, met de commerciële exploitatie van de Top 40, het Veronica Magazine, boeken, verzamelplaten, het ontwerpen van platenhoezen. We bedachten van alles, zo lang het maar iets opleverde. Dat maakte ons vindingrijk — gebruik makend van het commerciële instinct dat we bij Veronica hadden ontwikkeld.”

Ik leef in het nú

„In zekere zin ben ik altijd blijven streven naar het doen herleven van dat kleine leuke radiostation. Waar ik ook mee begon, met Sky Radio, Radio 538, TMF, bij alles had ik Veronica in mijn achterhoofd. Essentie: aanvoelen wat de mensen willen, wat populair is en zal zijn. Daarop inspelen, een band opbouwen met je publiek. Met de latere successen is mijn boosheid overgegaan. Bovendien heb ik, toen Veronica een grote publieke omroep werd, toch ook een mooie tijd gehad. Eigenlijk deed de radio er alleen toe als Veronica uitzond, op woensdag op Hilversum 2 en vrijdag op 3, onder andere als ik de Veronica Top 40 presenteerde. Ook ons muzikale tv-programma Countdown werd een enorm succes, binnen een jaar gingen we dik over AVRO’s Toppop heen.

„Ik ben niet nostalgisch ingesteld. Ik leef in het nú, niet in 1974. Sommige fans doen dat wel, die herinneren zich meer van de piratentijd dan ik en ze praten erover alsof het schip nog steeds op de Noordzee ligt. Tussen toen en nu heb ik zeven levens gehad. Ik denk niet veel aan vroeger. Dat maakt me ambivalent: de herdenking van de ondergang op 31 augustus 1974 hoeft van mij niet zo. Bij dat soort gelegenheden zie je altijd weer dezelfde mensen en het worden er steeds minder. De organisator van de Veronica-avond in Ahoy, komende zondag, is mijn buurman. Ik word dus min of meer gechanteerd. Maar goed, ik zal er zijn. Tegelijk: als ik erover spreek, besef ik toch weer dat ik iets bijzonders heb meegemaakt. Ik kreeg laatst een bandje uit de piratentijd, waarop ik Bruce Johnston van de Beach Boys interview. Toch bijzonder. Ik interviewde Graham Nash, diverse malen Mick Jagger, George Harrison. Toen stond ik er niet bij stil maar nu denk ik: dat deed ik toch maar.”

Iedereen doet elkaar na

„Het was een spannende tijd van pionieren, van dingen uitproberen en vooral veel uren maken. Het ging in een flow. We namen minstens vier, vijf uur radio per dag op, soms wel tien uur in twee studio’s tegelijk. Het was hard werken en weinig nadenken, al bereidde ik mijn uitzendingen altijd serieus voor. Ik wilde alles weten van de artiesten en hun platen, scoren met primeurs, de eerste zijn. In dat opzicht beschouwde ik zelfs mijn eigen collega’s soms als concurrenten.

„Meegaan in het ritme van de songs, daar ging het om. Samen met de technicus zorgen voor een goede mix van platen, jingles en stationcalls. De muziek stond centraal. Tegenwoordig hoor je dat haast niet meer. De dj van nu is meer een presentator, een entertainer die er van alles bijhaalt. Het platen jassen van ons, het aan elkaar breien van de liedjes was heel wat anders dan wat iemand als Giel Beelen nu doet. Beelen en andere dj’s staan er veel meer journalistiek in en in feite doen ze Edwin Evers na — die is daar onovertroffen in. De ouderwetse liefde voor de muziek zie je nog bij Frits Spits, en bij Rob Stenders. Al is het ook daar toch een kakofonie van stemmen, van sidekicks die meepraten over allerlei gebeurtenissen. Een dj die wil werken zoals wij in de piratentijd moet om te beginnen zelf zijn programma samenstellen. Dat kan niet want die affiniteit met de muziek is verdwenen. De muziek wordt bepaald door music directors en die hebben geen oren aan hun hoofd. Ze kiezen op basis van luisteronderzoek en zijn als de dood om risico’s te nemen. Het gevolg is eenheidsworst. Iedereen doet elkaar na.”

Zo goed was het achteraf allemaal niet

„Wij werkten alleen in een studiootje in Hilversum, bandjes opnemen die naar het zendschip werden gebracht in een waterdichte ton. In ons hokje probeerden we ons een voorstelling te maken van onze luisteraars, en daar praatten we dan tegen. We kregen ongelooflijk veel feedback van ons publiek. Nu praten dj’s tegen hun side kicks. Dit betekent overigens niet dat ik graag naar mijn oude opnamen luister. Zo goed was het achteraf beschouwd allemaal niet, eigenlijk nogal amateuristisch, beetje stijf. Alleen het format van de Top 40 is vrijwel onveranderd. Ik hoor nog steeds geluidjes die ik vroeger zelf heb uitgekozen. Een archaïsch programma, eigenlijk, het doet me beseffen hoe belangrijk de Top 40 voor ons was.

„Veronica was een familie van mensen die lol maakten, die van elkaar hielden én die elkaar de hersens insloegen. Toen we eerder dit jaar bijeenkwamen voor het televisieprogramma De Reünie bleek dat maar weer eens. Jan van Veen zou meedoen maar uiteindelijk wilde hij toch niet. Hij was boos op Tineke de Nooij. Zij zou naar de roddelpers hebben gelekt dat Van Veen in scheiding lag. Toen Jan dat hoorde wilde hij onder geen beding met Tineke in dat programma zitten. Haar ontkenning haalde niets uit. Ik hoorde ervan en dacht: er is nog altijd niets veranderd.”