Cultuur is gedoe om spullen en gewoontes

We maken ruzie over knikkers en over het al dan niet teruggeven van het goud uit de Krim. Emmer niet en stel gewoon iedereen tevreden, zegt Coen Simon.

Gouden broche uit de Krim-collectie. foto allard pierson museum

Als kinderen ruziën om een paar knikkers, omdat de inhoud van hun knikkerzakken door elkaar is geraakt, dan beschouwen we dat doorgaans als de ruis bij het echte leven. Kinderspel. Want wat doen een paar glazen knikkertjes en twee boze kinderen ertoe? Je verzint een list en ze zijn weer tevreden. Bovendien, morgen spelen ze weer met wat anders.

Toch heeft het zin om met dit perspectief te kijken naar de juridische en diplomatieke strijd om het Krim-goud in het Allard Pierson Museum – het archeologiemuseum van de Universiteit van Amsterdam. Voor de tentoonstelling ‘De Krim: Goud en Geheimen van de Zwarte Zee’ kreeg het museum begin februari unieke archeologische artefacten uit de collecties van vijf verschillende Oekraïense musea in bruikleen. Nog geen maand later kwamen vier van deze musea door het omstreden referendum op 16 maart onder Russisch bewind te staan. Moskou en Kiev eisen nu beide de kostbare stukken op waardoor het Allard Pierson onbedoeld in een ingewikkelde politieke twist is terechtgekomen.

De kwestie is zo heikel dat het museum vorige week besloot na afloop van de tentoonstelling op 31 augustus de stukken voorlopig in Nederland op te slaan totdat er juridische helderheid is. Maar zelfs het opschorten van een beslissing is in dit geval niet zonder gevolgen, want „wie gaat dan de verzekering van de stukken betalen”, vroeg museumdirecteur Wim Hupperetz zich in juli al in De Groene af.

Zo eenvoudig ligt het niet

Hoe moeilijk kan het zijn, denk je nu misschien. Als het Allard Pierson Museum zich aan de gemaakte afspraken houdt, stuurt het toch gewoon de stukken terug naar de musea waarmee de contractuele verplichtingen gelden? Maar zo eenvoudig ligt het niet. Het referendum van 16 maart wordt door de Verenigde Naties niet erkend waardoor de Krim wordt gezien als bezet gebied. De privaatrechtelijke afspraak tussen de musea is plotseling in de sfeer van het volkenrecht gekomen. Teruggeven is er strikt genomen niet meer bij omdat de eigenaar niet vanzelfsprekend nog de rechtmatige eigenaar is. Met een onafwendbaar tragisch gevolg: gaan de stukken terug naar de musea op de Krim, dan geeft een Nederlands museum Oekraïens cultureel erfgoed weg aan Rusland, maar gaan de unieke archeologische vondsten naar Kiev dan vallen waardevolle kunsthistorische verzamelingen uit elkaar. Elke beweging met het Krim-goud is ineens politiek geworden.

Met zo veel advocaten en diplomaten eromheen en vanwege de serieuze geldbedragen die de collecties waard zijn, zou je bijna vergeten hoe toevallig en willekeurig zoiets als cultureel erfgoed tot stand komt. Een nomadisch steppevolk heeft de gewoonte ’s avonds bij het kampvuur mooie dingen van goud te maken. Duizenden kilometers verderop ruilt het de waar voor eten of voor weer andere mooie spullen. Het een en ander belandt in graven waar het eeuwen later met theelepeltjes en schepjes weer uit de grond wordt gepeuterd.

Gekissebis om bezit is van alle leeftijden

Het gaat hier natuurlijk meer dan om een paar knikkers, maar zowel een kinderlijke twist over knikkers als het Krim-goud in Amsterdam leggen een belangrijk kenmerk bloot van de aard van de menselijke cultuur. Cultuur is gedoe om spullen en gewoontes.

Het gekissebis van kinderen over wat hen toekomt schrijven we doorgaans toe aan hun onvolwassenheid, maar zoals de zeventiende eeuwse Franse denker La Rochefoucauld schreef, is de volwassene ruimhartig over banale zaken omdat hij zicht heeft op iets groters. Oftewel het gedoe over bezit is van alle leeftijden. En als we wat beter kijken naar dit gedoe, dan zien we zelfs dat het helemaal niet zo kinderachtig is.

Bij het sussen van een ruzie om knikkers is het doorgaans voldoende als beide partijen het gevoel hebben dat er een eerlijke verdeling heeft plaatsgevonden, maar dat is niet hetzelfde als ieder evenveel geven. Het gaat er vooral om dat je luistert naar hun overwegingen, argumenten en waarderingen en niet dat je de zaak tot op de bodem uitzoekt. Sterker nog, in de grotemensenwereld van het Krim-goud is de waarheid over het eigendom ook niet doorslaggevend. Hoe hard de juristen van de Universiteit van Amsterdam ook werken – en achter de schermen die van Buitenlandse Zaken – uiteindelijk draait het niet om jurisprudentie, maar om de prudentie van de diplomatie die partijen tevreden weet te stellen. De machtigste krijgt het meest natuurlijk. En net als bij een knikkerkwestie gaat het hier ook vooral om het erkennen van de uiteenlopende belangen van kunsthistorici, archeologen, politici, machthebbers, hoeders van cultureel erfgoed en alle andere belanghebbenden.

Debat en geëmmer

Wat een gedoe om een paar van die spulletjes, denk je misschien nog steeds. En je zou gelijk hebben als het alleen maar om de dingen zelf zou gaan. Maar het gaat om het gedoe. Volgens de Duitse filosoof Boris Groys (1947) is cultuur het strijdperk waarin wordt gedebatteerd over wat wel en wat niet waardevol is. Het herijken van het waardevolle is zijns inziens de kern van de cultuur. Zo bezien is cultuur niet alleen een verzameling van gebruiken en artefacten, maar vooral het debat en geëmmer over deze zaken.

Dat dit gedoe de cultuur zelf is, blijkt ook uit het volwassen gebakkelei rondom ons nationale kinderfeest. Hoe moeilijk kan het zijn om de Piet een ander kleurtje te geven, als een deel van de samenleving aanstoot neemt aan de zwarte variant? Waarom niet net zo eenvoudig als de Hema te werk gaan en van de ene dag op de ander Zwarte Piet uit de winkel weren? Waarom gaat nota bene de burgermeester van Amsterdam in beroep tegen de uitspraak van de rechter over de Sinterklaasintocht? Omdat zonder dit gedoe de cultuur waardeloos zou zijn.

    • Coen Simon