Bussemaker steekt tot 2017 acht miljoen euro in talentontwikkeling

Het kabinet maakt tot 2017 acht miljoen euro vrij voor talentontwikkeling in de cultuursector. Dat schrijft minister Jet Bussemaker van Cultuur (PvdA) in een visiebrief over talentontwikkeling. Drie miljoen euro daarvan is bedoeld als laagrentende lening aan talentvolle kunstenaars.

Met het extra geld repareert Bussemaker enigszins de bezuinigingen van 200 miljoen euro van haar voorganger Halbe Zijlstra (VVD), waarbij talentontwikkeling zwaar werd getroffen. Zo werden de subsidies aan productiehuizen voor toneel en dans stopgezet en het aantal subsidies voor presentatie-instellingen voor beeldende kunst, waar veel beginnende kunstenaars kunnen exposeren, verminderd.

De ontwikkeling van talent stokt op een aantal punten, schrijft de minister nu. Kunstinstellingen willen meer mogelijkheden om zowel de beginnende als de meer ervaren kunstenaars te begeleiden. Via bestaande regelingen van kunstfondsen en door „ondersteuning op maat” gaat zij in de komende twee jaar nu vijf miljoen euro investeren in talent.

Het geld zal niet worden gebruikt om de productiehuizen of presentatie-instellingen weer te steunen. Wel krijgt het Fonds Podiumkunsten acht ton extra voor de regeling Nieuwe makers. Voor de beeldende kunst, de audiovisuele sector en de creatieve industrie is één miljoen euro beschikbaar.

Van de vijf miljoen euro wordt 1,4 miljoen besteed aan vijf artistieke coaches die het ministerie aanstelt. Die moeten hun expertise en netwerk inzetten om beginnende kunstenaars te ondersteunen in hun artistieke ontwikkeling of zorgen voor zakelijke begeleiding. Kunstenaars kunnen bij de Stichting Cultuur-Ondernemen een werkbudget van 9.000 euro per jaar aanvragen om van deze coaches gebruik te maken.

Daarnaast wordt drie miljoen euro vrijgemaakt voor kleine leningen met een korte looptijd om ondernemerschap bij beginnende kunstenaars te stimuleren.

De talenten die worden gesteund, worden de komende jaren ook gevolgd, „zodat duidelijk wordt wat wel werkt en wat niet”.