Als je er niet op ingaat, ben je direct een hoer

Een burgerinitiatief wil een wet die intimidatie van vrouwen op straat strafbaar stelt. Maar waar ligt de grens? Fluitende bouwvakkers mogen wel, ‘hoer’ roepen mag niet.

Filmstills uit de Belgische documentaire Femme de la Rue van Sofie Peeters, waarin te zien is dat zij in 2012 in Brussel constant wordt nageroepen.

Nicky Touw, 25, zag de auto aankomen in de Amsterdamse Rivierenbuurt eerder dit jaar. Ze moest uitwijken. Of ze wilde pijpen. „Ik heb ze genegeerd en uiteindelijk sloegen ze af. Ik voelde me onveilig en vernederd.”

Adriana Rodriguez, 34, krijgt elk jaar meermaals de vraag van groepjes straatjongens of ze seks wil. „Als ik niet reageer en doorloop, word ik uitgescholden voor hoer.”

Nederlandse cijfers voor seksuele intimidatie op straat ontbreken, maar volgens kenniscentrum seksualiteit Rutgers WPF heeft ruim een kwart van de Nederlandse vrouwen van 25 tot 70 jaar weleens te maken met seksueel kwetsende opmerkingen in de openbare ruimte. Buitenlands onderzoek, ingezoomd op ‘straatintimidatie’, laat keer op keer een nog verontrustender beeld zien: bijna de helft van duizend ondervraagde Londense vrouwen meldde in 2011 op straat te zijn lastiggevallen.

Hoe hoog de percentages in Nederland ook zijn, die straatintimidatie moet écht verleden tijd worden, vindt Gaya Branderhorst. Met Nicky Touw, Adriana Rodriguez en acht anderen – onder wie vijf mannen – startte zij het burgerinitiatief straatintimidatie.nl om de politiek te bewegen tot strafbaarstelling. „Vrouwen passen zich aan om intimidatie te ontlopen”, zegt Branderhorst. „Geen hakken meer, een andere route van tram naar huis. Hun vrijheid wordt beperkt.”

Beperking van de vrijheid

Seksuele intimidatie op straat valt volgens hen „net buiten” strafbepalingen als belediging en bedreiging. Er moet volgens hen een nieuw verbod komen, gericht op straatintimidatie. Fluitende bouwvakkers en sissende hangjongeren vallen daar niet onder, benadrukt Branderhorst. Het gaat om „acties die bedoeld zijn om te intimideren”, zegt ze. „Het roepen van ‘hoer’, ‘slet’, het maken van masturbatiebewegingen en een opmerking als ‘Wil je me pijpen?’” Agenten die getuige zijn van dit soort intimidatie, moeten de daders op de bon slingeren. Is die agent er niet, dan volstaat een telefoontje van het slachtoffer naar de de politie. „Aangifte doen is niet nodig”, zegt Branderhorst. „De agent kan zelf bewijs verzamelen. Praten met de dader en met mogelijke getuigen.” Al krijgt de politie het bewijs niet rond, dan heeft de dader in elk geval de politie op bezoek gehad. „Een belangrijk signaal.”

Universitair docent strafrecht Marloes van Noorloos van de Universiteit van Tilburg kent het probleem van intimidatie op straat. Ook zij is voor hoer uitgemaakt. „Vaak door heel jonge jochies. Het is vervelend om mee te maken.” Maar ze vindt dat ‘straatintimidatie’ niet thuishoort in het strafrecht. „Dit burgerinitiatief doet alsof er eenvoudig een onderscheid te maken is tussen flirten en intimidatie. Maak je een wet, dan loop je gevaar dat je allerlei onschuldig bedoelde uitlatingen verbiedt.”

Mag ‘prostituee’ wel?

De Nijmeegse hoogleraar sanctierecht Henny Sackers ziet ook juridische obstakels. „Stel, het roepen van ‘hoer’ is verboden en ‘slet’ en ‘wil je neuken?’ ook. Maar mag ik dan wel ‘prostituee’ roepen? Je kunt onmogelijk alle opmerkingen in de wet zetten.” Een verbod op straatintimidatie zal volgens Van Noorloos en Sackers indruisen tegen het ‘legaliteitsbeginsel’: een wet moet helder maken wat wel en niet mag, anders weten burgers niet waar zij aan toe zijn.

Sackers voorziet meer praktische problemen. „ Hoe verzamelt de agent bewijs voor de intimidatie? Het slachtoffer moet een signalement van de dader geven dat direct te herleiden is tot een persoon. Doe dat maar eens. En er moet minstens één andere getuige zijn. Die is dan meestal al doorgelopen.”

Marloes van Noorloos zegt – tegen de bewering van de initiatiefnemers in – dat de verboden op belediging en bedreiging wel degelijk relevant zijn voor sommige vormen van seksuele intimidatie. „Het criterium voor belediging is of je goede naam en eer zijn aangetast.” Sackers: „Een glazenwasser in de winkelstraat die een moeder – kind aan de hand – hoorbaar voor hoer uitmaakt, maakt zich strafbaar aan belediging.” En dan zijn er nog de wet overlast openbare ruimte, gemeentelijke verordeningen en de strafbepaling over hinderlijk volgen.

Maar het vrijheidsbeperkende effect dan, van straatintimidatie? Vrouwen die omlopen en zich niet meer durven te kleden zoals ze zouden willen? „Heel vervelend”, zegt Sackers. „Daarom is het goed dat het publiek debat wordt aangezwengeld.” Maar dit gaat over fatsoen, vindt hij. „En je kunt veel van strafrecht verwachten, maar niet dat het de samenleving fatsoen bijbrengt.”