Wie houdt in België het licht aan?

Zal er in België komende winter wel genoeg stroom zijn? Te lang bleven investeringen in nieuwe centrales uit. Alternatieven die snel soelaas bieden zijn er amper.

Als het een strenge winter wordt, is er niet genoeg stroom voor iedereen. Even slikken, zo’n boodschap, zeker als die afkomstig is van bewindvoerders die verantwoordelijk zijn voor de stroomvoorziening in één van de welvarendste landen ter wereld. Maar in België draait geen politicus er nog om heen: de productie van elektriciteit is in gevaar.

Van de zeven kernreactoren in België, gezamenlijk goed voor bijna 40 procent van de stroomvoorziening in het land, staan er na onlangs geconstateerde problemen – scheurtjes in reactorvaten, oververhitting en wellicht sabotage – inmiddels drie op non actief. Een vierde reactor sluit in september voor gepland onderhoud. Resultaat: 68 procent minder stroom uit kerncentrales, paniek bij burgers en bedrijven en fel debat in de politiek. Hoe kon dit zo uit de hand lopen?

„Het heeft nu geen zin om naar schuldigen te zoeken”, zegt Annemarie De Vreese van de CREG, de energietoezichthouder die de Belgische staat adviseert. De technische problemen bij een derde reactor, begin deze maand, kwamen volgens haar voor iedereen totaal onverwachts. Reden tot paniek is er niet, bezweert De Vreese. „Maar ik moet toegeven: de capaciteit is niet toereikend. Alle partijen in de energiesector doen er nu alles aan om de paniekgevoelens weg te nemen.”

Voorlopig zonder veel resultaat. „Als het metaal in onze ovens stolt, hebben we een héél groot probleem”, luidt een metaalconcern de noodklok in een Vlaamse krant. Bedrijven en ziekenhuizen hebben hun noodplannen klaarliggen. En in sommige provincies hebben de gouverneurs de burgemeesters bijeengeroepen om ze in te lichten over mogelijke brown outs, een inmiddels ingeburgerd Belgisch begrip: een aangekondigde kortstondige afsluiting van het stroomnet. Alleen al in de provincie (Belgisch) Limburg zouden 22 van de 44 gemeenten hier komende winter rekening mee moeten houden.

„Als kernenergieverslaafd land had de politiek dit mogelijke fiasco wel degelijk kunnen zien aankomen”, zegt Kristof Calvo, fractieleider van milieupartij Groen. „We weten dat we kwetsbaar zijn. Men heeft het op z’n beloop gelaten.”

Afscheid van kernenergie

In 2003 kwamen partijen in België overeen geleidelijk te stoppen met kernenergie. In 2025 zou de laatste reactor sluiten. Maar volgens Calvo hebben opeenvolgende regeringen gezorgd voor onduidelijkheid over die deadline. De energiebedrijven hebben volgens Calvo door die „blijvende onduidelijkheid niet durven investeren in de bouw van moderne gascentrales”.

Volgens de fractieleider van Groen is ook de complexe politieke structuur in zijn land debet aan de huidige problemen. „Op federaal niveau worden politieke besluiten genomen over kernenergie en de garantie van energiecapaciteit. Maar de gewesten – Vlaanderen, Wallonië en Brussel – bepalen zelf het beleid ten aanzien van alternatieven, zoals wind-, water- en zonne-energie. Dat loopt niet synchroon.”

Energiespecialist Tom De Meester van de uiterst linkse partij PVDA zegt dat „de ellende” begonnen met de liberalisering in 2003 van de energiemarkt in België. De bedrijven beloofden te investeren in nieuwe gascentrales. „Broodnodig, ter vervanging van kernenergie”, aldus De Meester. „Maar door de slechte winstvooruitzichten kwamen die centrales er niet. Van hun beloftes kwam niets terecht.”

Bedrijven met continuprocessen, zoals in de staal- en chemiesector, moeten in het geval van een ‘brown-out’ op hun hoede zijn, zegt Johan Albrecht, energie-expert en hoogleraar economie aan de Universiteit Gent. De politiek heeft onvoldoende geanticipeerd, er had meer aandacht moeten worden besteed aan diversificatie van het aanbod, zegt Albrecht.

Dalende prijzen als gevolg van de economische crisis sinds 2007 hebben volgens hem alle partijen extra in het nauw gebracht. „De energiesector is radicaal veranderd: de markt krimpt voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog, en doordat er steeds meer aandacht en kapitaal voor hernieuwbare energie is, is de capaciteit niet langer gegarandeerd. Neem windenergie. Mooi, maar risicovol. Het moet wel waaien hè! In deze onzekere markt aarzelen alle belanghebbende partijen.”

In theorie zou België ook (tijdelijk) meer stroom kunnen importeren uit buurlanden, maar in de praktijk ontbreken daarvoor komende tijd het aanbod (Frankrijk), danwel de benodigde verbindingen (Duitsland, Nederland en Verenigd Koninkrijk).

Nieuwe energiemix

Zo maken Belgen zich in toenemende mate zorgen of zij de winter wel doorkomen. „Ik kan helaas niet garanderen dat het níet tot ‘brown-outs’ zal komen”, zegt De Vreese van toezichthouder CREG. Op de lange termijn moet België volgens haar op zoek naar een nieuwe, evenwichtiger mix in zijn stroomvoorziening die schokken kan opvangen. Op de korte termijn heeft ze vooral zorgen. „Er wordt gewerkt aan noodplannen en aan een strategische reserve, maar het risico ligt op straat.”

Hoogleraar Albrecht voorziet dat recent stilgelegde, wegens de marktontwikkelingen onrendabel geachte gascentrales, weer in gebruik worden genomen. En er zullen afspraken worden gemaakt over compensatie met bedrijven over het tijdelijk afkoppelen van de stroom. „In een strenge winter kan een bedrijf met diepvriesvlees best even zonder.”

Op lange termijn voorziet Albrecht vooral imagoschade. „Verhalen over stroomuitval schrikken multinationals af om nog te investeren in België.”

    • Tijn Sadée