Wachten op een talent van Mars

Bij het begin van de tweede ronde zijn alle Nederlandse tennissers al uitgeschakeld in het enkelspel. Hoe slecht is het gesteld met het Nederlandse tennis?

Igor Sijsling (links) in actie tegen Victor Estrella uit de Dominicaanse Republiek.Robin Haase (rechtsboven) in zijn partij tegen Andy Murray.Kiki Bertens (rechtsonder) op de US Open tegen Timea Bacsinszky. Foto’s ANP

Robin Haase kan in de eerste ronde van de US Open niet eens winnen van een hinkende en van pijn verkrampende tegenstander. Igor Sijsling stort na anderhalve set in en wordt vervolgens van de baan geveegd door een 34-jarige debutant uit de Dominicaanse Republiek. Kiki Bertens bezwijkt in de brandende hitte op Flushing Meadows en geeft haar openingspartij halverwege de tweede set op. En in het kwalificatietoernooi waren de negen Nederlandse deelnemers ook al allemaal uitgeschakeld, met de opgaven van het voormalige wereldtalent Thiemo de Bakker en Jesse Huta Galung als dieptepunt. Het stelt niets meer voor, dat Nederlandse tennis.

Maar wat nou als Haase die twee cruciale smashes diep in de vierde set wel binnen timmert, of de lijnrechter niet die ene belangrijke winner op de lijn foutief als ‘uit’ beoordeelt? Dan verslaat de Nederlandse nummer één zomaar de wereldtopper Andy Murray, als achtste geplaatst. Speelt hij in de tweede ronde tegen de Duitse qualifier Thomas Bachinger. En ligt de weg naar zijn beste resultaat ooit in een grandslamtoernooi – derde ronde op de Australian Open en Wimbledon 2011 – ineens wide open.

Als Sijsling zijn goede niveau van de eerste anderhalve set net iets langer volhoudt, staat hij allicht kansrijk in de tweede ronde tegen de Kroatische nummer 208 van de wereld, Borna Coric. En hoe sterk is Bertens, als ze ondanks een maagvirus wel de eerste set wint en tot flauwvallens toe volop blijft strijden in de tweede? Zonder haar noodgedwongen opgave speelt ze zichzelf misschien in de kijker in een tweede rondepartij tegen Venus Williams. Hoe slecht is het Nederlandse tennis, als de eerste ronde van de US Open begin deze week net even anders loopt?

‘Het Nederlandse tennis’ bestaat eigenlijk niet, althans nauwelijks, op profniveau. De lege term is slechts een optelsom van de resultaten van individuele spelers, met elk hun eigen aanpak en begeleiding. Alleen in de Davis Cup (mannen) en Fed Cup (vrouwen) komen de nationale toppers een enkele keer per jaar uit in teamverband. De vrouwen bereikten in april onder de nieuwe captain Paul Haarhuis voor het eerst sinds 1999 de wereldgroep. De mannen, met Jan Siemerink als captain, spelen van 12 tot en met 14 september in Amsterdam tegen Kroatië om op het hoogste niveau te blijven.

Knappe teamresultaten, want individueel zijn de Nederlandse toppers van deze generatie niet van bewezen wereldklasse. Kopman Haase handhaaft zich in de top-70, maar lijkt op te lopen tegen fysieke limieten van een chronische knieblessure. Hij heeft al zijn mentale kracht nodig om niet gefrustreerd te raken. Toch haalde hij dit jaar de laatste 64 op Wimbledon, een prestatie die bij zijn ranking past.

Momenteel zakken Sijsling en Huta Galung op de wereldranglijst, blijft De Bakker hangen rond plek 140 en zoekt bij de vrouwen Arantxa Rus (153) naar het spel dat haar in 2012 nog op plek 61 bracht.

Tegenover de ‘zakkers’ staat dit seizoen de terugkeer van de pas 22-jarige Bertens, die na een ernstige enkelblessure weer een vaste waarde is in de top-100. En op Roland Garros liet zien waar ze ook op het hoogste niveau toe in staat is: een plaats in de achtste finale, waarin ze tegen Andrea Petkovic zelfs goede kansen had op meer. „Kiki heeft het in zich om langere tijd in de top-50 te staan”, voorspelt Fed Cupcaptain Haarhuis in het blad Tennis.nl.

„Who the fuck is Whorehouse”, luidde de legendarische vraag van John McEnroe, toen hij in 1989 in de tweede ronde van de US Open verloor van de onbekende qualifier Haarhuis. Zulke verrassingen van nieuwe Nederlandse tennissers zijn op korte termijn niet te verwachten. Kwestie van kwaliteit, en misschien wel jaren wachten op dat ene uitzonderlijke talent uit de opleiding. Zoals Canada nu plotseling over de jonge wereldtoppers Milos Raonic en Eugenie Bouchard beschikt, en als tennisnatie geldt. „Ik kom van Mars”, diende Haarhuis destijds McEnroe van repliek. Misschien moet de Nederlandse tennisbond daar gaan scouten.

    • Maarten Scholten