Webshops slecht voor de detailhandel? Juist niet, want er zijn meer banen

Foto ANP

Internet en de crisis. Ze leken een dodelijke combinatie voor de detailhandel. Klanten gaan het internet op, geven minder uit, de behoefte aan nieuwe winkels loopt terug, de winkelleegstand stijgt en dus raken meer mensen hun baan kwijt. Slecht nieuws, toch?

Niet per se, blijkt nu uit cijfers van het ING Economisch Bureau. De opmars van webwinkels heeft de afgelopen jaren gezorgd voor een vacaturestroom.

Een verdubbeling van het aantal banen in webshops…

De werkloosheid nam tot voor kort landelijk toe en de koopkracht en consumptie daalden de afgelopen jaren door de crisis, maar de opmars van de webshop was van 2007 tot en met 2013 goed voor zeker 21.000 banen. Een ruime verdubbeling.

De webshops helpen de bedrijfstak er een beetje bovenop: in de hele sector nam het aantal banen zo toch toe met vijf procent. Daarbij hielp ook dat de openingstijden van winkels steeds ruimer zijn geworden.

Per provincie verschilt wel behoorlijk hoeveel banen de webshops creëren:

… en een verdubbeling van het aantal webshops

Het aantal webshops is in de periode 2010-2013 ook meer dan verdubbeld.

ING verklaart:

“Het grote aantal starters illustreert dat de drempel om een webshop te openen relatief laag is.”

Reguliere winkels - met een aanbod in non-food-artikelen - zagen hun omzet vorig jaar met 4,6 procent dalen. Maar ook hier compenseerden de webshops: de omzet daarvan nam met tien procent toe.

Goed nieuws voor een van de grootste werkverschaffers

Fijn voor werknemers in de sector dus, want de detailhandel is in alle provincies een van de grootste werkgevers. In Flevoland, Limburg en Zeeland zorgt de branche voor ruim tien procent van de totale werkgelegenheid.

Maar…

Het is niet enkel positief, legt Thijs Geijer van ING uit. Meer online verkoop zorgt nog steeds voor leegstand in de winkelstraat. En het aantal uren dat een winkelwerknemer werkt, is wel afgenomen. Hetzelfde werk door meer mensen dus. Geijer:

“Ondernemers die een webwinkel beginnen, kunnen ook parttimers zijn. Het kan dat ze maar tien uur in de week aan hun webwinkel werken naast een fulltime baan.”

Of het aandeel parttimers is toegenomen, is nu niet geregistreerd. Dat zou de cijfers positiever kunnen laten lijken dan ze zijn.

De lage drempel om een webwinkel te beginnen, kan ook verraderlijk zijn. De concurrentie is hoog, het valt niet mee online gevonden te worden en professionalisering als het mogelijk maken van online betalingen blijkt voor kleine ondernemers al snel tegen te vallen.

“Er zijn veel starters, maar het aantal winkels dat binnen één à twee jaar sluit is ook hoog.”

Het risico op een omslag is daardoor groot. Kijk maar naar Zeeland. Daar steeg het aantal webwinkels niet genoeg, waardoor het totaal aantal banen in de detailhandel per saldo afnam.

ING noemt het een mogelijke “voorbode voor andere provincies”. Als de groei van webwinkels stagneert - wat ING niet voor 2020 verwacht - dan hebben de provincies dus wel degelijk een probleem. Want op fysieke winkels blijft de druk voorlopig sowieso groot. Vooral Friesland, Gelderland en Limburg lopen risico.

    • Yordi Dam & Anouk van Kampen