Venetië heeft met Birdman opnieuw een geweldige openingsfilm

Michael Keaton (62) was met Batman (1989) en Batman Returns (1992) medeschuldig aan de superheldenrage die Hollywood al bijna een kwart eeuw domineert. In een poging serieus te acteren zakte hij weg. Nu speelt Keaton in Birdman een gesjeesde acteur die ooit triomfen vierde als de gelijknamige superheld. Hoe meta kan het worden? En daarmee heeft Venetië, na Gravity vorig jaar, opnieuw een geweldige openingsfilm.

De pers jubelt, de galapremière van Birdman was gisteravond in Venetië een liefdesfeest en de sterren zaten vanochtend in Villa Laguna, met achter zich de oude stad, zielstevreden te spinnen. Edward Norton, die naast Keaton schittert als een anarchistische hork van een acteur die alleen eerlijk – en potent – kan zijn op het podium, vergeleek deze rijke, bovennatuurlijke komedie met zijn beste films: American History X en Fight Club die, zo herinnerde hij zich, vijftien jaar geleden in Venetië heel wat zuiniger werd ontvangen.

Net als Gravity is Birdman een tour de force

Net als Gravity heeft Birdman een Mexicaanse regisseur, Alejandro Iñárritu (Babel, Biutiful). Zowel Norton als actrice Emma Stone imiteerden op verzoek met Mexicaanse tongval diens “No, no, NO! That is not good”. Cameraman is Emmanuel Lubezki, vorig jaar met een Oscar onderscheiden voor Gravity.

Visueel is ook dit een tour de force: Birdman lijkt één doorlopende ‘long take’, met de camera die de spelers door de nauwe gangen en verloederde kleedkamers van het St. James Theatre aan Broadway volgt. De langste take duurde volgens Stone acht minuten.

Voor wie doet hij het nu eigenlijk?

Keaton speelt de vervagende Hollywoodster Riggan Thomson, ooit beroemd als Birdman, die nu al zijn geld en reputatie heeft ingezet op een door hemzelf geschreven, geregisseerd en gespeeld toneelstuk naar Raymond Carver. Echte kunst, lekker belangrijk, vindt zijn rancuneuze junkiedochter (Stone). Voor wie? Is een superheldenfilm zoveel minder dan een toneelbewerking van een 65 jaar oud boek, bekeken door duizend rijke blanken die vooral verlangen naar de cocktail na afloop?

Riggan kan niet terug. Geholpen door zijn vriend en advocaat, die kruipolie zweet, zwoegt hij om zijn ijdelheidsproject te realiseren. Hij laveert tussen neurotische actrices en destructieve acteurs, zijn dochter, zijn vriendin, z’n ex, advocaten en zijn eigen cynische superego Birdman die hem continu ondermijnt terwijl de critici hun messen al slijpen. Voor wie doet hij het nu eigenlijk?

Te goed voor veel Oscars

Met al zijn prachtige dialogen, paranormale fenomenen en hyperemotionele uitbarstingen weet Birdman toch steeds in balans te blijven en zelfs allerlei interessante dingen te zeggen over liefde en narcisme, de dwingende eis van authenticiteit, Hollywood en Broadway, high en low culture, auteursfilms en blockbusters, oude en nieuwe roem. Wat maakt het nog uit als The New York Times je fileert? Je kan altijd viral gaan, in onderbroek op Times Square.

Je kan het Fellini voor de 21ste eeuw noemen, als de film niet zo uniek was. Een film om twee, drie keer te zien, en wellicht iets te complex, intens en intelligent - te goed - voor veel Oscars, al zijn acteur wel dol op films over acteurs. Maar een parel voor Venetië, en een geheid hoogtepunt van filmjaar 2014.

    • Coen van Zwol