Slecht, maar best wel leuk

Rampenfilms zijn een lastig genre. Iedereen zit te wachten op de ramp, maar meestal laat die minimaal een uur op zich wachten. De gedachte is dat het publiek eerst een band met de personages moet opbouwen, zodat het des te erger is als ze met de dood worden bedreigd. Daarna is het vrij baan aan trucages die je – als het enigszins meezit – van de sokken blazen. Into the Storm doet het keurig volgens het boekje, vrijwel alle hoofdpersonen krijgen een (traumatische) voorgeschiedenis. Zo verloren Donnie en Trey, de zonen van een adjunct-directeur van een middelbare school, hun moeder en heeft weerkundige Allison een dochtertje dat ze al drie maanden niet heeft kunnen zien. Zij maakt deel uit van een team ‘stormjagers’ dat onder leiding staat van de maniakale Pete. Hij wil koste wat kost een film maken over een tornado met beelden vanuit het oog van de storm. Pete krijgt die kans als een tornado richting een klein stadje gaat.

Veel beelden van Into the Storm zijn zogenaamd gemaakt door amateurs, een vorm die de laatste jaren een grote vlucht nam. Deze stijl moet realisme suggereren maar ontaardt meestal in het tegendeel. Want hoe komt bijvoorbeeld het geluid zo goed, zelfs bij opnames van ver af? De effecten zijn ruimschoots in orde. Sommige situaties, dialogen en emotioneel bedoelde momenten zijn daarentegen onbedoeld lachwekkend, zodat uiteindelijk iets ontstaat dat een cultervaring biedt volgens het principe: zo slecht dat het wel weer leuk wordt.

    • André Waardenburg