Rijksmuseum verhoogt entreeprijs en rekent toeslag bij blockbusters

Het Rijksmuseum verhoogt per 1 november de toegangsprijs van 15 naar 17,50 euro. Die dag opent de nieuwe expositieruimte in de Philipsvleugel. De prijsverhoging blijkt uit de publieksinformatie op de website. Voor de blockbustertentoonstelling over de late Rembrandt vanaf februari volgend jaar zal bovendien een toeslag worden gerekend van 7,50 euro.

De prijsverhoging is opvallend na het recordbezoekersaantal dat het museum sinds zijn heropening in 2013 heeft gezien. In het kalenderjaar kwamen 2.246.122 bezoekers, terwijl er voorzichtig op 1,4 miljoen was begroot. Uit het financieel jaarverslag blijkt dat het Rijks 7 miljoen euro meer aan entreegelden (21,9 miljoen euro in totaal) heeft verdiend dan het had begroot. In de eerste twaalf maanden na heropening bezochten 2.780.903 mensen het museum.

De prijsverhoging was voor de heropening al voorzien. Zakelijk directeur Erik van Ginkel zei destijds al in deze krant dat besloten was in het eerste jaar de entreeprijs niet te verhogen, maar dit later wel zou gebeuren. Na een bezuiniging van 5,5 miljoen op de overheidssubsidie streeft het museum ernaar om de helft van het benodigde geld uit eigen inkomsten te halen. Dat is in het eerste jaar ruim gelukt. Uit het jaarverslag blijkt het percentage eigen inkomsten op de totale baten in 2013 op 63 procent te zijn uitgekomen.

Behalve uit entreegelden haalde het Rijks ook meer sponsorgelden binnen dan begroot. Die leverden 3,8 miljoen euro op, terwijl 3 miljoen was gebudgetteerd. De opbrengsten uit de winkels kwamen met 5 miljoen euro drie ton lager uit dan begroot.

Of het museum nu rekening houdt met een dalend bezoekersaantal als de openingshausse over is, kan een woordvoerder niet zeggen. De expositietoeslag zal alleen bij grote blockbusters worden gerekend, waarvoor het museum hogere kosten heeft. Ook Museumkaarthouders zullen dat extra bedrag moeten betalen, maar kinderen tot 18 jaar en Vrienden van het museum kunnen gratis naar die exposities.