Productie van duurzame stroom dreigt te stagneren

Wereldwijd groeit het aandeel duurzame stroom snel. Maar de vaart dreigt eruit te raken, waarschuwt agentschap IEA.

Het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit groeit snel. In 2013 zelfs met 5 procent, de snelste groei ooit. Wereldwijd wordt nu bijna 22 procent van de elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare bronnen, zoals waterkracht, zonne-energie, windmolens en biobrandstoffen. Ongeveer evenveel als er aan stroom wordt opgewekt in gascentrales.

Maar het tempo dreigt de komende jaren af te zwakken, waarschuwt het Internationale Energie Agentschap (IEA) vandaag. In het jaarlijkse Medium-Term Renewable Energy Market Report noemt het IEA onzekerheid over het beleid van de verschillende landen als de belangrijkste oorzaak van de afvlakkende groei.

Duurzame stroomproductie moet een belangrijke bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Volgens de berekeningen van het energie-agentschap zal het aandeel duurzame stroom tot 2020 slechts van 22 procent naar 26 procent groeien. De opwarming van de planeet met maximaal 2 graden wordt op deze manier niet gehaald, aldus het IEA.

Opmerkelijk genoeg komt het grootste deel van de groei, 70 procent, niet uit de westerse industrielanden (OESO), maar uit landen als China en Brazilië. Vooral China is in hoog tempo bezig om duurzame energiebronnen te ontwikkelen. Wereldwijd is China goed voor ongeveer 40 procent van de toename.

De groei buiten de westerse industrielanden die zijn aangesloten bij de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) wordt getemperd door onvoldoende financieringsmogelijkheden en ouderwetse elektriciteitsnetwerken.

Binnen de OESO-landen stagneert de groei de komende jaren vooral doordat de vraag naar elektriciteit afneemt (door verminderde industriële activiteit) en door een toenemend marktrisico, voorspelt de IEA.

De organisatie wijst er op dat in veel landen de traditionele elektriciteitscentrales onder druk zijn komen te staan door het aanbod van duurzame energie. Volgens het IEA hebben daarnaast alle elektriciteitsproducenten te lijden van de lage stroomprijzen die een gevolg zijn van overaanbod van dit moment. De organisatie wijst erop dat de onduidelijkheid over het Europese klimaatbeleid na 2020 de investeringen niet helpt. Ook roept het IEA opnieuw op om haast te maken met de aanleg van een Europabreed elektriciteitsnetwerk zodat de duurzaam opgewekte stroom makkelijker kan worden ingepast.

IEA-directeur Maria van der Hoeven wil dat regeringen met een duidelijk, op elkaar afgestemd beleid komen. Met name als het om subsidies gaat. „Veel vormen van duurzame energie hebben niet zozeer subsidie nodig, als wel een markt die investeerders een redelijke en voorspelbare opbrengst levert.” Van der Hoeven vindt dat er daarom serieus moet worden nagedacht „over het soort markt dat kan zorgen voor een meer duurzame energiemix in de hele wereld”.