Patiënt met hoge bloeddruk kan zelf zijn medicatie aanpassen

Patiënten met hoge bloeddruk die zelf meten en hun pillen doseren, verlagen hun kans op een beroerte met een derde.

Het bijstellen van medicatie om hoge bloeddruk te verlagen kan de dokter beter aan de patiënt overlaten. Dat blijkt althans uit een Britse studie die gisteren verscheen in het Journal of the American Medical Association. Mensen met hoge bloeddruk hadden na een jaar lang zelf bloeddruk meten en aanpassen van de dosis bloeddrukverlagers een bovendruk die 9 millimeter kwikdruk lager was dan een groep mensen die het meten en aanpassing van de medicatie overliet aan de huisarts.

Volgens het team onder leiding van Richard McManus van de University of Oxford betekent dit verschil in bloeddrukverlaging dat de ‘doe-het-zelvers’ een 30 procent lagere kans op een beroerte hebben. Om die lagere bloeddruk te bereiken slikten de patiënten in de experimentele groep gemiddeld wel bijna een pil meer dan de controlegroep.

Deze patiënten slikten vaak al een combinatie van verschillende middelen. Voor iedere patiënt uit de thuisgroep was vooraf een individueel stappenplan opgesteld dat voorschreef hoe de medicatie moest worden aanpast in reactie op de gemeten bloeddruk. Iedere maand moesten de patiënten daarvoor een week lang tweemaal daags hun bloeddruk meten.

De onderzoekers denken dat de hogere dosering van de bloeddrukverlagers in de experimentele groep verantwoordelijk is voor het betere resultaat. Maar de studie vermeldt niet of de thuisdokterende patiënten misschien tegelijk gezonder zijn gaan leven, wat ook kan bijdragen aan bloeddrukverlaging. Door zelf te meten is de betrokkenheid van de patiënt bij zijn aandoening wellicht groter.

Het is nog wel de vraag hoeveel hogebloeddrukpatiënten in de praktijk zelfregulatie willen. Dat ondervonden ook de onderzoekers al: het overgrote deel van de patiënten die zij uitnodigden voor deelname bleek huiverig voor het experiment of durfde de medicatie niet zelf in handen te nemen.