Nienhüser speelt met verwachtingen

Honderden kunstenaars studeerden weer af deze zomer. Wie springt eruit? Vandaag als één na laatste in een serie: Hannes Nienhüser van de Artez in Enschede.

Installatie van Hannes Nienhüser waarmee hij afstudeerde aan de kunstacademie in Enschede: alles lijkt vertrouwd, maar is dat niet.

Hannes Nienhüser heeft in de kelder van Artez een installatie gemaakt die je langzaam overmeestert. Het begint als buitenkant van een huis: tuin, plastic zwembadje, muren, een raam, openstaande deur. Huisnummer 0,9.

Leuk, denk je, 0,9. Binnen is een zithoekje met een bureau en vloerkleedje rond een echt metalen putrooster. Boven het bureau hangt een schilderij van een naakte vrouw dat als boodschappenlijstje wordt gebruikt: „Bananen, kaas, tandpasta, brood.” De prullenbak ernaast zit vol rollen met vuilniszakken. Een ventilator blaast geen lucht uit. Een slordig gekleid paardje kijkt naar een voorbeeldfoto in een kunstboek van een echt paard. Op een kastje staat een kamerplant met bladeren in camouflagestijl. Daaronder op een plank een vol pak halfvolle melk en een halfvol pak volle melk.

Het begint door te dringen hoe hier de werkelijkheid komisch wordt verdraaid. „Het idee was dat je niet weet of het een expositie is of een woonkamer”, zegt Hannes Nienhüser (Duitsland, 25) die in Enschede afstudeerde als beeldhouwer. „Door de huiselijke context komt het dichterbij. Je ziet allemaal dingen die vertrouwd lijken, maar die niet kloppen. Ik maak een kloof tussen wat je weet en wat je ervaart. Je verwacht een ventilator waar lucht uitblaast en als je beter kijkt zie je dat het niet klopt. Dan ontstaat in je hoofd een tussenruimte. Als het voorwerp zijn nut of functie niet meer heeft, zie je alleen nog het object en begin je misschien na te denken. De discrepantie tussen wat je weet en wat je ziet maakt het ook grappig.”

Wat dat betreft doet Nienhüsers werk denken aan het magisch realisme van René Magritte. Zelf bewondert hij tekenaar David Shrigley en beeldhouwer Erwin Wurm. Hij wil niet dat iemand zijn installatie afdoet als een verzameling grapjes. „Humor is een goed middel om dingen toegankelijk te maken, maar er moet wel iets overblijven. Lachen is een reactie als je geen juistere reactie kunt vinden. Het vult de leegte. Maar je moet je wel afvragen waarom je lacht. Ik wil dat je de volgende keer anders kijkt naar een pak halfvolle melk. Ik toon het absurdisme dat al bestaat.”

Weer buiten uit de woonkamer van zijn huisje, blijkt wat een gewoon tuintje leek ook vol absurde twists te zitten. Tegen het houten tuinhekje van 50 centimeter hoog staat een rood laddertje. Zinloos omdat het hekje zo laag is, tweemaal zinloos omdat de ladder het hek overbodig maakt. Tenzij het een kabouterladder is. Topstuk is het blauwe plastic zwembadje dat niet vol water maar vol kattenbakgrind blijkt te zitten en waar de staart en oren van een snorkelende poes uitsteken.

Zijn hardere kant toont Hannes Nienhüser niet op de expositie maar buiten aan toevallige voorbijgangers die door het raam even bij zijn expositie naar binnen kijken. Voor hen leesbaar heeft hij de woorden „you will die” op de ruit geplakt. In van die feestelijke letters die op een verjaardag in een slinger „happy birthday” spellen. „Het is niet onaardig bedoeld”, zegt Nienhüser. Want volgens hem is iemand feliciteren met zijn verjaardag eigenlijk hetzelfde als zeggen dat je een stapje dichter bij de dood bent.

    • Dirk Limburg