‘Nederland bestaat voor 15 procent uit natuur’

Natuurmonumenten naar aanleiding van een campagne over natuurbeleving

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Misschien begint er vandaag wel een boswachter tegen je te praten in de trein. Hij zal vragen of je weleens in de bossen komt, en of je het er druk vindt.

Natuurmonumenten heeft vanmorgen namelijk „het startschot” gegeven voor een „landelijke achterbanraadpleging over natuurbeleving”. In elke provincie worden debatten georganiseerd, op de website kun je een enquête invullen en er zijn dus boswachters in de trein.

Aanleiding: ‘In ons land maakt natuur nog ongeveer 15 procent uit van het landschap. 16 miljoen mensen moeten hier voor hun ontspanning gebruik van maken’, aldus de organisatie. Zo ontspannen is het misschien wel niet meer in de bossen.

We checken of Nederland voor 15 procent uit natuur bestaat.

Waar is het op gebaseerd?

Het percentage is afkomstig uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving, zegt de woordvoerder van Natuurmonumenten. Welk rapport weet ze niet meer. „Je moet maar even zoeken. Ik ben benieuwd wat eruit komt.”

En, klopt het?

We halen de 15 procent door de zoekmachine op de website van het Planbureau voor de Leefomgeving. Dat levert weinig op. Ook het steekproefsgewijs lezen van rapporten geeft weinig resultaat.

Dus bellen we de woordvoerder van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het betreffende rapport vindt ze niet. De cijfers wel. Het is maar wat je onder natuur verstaat, zegt ze. „Als we de definities van het CBS, zoals gebruikt in de Kaart bodemgebruik van Nederland, hanteren, dan bestaat Nederland voor ongeveer 14 procent uit ‘bos en open natuurlijk terrein’.”

Natuurgebied wordt op die kaart aangegeven met donkergroene stipjes. Alleen de Veluwe en de Utrechtste Heuvelrug zijn groter dan dat; herkenbaar als donkergroene vlekken.

Terug naar de definitie van natuur. Als je alles wat buiten groen is natuur noemt, dan kom je op een veel hoger percentage uit. De kaart kleurt namelijk vooral lichtgroen: landbouwgrond. Volgens het CBS wordt 67 procent van het Nederlandse landoppervlak gebruikt voor landbouw.

Frank Berendse, hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan de Wageningen Universiteit, telt de weilanden niet meer mee. „Als we over natuur spreken kijk ik naar de wilde dieren en planten die in ons land voorkomen”, zegt hij. Van oudsher hoorde daar ook een agrarisch landschap bij, maar: „de afgelopen dertig jaar heeft daar een dramatische verarming plaatsgevonden.”

Neem de Hollandse polders waar koeien grazen. Vroeger bestonden de weilanden uit een grote variatie kruiden en verschillende soorten gras. In de graslanden wemelde het van de grutto’s, kieviten en veldleeuweriken. Berendse: „Daar is tegenwoordig weinig meer van over.”

Ook met de 14 procent natuur die er nog is, staat het er niet goed voor. Volgens Berendse is dat onvoldoende oppervlakte om de Nederlandse natuur een duurzame toekomst te geven. „Zeker omdat dat percentage ook aanzienlijke oppervlaktes aangeplant naaldhout bevat die voor de Nederlandse biodiversiteit van geen enkel belang zijn.”

Kijk maar eens om je heen als je op de Veluwe loopt. Je zult er vooral dennenbossen zien. Maar veel van die bossen zijn houtakkers. Om de zoveel jaar worden de dennenbomen gekapt. Daarna worden er nieuwe boompjes geplant.

Berendse: „Op de laatste biodiversiteitstop van de Verenigde Naties is afgesproken dat elk land minimaal 17 procent van het grondoppervlak moet reserveren voor natuur. Daar zitten wij behoorlijk onder.”

Conclusie

„In ons land maakt natuur nog ongeveer 15 procent uit van het landschap”, aldus Natuurmonumenten. Volgens de Kaart bodemgebruik van Nederland, gemaakt door het CBS, is het ongeveer 14 procent. Omdat Natuurmonumenten sprak van „ongeveer 15 procent” beoordelen we de stelling als waar.