Levenseindekliniek: wij zoeken de grens niet op, dat doet de patiënt

Directeur Levenseindekliniek

„We gaan niet ineens stoppen met het helpen van wilsonbekwame mensen.”

De Levenseindekliniek heeft „onzorgvuldig” gehandeld bij de uitvoering van het euthanasieverzoek van een 86-jarige vrouw die niet meer kon communiceren en tegen haar zin in een verpleeghuis belandde. Dit oordeel van de Toetsingscommissie Euthanasie is een verscherping van de Euthanasiewet, reageert directeur Steven Pleiter van de Levenseindekliniek.

Hebben artsen bij uw Levenseindekliniek vaker euthanasie toegepast op een wilsonbekwame patiënt ?

„Bij ons was dit de eerste casus van euthanasie bij een wilsonbekwame patiënt.”

De arts vond dat de communicatie met de vrouw niet goed mogelijk was. Tegelijkertijd oordeelde hij dat ze ondraaglijk leed. Waarop baseerde hij die conclusie?

„De Inspectie voor de Gezondheidzorg en het OM onderzoeken de zaak. Ik wil ze niet voor de voeten lopen. Wij constateren dat deze arts er kennelijk niet in is geslaagd om de toetsingscommissie te overtuigen, maar hij zal de inspectie en OM opnieuw moeten uitleggen hoe hij tot dit besluit is gekomen.”

De toetsingscommissie vindt dat de arts „onvoldoende tijd” heeft genomen en „inspanning” heeft verricht om de ondraaglijkheid van het lijden aan te tonen. Wat had hij nog meer moeten en of kunnen doen?

„Dat is nu voor ons de vraag. De arts is twee keer op bezoek geweest, de verpleegkundige is langs geweest, er was een externe SCEN-arts voor het vereiste onafhankelijke oordeel. En we hebben de zaak vooraf besproken in het multidisciplinaire team. Het is volgens ons niet mogelijk vooraf het aantal bezoeken te bepalen dat afgelegd moet worden. Iedere patiënt vraagt om maatwerk. Maar de commissie verscherpt dus nu de eisen voor deze gevallen.”

Hoezo?

„De Euthanasiewet wordt ingeperkt en strikter toegepast. Volgens de wet heeft de wilsverklaring een functie als de patiënt zijn wil niet meer kan uiten. Deze patiënt had die wilsverklaring waarin stond wanneer ze euthanasie wilde en wat ze ondraaglijk lijden vond. De toetsingscommissie zegt nu dat het vastleggen in de wilsverklaring van wat voor de patiënt ondraaglijk lijden is, niet genoeg is, maar ook tijdens het euthanasieonderzoek bepaald moet worden.”

De wilsverklaring is twintig jaar geleden opgesteld. Moet die verklaring dan nog steeds de doorslag geven?

„De wilsverklaring is nadien nog geactualiseerd en patiënt heeft er meerdere keren met haar huisarts over gesproken . Wij vinden dat een eenmaal afgegeven verklaring geldig blijft. Het opbouwen van een relatie met een wilsonbekwame patiënt is moeilijk. Het oordeel van de commissie kan betekenen dat je het ondraaglijk lijden tijdens het euthanasieonderzoek in een aantal gevallen niet kan vaststellen.”

Waarschuwt u nu dat de Levenseindekliniek deze mensen niet meer kan helpen?

„Nee, we gaan niet ineens stoppen met het helpen van wilsonbekwame mensen. Wel zou het goed zijn het debat te voeren over wat exact de functie is van de wilsverklaring. Onlangs is ook een ambtelijke werkgroep opgericht met daarin ook artsenorganisatie KNMG, die meer juridische en praktische duidelijkheid moet gaan verschaffen over de wilsverklaring.”

De commissie fluit u nu terug. Belooft de Levenseindekliniek niet meer dan ze kan waarmaken?

„ Dat zou een verkeerde conclusie zijn. Ik ben niet van mening dat het niet kan en dat we honderden mensen niet kunnen helpen. Dit oordeel dwingt ons alleen nog zorgvuldiger te werken.”

Of zoekt de kliniek bewust de grenzen van de wet op om helderheid af te dwingen over de toepassing?

„Wij zoeken geen grenzen op. Die grenzen worden bepaald door de aandoening van een patiënt. Let wel, we wijzen één op de drie verzoeken af omdat deze niet voldoen aan de zorgvuldigheidscriteria die ook in de wet staan. De commissie heeft de grens alleen scherper gesteld.”

Dit is de tweede keer in vier maanden dat een toetsingscommissie de Levenseindekliniek onzorgvuldigheid verwijt. Is na de vorige keer niet gekeken wat er beter moest?

„Er zijn zeker verbeteringen doorgevoerd. Alleen: het onderzoek door een toetsingscommissie duurt maanden. Daardoor was deze mevrouw al overleden voordat wij onze conclusies trokken uit het eerste oordeel.”

Zou het niet beter zijn na na twee berispingen de aanbevelingen af te wachten van de werkgroep?

„Mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden hebben geen tijd om te wachten. We zullen het oordeel dat extra onderzoek nodig is serieus overwegen bij een soortgelijke situatie. Wij willen een proces dat nauwkeurig en zorgvuldig is. En dat blijven we van geval tot geval beoordelen.”

    • Anouk Eigenraam