In Sin City verandert niets

Het vervolgdeel op het succesvolle Sin City (2005) is een herhalingsoefening en zit vol met holle oneliners. En dat is helemaal niet erg. De absurde overdrijving houdt de zaken juist dragelijk.

Negen jaar later blijkt in Sin City alles bij de oude. Nog steeds komt de zon nooit op boven de wolkenkrabbers en palmbomen, licht het harde zwart-wit soms op door een toefje kleur in een jurk, neonlicht of vrouwenoog. Opnieuw vertellen romantici met gruizige stem over hun bloedige expedities om dames van verkrachters, kannibalen of pedofiele seriemoordenaars te redden – van Sin City’s machthebbers, kortom. Al blijken die dames dan weer hoeren, alcoholisten of intrigantes met harten van ijs.

Sin City: A Dame to Kill For is een herhalingsoefening. Dat hoeft niet erg te zijn, want deel één, Sin City uit 2005, was een klein meesterwerk. Een bewegend, hypergestileerd stripverhaal voor volwassenen van Frank Miller, bevolkt door karikaturen uit de film noir en hardboiled pulpdetectives, en door regisseur Robert Rodriguez volledig digitaal tot leven gewekt, toen iets nieuws.

In dit vervolgdeel kruisen de paden van de helden – sloophamer Marv, de met zichzelf worstelende Dwight, droeve stripper Nancy, gokker Johnny – elkaar weer in nachtkroeg Kadi, waar men iets gewaagder stript dan voorheen. Marv (Mickey Rourke) assisteert Dwight – gespeeld door Josh Brolin én Clive Owen – wanneer hij weer valt voor de listen van femme fatale Ava (Eva Green). Nancy (Jessica Alba) zoekt wraak op de perfide senator Roark (Powers Boothe), terwijl Roarks bastaardzoon Johnny (Joseph Gordon-Levitt) hem aan de pokertafel hoopt te vernederen. Ook terug is pijnspecialist Manute (Dennis Haysbert), nu in dienst van Ava, „een godin die geen minnaars heeft, alleen slaven”.

A Dame to Kill For borduurt voort op een vertrouwde wereld met vertrouwde elementen: holle oneliners, misogynie en sadistisch geweld van afgehakte hoofden en uitgerukte oogballen. Dat is net zomin een probleem als het schmierende acteren: absurde overdrijving houdt de zaken juist dragelijk. De art direction, hoewel niet langer spectaculair, oogt nog steeds fraai, met 3D die echt een dimensie toevoegt. Maar verder lijdt de film zichtbaar aan gemakzucht. Het script, al in 2006 gereed, bevat veel losse eindjes. Alles is minder strak, minder gedoemd en grotesk, en toch: wie een fan was van Sin City, voelt zich ook weer niet bekocht. Zelfs een verre echo van de oorspronkelijke magie verheft de film nog boven de middelmaat in het actiegenre.

    • Coen van Zwol