Hoogte zorgpremie zegt niet zo veel

Wat is de burger volgend jaar kwijt aan zorg? Eén ding is zeker: de zorgpremies zullen stijgen én dalen.

Een tientje per maand. Dat is het bedrag dat circuleert bij kenners van de begrotingsonderhandelingen. Een tientje extra premie, die burgers maandelijks aan hun zorgverzekeraar moeten betalen. En direct barst het maatschappelijk debat los over kosten in de zorg en de koopkracht van Jan Modaal.

Maar de snippers nieuws die uit de begrotingsonderhandelingen dwarrelen zijn verraderlijk. Niet eerder was de hoogte van de zorgpremie zo betekenisloos als dit jaar.

Dat is allemaal een direct gevolg van de hervormingen die staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) in de ouderen- en gehandicaptenzorg doorvoert. Die zorg wordt uit de AWBZ-premies betaald die burgers automatisch afdragen voordat zij hun netto-inkomen ontvangen.

Die afgedragen premies zijn al jaren onvoldoende om de langdurige zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen van te betalen. Het Rijk past jaarlijks enkele miljarden bij uit de algemene belastinginkomsten. Op die manier is inmiddels een tekort van 17 miljard euro ontstaan in het AWBZ-fonds.

Van Rijn gaat al die geldstromen herverkavelen. Dit jaar geeft de regering 28 miljard euro uit aan ouderen- en gehandicaptenzorg. Met ingang van 1 januari 2015 wordt eenderde van die zorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten getild. Een deel verhuist – met minder budget – naar gemeentes. Een ander deel – waaronder wijkverpleging – valt voortaan onder de zorgverzekeringswet.

Het is dus nogal wiedes dat de premies voor de ziektekostenverzekering in 2015 stijgen. De dekking wordt tenslotte ingrijpend uitgebreid. Er verhuist voor 3,2 miljard aan zorg naar de basispolis. Dat moet betaald worden.

Eigen risico

Ook het eigen risico gaat omhoog. De hoogte hiervan ademt mee met de totale uitgaven aan ziekenhuizen, artsen en geneesmiddelen. Dit jaar moet de verzekerde de eerste 360 euro aan kosten (huisartsenbezoek uitgezonderd) zelf betalen. Dat risico groeit naar 375 euro per verzekerde per jaar.

Maar wie wil weten hoeveel hij volgend jaar aan zorg gaat betalen, zal nog meer dan voorheen naar alle premies en subsidies moeten kijken en niet alleen naar de maandelijkse zorgpremie.

Zo is het in 2015 van cruciaal belang hoeveel de ‘AWBZ-premie’ zal dalen. Allereerst krijgt die een andere naam. Met de Wet Langdurige Zorg (WLZ) behoort de AWBZ tot het verleden. En omdat circa 9 miljard aan zorg uit dit pakket verdwijnt, gaat deze premie omlaag.

Nu bedraagt de AWBZ-premie nog 12,65 procent over de eerst verdiende 33.000 euro inkomen. Dat wordt een WLZ-premie van tussen de 9 en 11 procent, zo zegde het kabinet eerder toe. Dat gaat dus al snel om een verlaging van 550 euro per jaar voor modale inkomens van 33.000 euro. Grote vraag is: waar gaat de regeringscoalitie het percentage prikken?

Eén ding is dus zeker voor volgend jaar: de zorgpremies zullen stijgen én dalen. Het ligt er maar aan naar welke premie je kijkt.

Zo bestaat er ook nog de premie voor de zorgverzekeringswet die op het loon wordt ingehouden. Het streven is dat dit werkgeversdeel ongeveer de helft van de kosten van ziekenhuizen en artsen dekt en dat de andere helft wordt betaald uit de premies die burgers aan zorgverzekeraars betalen. Bij ongewijzigde verhoudingen zal die premie dus stijgen.

Zorgtoeslag

En dan is er nog een belangrijke variabele: de zorgtoeslag. Dit is een maandelijkse steun voor de laagste inkomens. Een hogere zorgpremie bij de basispolis leidt automatisch tot meer inkomenssteun. Maar het staat het kabinet vrij om nog wat aan die knoppen te draaien. In welke mate worden lagere inkomens gecompenseerd en hogere inkomens niet, zodat er inkomensnivellering plaatsvindt?

Dat hele samenspel van zorgrekeningen zal neerslaan in de koopkrachtplaatjes die het Centraal Planbureau zal berekenen. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) beloofde al „een heel voorzichtig plusje”.

En dan zouden we nog bijna vergeten dat zorgverzekeraars de uiteindelijke zorgpremie vaststellen, niet politici. Die verzekeraars verrasten vorig jaar de minister met lagere premies.

Doordat verzekeraars vanaf 2015 meer verzekeren moeten ze ook meer buffers aanhouden, circa 350 miljoen extra. Althans, dat zijn de normen van De Nederlandsche Bank. Maar potten de zorgverzekeraars al niet te veel geld op? Uit cijfers van DNB blijkt dat de zorgverzekeraars uit voorzichtigheid al ruim boven de normen geld reserveren dat is aangelegd met de collectieve premies die burgers verplicht afdragen.

Zorgverzekeraars zijn op papier financieel weerbaar genoeg, maar de vraag is of zij uit voorzichtigheid toch niet extra geld opzij zullen zetten. Dat zal vanaf eind september duidelijk worden als de eerste zorgverzekeraars hun premiehoogte voor 2015 bekendmaken.

    • Jeroen Wester