Hij wilde geen tweede Bush zijn. Maar hij moet nu wel iets doen

President Bush geloofde in militair ingrijpen om de wereld te verbeteren, Obama koos voor een zachtere aanpak. Daar was eerst steun voor. Maar sinds de moord op James Foley slaat de stemming om. Amerikanen willen actie.

De Amerikaanse president in 2009, op bezoek bij Amerikaanse troepen in Bagdad. Twee jaar later trok Obama zijn troepen terug uit Irak. Foto Jim Young/Reuters

Eerst waren er de Amerikaanse luchtaanvallen in Irak, die een genocide moesten voorkomen op de yezidi’s. En nu voert Amerika verkenningsvluchten uit boven Syrië, met drones en spionagevliegtuigen.

Wat gaat Amerika doen? Bij ieder conflict is dat nog altijd wat de wereld wil weten. En met Oekraïne, Irak, Syrië, Gaza en Libië heeft vermoedelijk geen Amerikaanse president zoveel internationale crises tegelijk op zijn bord gehad als Barack Obama in deze zomer.

Obama wil de wereld zien zoals zij is, in plaats van haar te veranderen

Obama was altijd behoedzaam. Hij wil, zei hij in mei nog, „de wereld zien zoals zij is”, in plaats van haar te willen veranderen.

Tot voor kort oogstte Obama lof in eigen land met zijn buitenlandse politiek. De Verenigde Staten hadden na de Bush-jaren de buik vol van interventiepolitiek.

Om die reden aarzelde Obama lange tijd om in te grijpen bij de opkomst van de Islamitische Staat (IS, voorheen ISIS) in Syrië en Irak.

Dat veranderde met de aanvallen op IS en de verkenningsvluchten boven Syrië

In januari hanteerde Obama voor IS nog een basketbalvergelijking: „Als een jeugdteam shirts van de LA Lakers aantrekt, zijn ze nog niet meteen Kobe Bryant.” Inmiddels heet IS „een kanker” die moet worden „verwijderd”.

Want ja, de stemming in Amerika verandert. Amerikanen willen meer actie tegen IS. En vooral: meer leiderschap van hun president.

Columnist Roger Cohen van The New York Times schreef afgelopen week dat Amerikanen, optimistisch van nature, weer een leider willen die vooroploopt bij wereldcrises. Het trauma van Irak en Afghanistan wordt langzaam vergeten. „Amerika’s bereidheid om de wereld te stabiliseren met militaire macht daalt. Daarom is de wereld gevaarlijker dan ze in lange tijd geweest is.”

Maar van een echte interventie, met aanvallen op strategische IS-doelen, of het sturen van grondtroepen, wil Obama niet weten. Zijn stafchef van het leger, generaal Martin Dempsey, zegt dat IS alleen verzwakt kan worden als het ook in Syrië aangevallen wordt. Maar dat wil Obama niet, mede omdat hij daarmee indirect de Syrische president Bashar al-Assad zou helpen. Tegen Assad overwoog hij een jaar geleden nog luchtaanvallen.

Niet iedereen in het Witte Huis is het eens met Obama’s strategie

Niet alleen stafchef Martin Dempsey, ook minister Chuck Hagel van Defensie lijkt verder te willen gaan dan Obama. Hagel nam een paar dagen geleden een voorschot op meer Amerikaanse betrokkenheid in Irak – en mogelijk ook in Syrië. Hij noemde de Islamitische Staat „een acute bedreiging” voor Amerika’s belangen.

Die zorgvuldig gekozen woorden verwezen naar een toespraak die Obama in mei hield op West Point. Daar zei de president dat hij alleen wilde ingrijpen bij grote humanitaire drama’s. En als Amerikaanse belangen op het spel stonden. Hagel leek Obama te herinneren aan die belofte.

Het Pentagon bereidt op dit moment scenario’s voor om IS „in zowel Syrië als Irak” te raken. Die scenario’s worden binnenkort aan Obama voorgelegd, zei een woordvoerder deze week.

Anonieme Defensiemedewerkers in de Amerikaanse pers beklagen zich over het ‘getreuzel’ van Obama. Ze hebben een goed beeld van de IS-infrastructuur in Syrië, zeggen ze, maar wachten op groen licht van Obama.

Obama wil geen vuile handen in het Midden-Oosten maken

President Bush geloofde in Amerikaans militair ingrijpen om de wereld naar eigen inzicht te verbeteren. Die visie ging onderuit in de chaos van Irak na 2003. Het was die chaos die de weg vrijmaakte voor radicaal-islamitische groepen.

Obama brak met Bush’ politiek en koos voor een zachtere aanpak: meer samenwerking met bondgenoten, een betere verstandhouding met de Arabische wereld. En bovenal het besef dat Amerika de wereld niet met militaire macht haar wil kan opleggen.

Toch heeft Obama de crisis ook verergerd door niet in te grijpen

Obama trok zijn troepen eind 2011 terug uit Irak – enigszins overhaast, omdat hij het niet met de Iraakse regering eens werd over immuniteit van soldaten.

Hij liet gebeuren dat de Iraakse premier Nour al-Maliki – in het zadel geholpen door de Amerikanen – een sektarische verdeel-en-heersstrategie kon voeren. Obama stond bovendien de opkomst toe van IS in Irak en Syrië.

Vaak speelde de Amerikaanse president met de gedachte ‘gematigde’ rebellen in Syrïë met wapens te steunen, of om luchtaanvallen uit te voeren op het Syrische leger. Gematigde rebellen zijn wel gesteund, maar alleen met lichte wapens.

Vorig jaar profiteerde IS in Oost-Syrië van het machtsvacuüm, en veroverde de beweging grote gebieden. Daarop volgde het westen van Irak, waaronder de grote stad Mosul. „Syrië en Irak implodeerden niet door te veel, maar door te weinig interventie”, schreef de prominente analist Shadi Hamid van de progressieve denktank Brookings onlangs.

Obama moet nu een derde weg vinden, tussen ingrijpen en afwachten

Twee visies hebben gefaald, die van Bush en die van Obama’s eerste termijn. De president moet nu een derde weg vinden, zeker nu de stemming in eigen land omslaat.

De opkomst van de Islamitische Staat wordt in Washington steeds meer als een Amerikaans probleem gezien. De moord op James Foley leidde tot grote verontwaardiging in de VS. En voor zover bekend houdt IS nog drie Amerikanen vast.

De CIA maakt zich zorgen over de vermoedelijk tientallen Amerikanen die zich als jihadist bij IS hebben aangesloten. Dinsdag werd bekend dat één van hen, een 33-jarige man uit Californië die de naam Douglas McAuthur McCain droeg, is omgekomen. Maar de grootste zorg van de Amerikaanse veiligheidsdiensten vormen terugkerende jihadisten.

Onduidelijk is hoe die derde weg van Obama er dan uit moet komen te zien

Obama stond dinsdag toe dat Amerikaanse onbemande vliegtuigen in het Syrische luchtruim mogen vliegen. Maar militair ingrijpen, zei hij op een speech voor veteranen in North Carolina, is nog lang niet aan de orde. Zo probeert Obama de verwachtingen te temperen dat hij op korte termijn iets kan uithalen tegen IS, dat de afgelopen maanden grote stukken land veroverde.

Het Witte Huis weet dat er in Syrië bijna geen opties zijn. Ieder scenario dat het Pentagon uitwerkt, leidt onherroepelijk tot verdere Amerikaanse betrokkenheid in de Syrische burgeroorlog, die in 2011 begon.

In Irak was er nog een duidelijk en urgent doel: het lot van de yezidi’s en de veiligheid van Amerikanen. Ook steunt Amerika de regering in Bagdad.

In Syrië, waar Obama wil dat de president vertrekt, ligt dat anders. Valt hij in Syrië aan, dan maakt hij duidelijk dat het vanaf nu oorlog is met IS.

Obama sloot dinsdag uit dat Amerika grondtroepen zal leveren in Irak, laat staan in Syrië. „Wij zullen niet toestaan dat Amerika opnieuw in een grondoorlog in Irak verzeild raakt.”

Als Amerikaanse aanvallen niet doorgaan, kan hij alleen nog de Syrische rebellen steunen die zowel tegen Assad als IS vechten. Tot nu toe was die hulp beperkt. En de laatste maanden worden de rebellen vaak overrompeld door IS, dat grote hoeveelheden wapens heeft buitgemaakt.

Lees ook ‘Geen ziekte is zo dodelijk als IS’ van Rodaan Al Galidi op pagina 16

    • Guus Valk