Hamer naar de SER: geen prestige, wel handigheid

Tweede Kamerlid PvdA

De oud-fractievoorzitter maakt de meeste kans om de nieuwe SER-voorzitter te worden.

Weinig sprankelend, maar o zo handig. Dat is de reputatie die Mariëtte Hamer geniet op het Binnenhof. Met zestien jaar Kamerlidmaatschap op zak geldt de PvdA’er als een van de absolute veteranen van de Haagse politiek.

Toen Hamer in 1998 Tweede Kamerlid werd, had ze er al een lange carrière opzitten binnen de PvdA: afdelingsvoorzitter in Maassluis, bestuurslid van het gewest Zuid-Holland, voorzitter van de Rooie Vrouwen, lid van het landelijke partijbestuur. In haar eerste jaren in de Kamer voerde ze het woord over onderwijs, later verlegde ze haar aandacht naar sociale zaken.

Hamers politieke invloed beleefde zijn hoogtepunt onder het kabinet-Balkenende IV (2007-2010), toen ze voorzitter was van de PvdA-fractie. In de Tweede Kamer betoonde ze zich met haar lijzige dictie en neiging tot herhaling een weinig inspirerend spreker. Zo dreunde ze tijdens een debat eens de tekst op van het liedje Vijftien miljoen mensen. Voor haar critici was Hamer de ultieme partijapparatsjik, het bewijs dat het in de politiek niet draait om talent maar om loyaliteit en dienstjaren.

Toch werd Hamer achter de schermen wel degelijk gewaardeerd. Daar gold ze als een slimme strateeg en een kundig onderhandelaar. Zo was ze een van de weinige PvdA’ers die wisten hoe je met de lastige CDA-minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) moest omgaan. Dat het ruziekabinet Balkenende IV het uiteindelijk toch nog drie jaar volhield, was in belangrijke mate te danken aan de goede werkrelatie die Hamer had opgebouwd met haar collega-fractieleiders Van Geel (CDA) en Slob (ChristenUnie).

Hamer geldt als een vertegenwoordiger van de linkervleugel van de PvdA. Of, zoals haar critici zeggen: „oud-links” en „aan de leiband van de vakbonden”. Dat imago kreeg ze vooral door haar koppige verzet tegen versoepeling van het ontslagrecht onder Balkenende IV. Maar de politicus Hamer is bovenal een pragmaticus. Zo steunde ze de verhoging van de AOW-leeftijd en verdedigde ze de forse ingrepen in de werkloosheidsuitkering WW door het kabinet-Rutte II.

De laatste jaren leek Hamer enigszins op een zijspoor beland. Er was geen plek voor haar in het kabinet- Rutte II. In de Tweede Kamer, waar ze na haar fractievoorzitterschap opnieuw het woord voerde over sociale zekerheid, was ze onzichtbaar. Er deden geruchten de ronde over sollicitaties naar een baan buiten Den Haag.

Als de benoeming doorgaat, is Hamer de eerste vrouwelijke SER-voorzitter. De raad, hét symbool van het Nederlandse polderoverleg, heeft het op dit moment moeilijk – er is stevige kritiek. De vakcentrale FNV en de werkgeversvereniging VNO-NCW zouden er te veel de dienst uitmaken en werknemers zouden er te weinig in worden vertegenwoordigd. De SER-adviezen komen ook nog maar nauwelijks in het nieuws.

Met Hamer zou de raad geen voorzitter krijgen met het prestige van voorgangers als Herman Wijffels of Alexander Rinnooy Kan, maar wel een handige, verbindende onderhandelaar.

    • Thijs Niemantsverdriet