Haitink, Gergjev en karaoke

In de brochure van het Festival Oude Muziek dat dit weekend losbarst, staat een Habsburgse adelaar met ontelbare handgesneden marmeren verenschulpjes. De foto fascineert. Wat een tijd, geduld, rijkdom. Wat zou die adelaar zien als hij boven onze tijd zou zweven? Goed: orkesten moeten nieuwe wegen zoeken, het publiek voor klassiek vergrijst en de klassieke concertformule is sleets geraakt. Maar daar staat tegenover dat jonge musici elkaar vinden in een frisse, genres overschrijdende aanpak en dat, bijvoorbeeld, het aanbod aan klein muziektheater soms zo breed is dat je niet weet waar je moet kijken.

Ook afgezien van leuke nieuwe initiatieven (klassieke karaoke op komst!) mogen we ons verheugen in een volop bloeiende sector: breed, internationaal en – echt – nog steeds van veelal het allerhoogste niveau. De Nationale Opera opent met een primeur: Schönbergs hyperromantische Gurre-Lieder in regie van Pierre Audi. In Den Bosch begint 4 september het 50ste Internationaal Vocalisten Concours, dat met workshops van Christa Ludwig en Nelly Miricioiu ook een onmisbaarheidskeurmerk draagt. Gelijktijdig viert Bernard Haitink zijn 60ste jubileum als dirigent, maar wie dat mist kan ook naar het vervolg van zijn geweldige Brahms-cyclus met het Chamber Orchestra of Europe. Het weekend erna bijkomen dan? Nee, want dan is Gergjev in Rotterdam met zijn festival, en leidt hij het Rotterdams én zijn Mariinski Theater. Ook niet over te slaan, want naarmate Poetin vaker de voorpagina haalt, zal ook Gergjevs patriottisme discutabeler worden.

Als muziekredactie is het nieuwe seizoen dus óók de rentree van het kiezen met knarsende kaken. En van het je nieuwsgierig verheugen. Op de nieuwe Spinoza-opera van Theo Loevendie, of Marijn Simons allereerste opera Emilia Galotti. Op Mozarts Entführung met René Jacobs. Op Mahlers Negende met Jaap van Zweden en het Rotterdams, en op de Sjostakovitsj-serie van Andris Nelsons bij het Concertgebouworkest. Gaat hij de nieuwe chef worden? Of gaan we ook daar verrast worden?