De ware religie is niet van de staat

Laat Willem-Alexander „God niet sterk naar voren komen”? De Oranjes zijn van oudsher hoeder van de kerk.

De Kroon der Nederlanden, gebruikt tijdens de inhuldiging van koning Willem-Alexander. Foto ANP

De band van God, Vaderland en Oranje wordt op 23 oktober 1573 gesmeed. Dat is de dag dat de predikant van de Grote Kerk te Dordrecht een briefje schrijft aan de leden van zijn gemeente.

Broeders,

ick en hebbe U.L. niet konnen verbergen die genade die ons Godt bewesen heeft dat die Prince van Oranjen onse Godtsalige Stadthouder hem tot der gemeinte begeeven, het brood des Heeren metter gemeinte gebrooken, en hem de discipline onderworpen heeft, hetwelke niet klein te agten en is.

Vrij vertaald: Godzijdank heeft Willem van Oranje – „de godzalige stadhouder” – met onze gemeente het Avondmaal gebruikt, en dat is niet niks. Wanneer Willem dat precies heeft gedaan, staat niet vast. En ook niet of hij daarmee een religieus of een politiek of een dubbel statement wilde maken. Maar in dit briefje wordt de aanwezigheid van De Zwijger uitgelegd als een definitieve keuze van Oranje voor de kerk van Calvijn.

Vanaf dat moment worden alle Oranjes geassocieerd met wat eerst de gereformeerde kerk heet, na 1816 de Nederlandse Hervormde Kerk en sinds de ‘fusie’ van 2004 de Protestantse Kerk in Nederland.

Maurits, als zoon van Willem de eerste dynastieke Oranje-stadhouder, beloofde „de ware christelijke religie voor te staan”. In de context van de strijd tegen de katholieke koning van Hispanje betekende dit vanzelfsprekend de protestantse religie. „Godt sal my regeren / Als een goet Instrument”, heet het in het Wilhelmus.

Als de indruk klopt die de protestantse dominee Karin van den Broeke gisteren in deze krant verwoordde, dat koning Willem-Alexander „God niet sterk naar voren” laat komen in zijn doen en laten, dan mag dat een breuk met de traditie heten. Al is de godsdienstige traditie in Nederland er altijd een van breuken en scheuren geweest. Ook in de verhouding tussen de Oranjes en de protestantse kerk zijn de golven wel eens hoog opgespat.

Nederland heeft het protestantse geloof nooit tot staatsgodsdienst verheven – maar intussen. Intussen werden de zuidelijke, katholieke provincies achtergesteld bij de noordelijke. Intussen liet koning Willem I zich in 1816 in het Algemeen Reglement voor de hervormde kerken aanmerken als hoogste kerkelijke instantie. Blijkens artikel 9 moest het hoofddoel van ieder (bestuurs)lid van deze kerken zijn: „De aankweeking van liefde voor Koning en Vaderland.”

Willem I nam die taak serieus. Toen zich een scheuring in de kerk aandiende in de gedaante van dominee Hendrik de Cock, stuurde de koning „politie, justitie en leger op hen af”, schrijft biograaf Jeroen Koch. In het huis van de steile dominee werden twaalf soldaten ingekwartierd om hem op het rechte pad te houden. Het mocht niet baten, net zo min als enkele maanden in het Spinhuis. De Cock scheidde zich af en werd zo de grondlegger van de gereformeerde kerk van nu.

Diezelfde Willem I trad aan het eind van zijn leven in het huwelijk met de katholieke Henriëtte d’Oultremont – de vrouw die hem in 1840 schreef: „Een mens gaat nog liever dood dan dat hij van zijn geloof verandert.” Het was dan ook Oranje die zich moest conformeren aan de katholieke regels rond het huwelijk; anders wilde de paus d’Oultremont geen dispensatie geven om een ketter te huwen. Staatsman Anton Falck noteerde: „Als deze details toch eens bekend zouden worden in Holland, wat een droefheid zou dat voor die vrome zielen zijn die zo hechten aan het klassieke protestantisme van het Huis Oranje-Nassau.”

In de twintigste eeuw hebben nog een paar keer echo’s van die droefheid geklonken. Bijvoorbeeld in 1964, toen bleek dat prinses Irene heimelijk was overgegaan naar het katholieke geloof – vooral om te kunnen trouwen met Carlos Hugo de Bourbon Parma. In het Zeeuwse Sint-Maartensdijk werd haar naam van de christelijke school verwijderd.

De schok was al iets minder groot toen prinses Juliana in 1998, bij het huwelijk van haar kleinkind Maurits met de katholieke Marilène van den Broek, de hostie ontving. Dat was, zoals de secretaris erediensten van de hervormde en de gereformeerde kerken het formuleerde, tegen „de verkeersregels van de oecumene”. Een enquête liet zien dat de bevolking de schouders ophaalde over dit religieuze spookrijden. De protestanten hadden er iets meer moeite mee dan de katholieken.

Koningin Beatrix en prins Claus waren tijdens de plechtigheid blijven zitten. Mogelijk met het oog op de altijd gevoelige zielen van de protestanten en met het oog op de camera’s van de NOS, hoewel die op het moment van de heilige communie discreet de andere kant op keken.

Maar zelfs in het bevindelijke smaldeel van de Staatkundig Gereformeerde Partij lijkt de geloofsijver van de Tachtigjarige Oorlog te zijn verruild voor een meer ontspannen houding. Toen Willem-Alexander in 2001 het parlement om toestemming vroeg voor zijn huwelijk met de katholieke Máxima, stemden alle SGP’ers in Eerste en Tweede Kamer vóór die wet. Het zal hebben geholpen dat de bruid beloofde hun kinderen een protestantse opvoeding te geven. Want het moet natuurlijk wel een beetje God, Vaderland en Oranje blijven.

    • Merijn de Waal
    • Paul Luttikhuis
    • Bas Blokker
    • Tijn Sadée
    • Titia Ketelaar