Sicilië wordt al maanden overspoeld door bootvluchtelingen - een reportage

2 juli: migrantenfamilies komen aan in de haven van Sicilië. Foto AFP / Giovanni Isolino

Met honderden tegelijk komen ze. Het Italiaanse eiland Sicilië wordt al maanden overspoeld met bootvluchtelingen uit Afrika. Alleen al afgelopen weekend kwamen zo’n vierduizend migranten aan. En bijna allemaal willen ze dóór, naar andere Europese landen. Marc Leijendekker was onlangs voor NRC in Pozzallo, waar men de enorme toestroom niet meer aankan.

Dit verhaal speelt zich af in Pozzallo, een stadje van ongeveer 19.000 inwoners in het zuidoosten van Sicilië. NRC-redacteur Marc Leijendekker was er deze zomer en zag hoe men er wachtte op het zoveelste schip met vluchtelingen uit Afrika.

Meer dan 100.000 van hen kwamen dit jaar via de Middellandse Zee Italië binnen. Het recordjaar 2011 is daarmee nu al, in augustus, ruim overtroffen.

Het water staat ons tot de lippen, zeggen de burgemeesters van de steden waar ze worden opgevangen. Enzo Bianco, burgemeester van Catania, de tweede stad van Sicilië, waarschuwde onlangs: “De Siciliaanse steden zijn niet meer in staat een noodtoestand van dergelijke omvang het hoofd te bieden.” Lillo Firetto, de burgemeester van Porte Empedocle, zei: “De situatie is volledig onbeheersbaar geworden. Het is een onmenselijk drama.”

Veel vluchtelingen komen binnen via de haven van Pozzallo, in het zuiden van Sicilië. Daar staat het haventerrein vol met autoriteiten en hulpverleners, wachtend op de komst van het zoveelste schip. Op de kade praten de betrokkenen over het drama dat zich hier bijna iedere dag afspeelt.

‘We willen wel helpen, maar hebben meer geld nodig’

De burgemeester, Luigi Ammatuna, is er ook, samen met zijn vrouw. Hij werd twee jaar geleden gekozen op een lokale lijst die werd gesteund door linkse partijen. Alleen reizende minderjarigen vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de politie, maar van de burgemeester van de plaats die ze aandoen. Die moet ervoor zorgen dat de jongens (het zijn allemaal jongens) terechtkomen in een van de gespecialiseerde opvangcentra in Italië. In Pozzallo is dat dus de taak van Ammatuna.

Hij zegt dat de vluchtelingen iedere dag weer komen. “We kunnen niet op adem komen, hebben nauwelijks tijd om te plannen en te organiseren. Ik heb de overheid om meer geld gevraagd. We zijn bereid als stad bij te dragen en de vluchtelingen te helpen, maar we hebben meer geld nodig om dat goed te kunnen doen. We kunnen nu de meest elementaire hygiënische normen niet garanderen, we hebben te weinig mensen om deze Bijbelse exodus te verwerken. Als stad merken we er dit jaar weinig van. We doen hier de eerste opvang, de medische controle, de registratie, maar daarna gaan ze naar Comiso (een voormalige Amerikaanse basis). En van daaruit worden ze met speciale charters naar andere opvangcentra elders in Italië gebracht.”

Afgelopen zaterdag, 23 augustus: de aankomst in Pozzallo van een nieuwe boot met vluchtelingen. Foto AFP / Marina Militare

Vorig jaar waren er wel problemen, vertellen andere mensen op de kade. Toen was er ook in centra elders geen ruimte en moesten vluchtelingen maanden hier blijven. Dat gaf wel wat relletjes in het dorp. “Ik vind dat ze in Brussel beter moeten opletten, ze kijken daar weg voor deze problemen en laten de Italiaanse staat aan zijn lot over.”

‘Dit is een noodtoestand’

Na een tijdje komt ook de prefect, Annunziato Vardè, in zijn Lancia met chauffeur het haventerrein opgereden. De prefect is de vertegenwoordiger van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Alle besluiten over de opvang van de vluchtelingen die zijn opgepikt, worden door Binnenlandse Zaken genomen: naar welke haven ze worden gebracht, waar de eerste opvang gebeurt, waar de vluchtelingen daarna naar toe worden gebracht.

“De opvangcentra zijn vol. Het gaat om enorme aantallen. Maar hoe de vluchtelingen over de havens en daarna over het land worden verdeeld, dat wordt besloten in Rome, in overleg met de marine en de havenmeesters. Ik kan als prefect doorgeven als er praktische problemen zijn, maar ik kan niet zeggen, stuur die boot maar naar Taranto. Het is voor iedereen duidelijk dat er hier een noodtoestand is ontstaan. Alleen al in Pozzallo zijn nu al misschien wel drie keer zo veel mensen aangekomen als in heel het vorig jaar. Het zijn absolute records.”

Italië is het slachtoffer van het machtsvacuüm in Libië, zegt hij. “We ervaren hier de gevolgen van het feit dat de Libische kust in handen is gekomen van bendes en milities die samenwerken met mensensmokkelaars. Ieder centraal gezag ontbreekt daar.”

Oorzaak 1: de chaos in Libië

De chaotische situatie in Libië is een van de hoofdoorzaken van de explosieve groei van vluchtelingen. Het machtsvacuüm dat is ontstaan na de val van Gaddafi biedt mensensmokkelaars veel meer ruimte dan vroeger.

NRC-correspondent Gert van Langendonck schreef hierover:

Toen het Westen zich in 2011 tegen hem keerde, dreigde de dictator de kusten van Europa te overspoelen met miljoenen Afrikaanse migranten. “Zal Europa een ontwikkeld continent blijven of zal het verwoest worden zoals tijdens de barbaarse invasies?”, zei Gaddafi tijdens een berucht bezoek aan Rome in 2010. Hij zei Europa best te willen helpen met het indammen van de migratie – voor vijf miljard euro per jaar.

Een jaar eerder had Gaddafi met de Italiaanse premier Berlusconi al een dergelijke deal gesloten, voor vijf miljard euro over twintig jaar. Dat heette toen ‘herstelbetalingen voor het koloniale verleden’. In ruil beloofde Gaddafi de Afrikaanse migranten tegen te houden, en mocht de Italiaanse kustwacht onderschepte vluchtelingen terugsturen naar Libië.

Europa wees Gaddafi’s aanbod in 2010 niet van de hand, maar zei dat het bestudeerd zou worden. Enkele maanden later brak de Arabische Lente uit en had Europa geen gesprekspartner meer. Nu is Gaddafi dood en zit Europa met de handen in het haar. “Mensen zeggen: waarom sluit u niet opnieuw een overeenkomst met Libië zoals onder Gaddafi?”, zei EU-commissaris Cecilia Malmström eerder in The Wall Street Journal. “Maar een overeenkomst met wie?”

Volgens Italiaanse schattingen wachten er in Libië 800.000 mensen op een kans om naar Italië/de EU te gaan. Wie geen werk kan vinden en pech heeft, komt terecht in een van de gruwelijke detentiecentra in Libië. Van Langendonck:

Libië heeft officieel negentien van zulke centra – die deels worden betaald met geld van de Europese Unie. Deze week publiceerde de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch een vernietigend rapport over negen ervan. De bewakers maken zich schuldig aan “foltering in de vorm van slagen en verwondingen en het toedienen van elektrische schokken”. Er is “massale overbevolking, schrijnende hygiënische toestanden en gebrek aan gezondheidszorg”. In één detentiecentrum zeiden vijf migranten dat ze ondersteboven aan een boom waren gehangen terwijl de bewakers hen zweepslagen gaven. Human Rights Watch heeft de Europese Unie en Italië gevraagd de hulp die zij Libië geeft voor de detentiecentra te staken, in afwachting van een grondig onderzoek.

Oorzaak 2: de slagingskans is groter geworden

Niet alleen de toestand in Libië verklaart de explosieve groei van het aantal vluchtelingen. Een deel van de verklaring ligt in de veranderde opstelling van de Italiaanse regering. Daardoor is de kans op een geslaagde overtocht veel groter geworden.

Op 3 oktober vorig jaar zonk door brand aan boord een boot vol vluchtelingen vlak voor de kust van het eilandje Lampedusa, het stukje Europa dat het dichtst bij Libië ligt. Tientallen mensen zaten in het ruim als ratten in de val. Er werden 366 slachtoffers geborgen, twintig mensen zijn nooit meer teruggevonden.

Om dergelijke rampen te voorkomen begon de Italiaanse regering op 18 oktober de operatie Mare Nostrum, die ongeveer negen miljoen euro per maand kost. Boten van de marine en de kustwacht patrouilleren tegenwoordig in de straat van Sicilië, het stuk Middellandse Zee tussen Sicilië en Noord-Afrika. Vliegtuigen en drones speuren de zee af naar boten met migranten in nood.

Daardoor zijn veel migranten in veiligheid gebracht. Maar de operatie heeft een onbedoeld bij-effect: de patrouilles vergroten de kans op een geslaagde oversteek. Het is zo voor de mensensmokkelaars een stuk gemakkelijker geworden. Ze sturen hun ‘klanten’ in een volgepakte rubberboot de zee op, zenden een paar mijl buiten de Libische wateren een alarmsignaal uit en wachten tot een van de Italiaanse schepen of een koopvaardijschip de vluchtelingen oppakt. Zo hoeven niet eens bij Lampedusa in de buurt te komen.

Er vallen elke week doden

Ook al wordt er intensiever gepatrouilleerd, vrijwel wekelijks vallen er doden. Zoals eind mei, toen een Maltese tanker migranten zou oppikken van een volgepakte rubberboot. Zoals in onderstaand filmpje te zien is, had de tanker een stalen trap neergelaten om de vluchtelingen vanuit de rubberboot over te laten stappen. Met de eersten ging dat goed, maar door gedrang op de volgepakte rubberboot sloeg deze om, en lang niet iedereen kon zwemmen of had een zwemvest. Drie verdronken mannen konden worden geborgen, twee andere slachtoffers zijn door de stroming meegesleurd.

Er ontstaat paniek als vluchtelingen aan boord van een Maltese tanker willen komen. De rubberboot kapseist. Vijf mannen komen om het leven.

Burgemeester Ammatuna: “Het doet pijn in mijn hart te zien hoe mensen op zoek gaan naar een beter leven, bijna aan de finish hun leven verliezen. Ze wilden een beter leven, ze wilden hun leven veranderen. Ik word daar erg triest van. We blijven aan hen denken.”

“Ik heb dit ook meegemaakt”, zegt Xandra Gantchou, een hulpverlener uit Kameroen die als tolk voor de medische staf werkt. “Ik ben hier een maand geleden aangekomen, net als de doden dromend van een beter leven. Waarom ik wel, en zij niet?”

Andere grote rampen dit jaar

Volgens een verklaring van UNHCR zijn dit jaar al 1889 bootvluchtelingen omgekomen, van wie 1600 sinds juni.

In april zonk een volgepakte boot niet ver van de Libische hoofdstad Tripoli. Daarbij vielen veertig doden.

Op 12 mei zonk veertig mijl buiten de Libische kust een grote boot vol vluchtelingen. Op de herdenkingsdienst in Sicilië stonden er vijftien grote kisten en twee kleine witte kisten voor de kinderen, maar de 206 overlevenden hebben verteld dat nog tientallen anderen, mogelijk tweehonderd, het ook niet hebben gered.

Op 29 juni werd een volgepakte boot met honderden mensen gesignaleerd. In het afgesloten vooronder lagen 45 doden. Zij zijn gestikt door het gebrek aan lucht en door de giftige uitlaatgassen van de motor van de boot. De mensen aan dek hadden het vooronder afgesloten, om te voorkomen dat de gammele boot ging wankelen doordat mensen uit het vooronder aan dek kwamen. 566 migranten konden overstappen op een schip van de Italiaanse marine.

Op 2 juli meldde het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) dat migranten die naar Catania zijn gebracht via tolken hebben verteld dat tijdens de overtocht 75 meereizenden zijn verdronken.

Op 21 juli werd een dertigtal lijken gevonden op een zinkende boot bij Lampedusa. Opnieuw ging het om mensen die in benedendeks zijn gestikt of bezweken aan de hitte. Overlevenden zeiden dat ongeveer 180 andere opvarenden zijn verdronken.

Op 23 augustus zonk een boot net voor de kust van Libië. Aanvankelijk werd een twintigtal lijken geborgen. Overlevenden zeiden dat nog veel meer mensen waren verdronken. Wat later spoelden op het strand de lijken aan.

Opvallend veel minderjarigen

Op de kade in Pozzallo komt het bericht door dat op de boot met vluchtelingen die in aantocht is alleen maar mannen zitten. Dat betekent dat Roberto Lucarello naar huis kan. Hij werkt voor de organisatie Save the Children. Hij vertelt dat hij is gekomen omdat er dit jaar opvallend veel alleen reizende minderjarigen onder de vluchtelingen zitten. Uit het arme zuiden van Egypte bijvoorbeeld. Hij schat, voor de vuist weg, dat eenvijfde van de vluchtelingen in z’n eentje reist en onder de achttien jaar is. Lucarello, verantwoordelijk voor Midden-Sicilië, heeft er dit jaar al duizenden verder moeten helpen.

Burgemeester Ammatuna is er ook over begonnen. Alleen reizende minderjarigen vallen, zoals gezegd, onder zijn verantwoordelijkheid. Hij moet ervoor zorgen dat ze in een van de opvangcentra terechtkomen, waar ze in groepjes van tien à vijftien worden begeleid door docenten, psychologen en maatschappelijk werkers. Dat dit niet altijd de werkelijkheid is, is bijvoorbeeld in Catania te zien, waar groepjes Egyptenaren van tussen de dertien en zeventien jaar hongerig rondhangen bij het station.

Save the Children heeft daar eerder dit jaar dit rapport over uitgebracht. In het rapport staat dat er dit jaar al zeker 9000 minderjarigen zijn aangekomen. Bijna tweederde van hen komt zonder ouders of andere volwassen begeleider. Deze week werden die aantallen bijgesteld: 14.000 minderjarigen, van wie 8600 zonder begeleider.

De Italiaanse afdeling van Save the Children heeft ook een Facebook-pagina opgezet (vrijwel helemaal in het Italiaans). Berekets reis, heet die. Hierop wordt een fictieve reis beschreven van een jongen van vijftien die twee jaar geleden is gevlucht uit Eritrea omdat hij de vrijwel levenslange dienstplicht daar wilde vermijden. Hij probeert familie in Hamburg te bereiken. Zijn ‘ervaringen’, met veel details beschreven, zijn gebaseerd op de verhalen van tientallen anderen die deze of een vergelijkbare reis hebben gemaakt, vanuit Ethiopië, Egypte, Soedan of Libië. Eind vorige maand werd het verhaal afgerond met Berekets aankomst in Hamburg. Vergeet niet, werd geschreven in een update twee dagen later, dat het in het echt heel vaak niet goed afloopt.

De vluchtelingenstroom zorgt ook voor werk

Een Italiaanse vrouw komt langs op de kade om te zien of er voor haar nog werk is. Ze vertelt dat ze vloeiend Arabisch spreekt, en ook Frans en Engels (dat Frans valt trouwens wel mee). Ze klampt iedereen aan, maar er zijn al mensen genoeg die kunnen tolken.

Ironisch genoeg zorgt de vluchtelingenstroom ook voor werkgelegenheid op Sicilië, waar de banen schaars zijn. De burgemeester van Pozzallo onderstreept dat hij niet per se minder mensen wil helpen, maar méér geld wil krijgen om méér mensen te kunnen helpen. Iedere vluchteling krijgt bij aankomst een soort noodpakket met eerste behoeftes: kleren, ondergoed, tandpasta, een telefoonkaart. Dat pakket wordt voor vijftien euro per persoon geleverd door een Siciliaans bedrijf. Hetzelfde geldt voor de maaltijden: vijftien euro voor ontbijt, lunch en diner. En in het opvangcentrum in Pozzallo werken tachtig mensen. Een plaatselijke lerares, Rosaria Giudice, die ook naar de kade is gekomen omdat ze freelancet als journalist, zegt: “Dat is het enige positieve aan deze stroom, dat er hier tenminste voor een paar maanden werk is.”

In Pozzallo gebeurt alleen de eerste opvang. De asielzoekers worden daarna met charters van het nabijgelegen Comiso overgebracht naar centra voor langduriger verblijf op het Italiaanse vasteland.

De Syriërs hebben stapels bankbiljetten

Onder de duizenden mensen die naar Italië komen, zijn iedere maand honderden vluchtelingen uit Syrië.

Het eerdergenoemde rapport van Save the Children over Syrië:
A sudden upsurge in Syrian arrivals occurred in July 2013, when more Syrians (689) came to Italy by sea than had arrived during the whole of 2012. […] This trend continued for several months, with the highest increase of Syrian arrivals occurring between August and October 2013. During these three months, 9,365 Syrian migrants disembarked on the Italian coasts, of whom 1,405 were children. September 2013 saw the highest peak of Syrians arriving, with 4,105 new arrivals, including 805 women and 1,405 children. That month, Syrian nationals represented almost half of the total number (8,859) of migrants who arrived by sea. […] The number of Syrians arriving by sea decreased after October 2013, a month marked by two major tragedies at sea. The boat which capsized on the 11th October was transporting hundreds of Syrian migrants, including many families and children […]. Between November 2013 to March 2014, an average of 385 new Syrian migrants arrived on the Italian coasts every month.

De Syrische vluchtelingen weigeren bijna zonder uitzondering zich te registeren en hun vingerafdrukken te geven – daardoor zouden ze politiek asiel moeten aanvragen in Italië. De Italiaanse politie laat dat zonder veel problemen gebeuren, want ze hebben vaak genoeg geld om verder te reizen. “De Syriërs hebben vaak hele stapels met bankbiljetten bij zich”, zegt burgemeester Ammatuna. “Dat probleem lost zichzelf op.”

Wat doen ze? Vanuit de verschillende opvangcentra op Sicilië reizen ze naar Catania, volgens sommigen berichten zelfs met een taxi. Van daaruit gaat het gezamenlijk verder. De meest geliefde bestemmingen: Duitsland en Zweden. Vóór de dag op de kade in Pozzallo had ik ze zien staan voor het loket op het station van Catania. Groepen Syriërs die staan te dringen voor het loket. Ze willen naar Milaan: 104 euro enkele reis voor een volwassene, forse kortingen voor groepsreizen en kinderen. Ondertussen discussiëren ze over de vraag waar het beter is: Duitsland (veel werk!) of Zweden (1.200 euro en een huis!). En, vragen ze, hoe is het eigenlijk in Nederland?

De Eritreeërs weigeren een vingerafdruk

Behalve de vluchtelingen uit Syrië weigeren ook die uit Eritrea vaak collectief om zich te laten identificeren, vertellen hulpverleners op de kade. Een vrouw die jaren geleden uit Eritrea is gevlucht en nu voor Artsen zonder Grenzen werkt, maar haar naam niet wil geven, zegt: “Die hebben allemaal met elkaar gebeld. Ze weten precies wat ze moeten doen om een asielaanvraag in Italië te vermijden, zodat ze dat in een ander land kunnen proberen.”

In Pozzallo is de politie in het verleden hard opgetreden om ze te dwingen vingerafdrukken af te geven. De voor dit gebied bevoegde rechter bepaalde dat het niet in strijd met de wet is om met geweld identificatie af te dwingen. Maar andere Siciliaanse rechters zijn hier niet in meegegaan. Een politieagent uit het groepje dat naar de kade is gekomen, vertelt: “We praten lang op hen in, proberen hen over te halen hun vingerafdrukken te geven. Maar nee, we gebruiken hierbij geen geweld. Over het verleden wil hij niets zeggen.

‘Italianen kunnen niet als enigen de prijs betalen’

De burgemeester, de prefect en veel reddingswerkers op de kade in Pozzallo, ze zeggen allemaal dat Europa meer zou moeten helpen. Ook in Rome is dat vaak te horen. Premier Matteo Renzi wil hier een speerpunt van maken, nu Italië voorzitter is van de Raad van Ministers: “Het is niet genoeg om een gemeenschappelijke munt, een gemeenschappelijke voorzitter of een gemeenschappelijk financieringsbron. Óf we accepteren het idee dat we een gemeenschappelijke bestemming en waarden hebben… of we brengen de rol van Europa zelf in gevaar.”

Minister van de Binnenlandse Zaken, Angelino Alfano, zegt: “Wij kunnen niet als enigen de prijs betalen voor de instabiliteit in Libië en evenmin kunnen we eeuwig doorgaan met Mare Nostrum.”

1 juli: een boot van de marine met 566 migranten aan boord komt aan in Pozzallo. Foto EPA / Andrea Scarfo

Italië heeft in essentie twee verzoeken aan Brussel en de andere lidstaten van de EU.

Ten eerste: nieuwe afspraken over asiel. In 2003 is overeenstemming bereikt over de zogeheten Dublin-II-verordening. Daarin staat, grofweg, dat vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het land waar ze de Europese Unie binnenkomen. Italië vindt dat er daardoor onevenredig veel druk op het land komt te liggen. Prefect Vardè hierover: “De meeste mensen die hier de Europese Unie binnenkomen, willen niet in Italië blijven, maar doorreizen naar andere landen. Daar hebben ze vaak familie of vrienden, en daarom is het voor hen vaak makkelijker daar werk te vinden en een nieuw leven op te bouwen.”

Ten tweede: meer hulp bij de patrouilles. Dat zou op twee manieren kunnen: door directe deelname van individuele landen aan de patrouilles, of door uitbreiding van de middelen en mogelijkheden van Frontex. De naam staat voor het Franse Frontières extérieures, buitengrenzen. De Europese agentschap is sinds 2005 actief en biedt vooral technische en organisatorische hulp. Italië zou graag zien dat Frontex ook zelf veel meer gaat patrouilleren. Daarnaast zou het zinvol zijn, vinden de Italianen, om het hoofdkwartier te verplaatsen van Warschau naar een van de Zuid-Europese landen. Woensdag heeft Alfano een eerste succes geboekt: Eurocommissaris Malmström zegde Europese hulp toe. Alfano zei dat dit een soort Frontex Plus moet worden die in plaats moet komen van Mare Nostrum. Maar de komende dagen moet over de invulling ervan worden gesproken met andere EU-lidstaten. En hoewel Frankrijk al hulp heeft toegezegd, is duidelijk dat andere landen niet staan te springen om deel te nemen aan de patrouilles tussen Libië en Italië.

De aankomst

Vele uren zijn er verstreken sinds de eerste melding dat er een schip met vluchtelingen aan zou komen. Het is donker geworden op de kade in Pozzallo. Honderd meter verder schepen automobilisten zich in op de grote katamaran-veerboot naar Malta (foto links). Op de kade zijn drie lijkkisten neergezet voor de drie doden (foto midden). Even later vaart een boot van de kustwacht de haven in met op de voorplecht de drie stoffelijke overschotten, in grote plastic zakken. Met vereende krachten worden die de kade op getild (foto rechts).

De aankomst in Pozzallo. Foto’s Marc Leijendekker

Het wordt later, en leger, op de kade. Een aantal hulpverleners moet naar huis, uitgeput. Velen van hen hebben de vorige nacht en aan het begin van de middag ook al twee ladingen bootvluchtelingen opgevangen. En dan, eindelijk, komen tegen middernacht de vluchtelingen, ongeveer honderd mannen. De politie verzoekt ons geen foto’s te maken.

De vluchtelingen zien eruit zoals ze er steeds uitzien: sommigen moe of verward, anderen uitgelaten en gretig. Na een eerste snelle medische controle, op tbc en scabiës, worden ze naar het opvangcentrum gebracht. Daar zal de verdere controle en identificatie gebeuren. Maar het moet allemaal snel. Morgen wordt er weer een boot verwacht.