Das war einmal, met veel plezier

Dit is ’m dan. Mijn laatste stukje. Het begon bijna vier jaar geleden met een eend en een fietspomp. Weinig lezers zullen dat weekend hun pekingeend met de haarföhn hebben staan drogen, maar ik had de smaak te pakken. De maandag daarop stond ik wijngaardslakken te plukken. Pas toen ze bij mij over het aanrecht kropen, sloeg ik een boek open. Wat bleek: eerst moeten ze drie dagen bieslook eten, dan drie dagen meel, dan moeten ze drie dagen vasten. Dan moeten ze gewassen en ontslijmd (levend in een mengsel van azijn en zout). Pas als je ze daarna urenlang stooft, kun je er iets mee. Dat stukje liet even op zich wachten. Ondertussen stonk de keuken.

Das war einmal. Ik heb deze stukjes met heel veel plezier geschreven. Ze waren bovenal een excuus om rare, soms megalomane, experimenten op touw te zetten en de aanschaf van absurd eenzijdig gereedschap te legitimeren.

Een bedankje is daarom wel op zijn plaats. Bedankt, dat u het elke week weer leuk vond om te lezen. Bedankt voor alle leuke reacties. En vooral bedankt aan Ruud van Ling. In november 2011 ontving ik van hem een brief. Foutloos getypt op een schrijfmachine. „Deze brief schrijf ik U als compliment. U bent de eerste culinaire columnist die de heersende zieligheidscultuur durft te doorbreken met Uw opmerking, dat paardenvlees eerlijk en heerlijk vlees is.” Dit was ver voor Piet de Leeuw, mind you. Van Ling zat al 55 jaar „in de paarden” en at regelmatig paardenvlees. Meneer Van Ling kon zich wel voorstellen dat ik „stormen van kritiek” over mij heen zou krijgen en stuurde mij daarom deze brief. Het was mijn eerste en tot nog toe enige stuks fanmail per post. Ik heb nooit teruggeschreven. Hoe langer het duurde, hoe hoger de drempel om dat alsnog te doen. Nu dan, op deze manier.

Wacht, geen recept vandaag? Nee. Als bedankje voor al die leuke reacties de afgelopen vier jaar, zeg ik: verwen uzelf, even geen gedoe in de keuken, ga eens lekker uit eten! Waar? Dat vertel ik u vanaf volgende week iedere zaterdag in NRC Lux.