Acteren met je oren

Twee acteurs, acht cellisten en een fluitist. Orkater brengt een Italiaanse detectivefilm op toneel. „Ik wil werken met mensen die een cello hebben ingeslikt”, zegt de regisseur.

Porgy Franssen (links) en Pierre Bokma in ‘Een pure formaliteit’. Acht cellisten en één fluitist geven het verbale duel van de acteurs extra betekenis. Foto Maurice Boyer

Wanneer is de schrijver precies in zijn buitenhuisje aangekomen? Was hij alleen of in gezelschap? Waar bevond hij zich op het moment dat vlakbij iemand werd gedood? Uiterst kalm legt de politiecommissaris, gespeeld door Porgy Franssen, op het politiebureau deze vragen voor aan de steeds nerveuzere schrijver (Pierre Bokma). De ondervraagde beroept zich op geheugenverlies: „Herinneringen, wie onthoudt die nou?”

Er lijkt sprake van een klassieke detective. Maar in de voorstelling Een pure formaliteit van Orkater krijgt het verbale duel van de acteurs een extra betekenis door het aandeel van acht cellisten en een blokfluitiste. De eclectische muziek is spannend, becommentarieert, maar draagt ook bij aan het gevoel van surrealisme en diep existentieel onbehagen. Bokma is in zijn rol voortdurend met de musici bezig, vraagt hun tevergeefs om zachter te spelen als hij een telefoontje wil plegen, en bedekt zijn oren als een onaangename pieptoon klinkt.

„De muziek verklankt wat de schrijver niet weet”, verklaart componist Micha Hamel. Namelijk: dat de schrijver zelfmoord heeft gepleegd, en zijn pistoolschot het startschot is van een spannende, filosofisch geladen voorstelling en reconstructie. Hamel: „Het grote onbekende waarnaar hij op zoek is, zit al in de muziek besloten. Hij is gevangen in een metafysisch vagevuur.”

Existentiële materie. Maar de zware thematiek heeft ook lichtvoetige momenten. En dat de muziek niet alleen broedend maar ook zeer meeslepend filmisch klinkt, verklaart Hamel door zijn levenslange fascinatie voor Ennio Morricone, de Italiaanse filmcomponist. „Toen ik dertien was, wilde ik Morricone worden.”

De tekst is bovendien op een film gebaseerd, zegt Hamel. „Ik heb een laatje, niet heel diep, waar ideeën in zitten die ik af en toe kan verwezenlijken. Ik wilde al jaren iets doen met de film Una pura formalità (van Giuseppe Tornatore, 1994, red.) Maar een opera kon het niet worden, want dan zit je de hele tijd naar een duet tussen een tenor en een bariton te luisteren. Een melodrama leek me wél mogelijk.

„Ik ben in mijn oeuvre al langer bezig om genres te hervormen, eerder componeerde ik een ‘tragische operette’. Ditmaal bedacht ik om het negentiende-eeuwse melodrama nieuw leven in te blazen: een door drama gedreven muziekstuk met gesproken én gezongen woord. De cello is vergelijkbaar met een mannenstem: zowel alt, tenor als bariton. Wat tussen de twee mannen gebeurt, krijgt zijn expressie in die instrumenten.”

De Vlaamse regisseur Sarah Moeremans ziet de tekst van Una pura formalità als een soort libretto waar de muziek nauw op aansluit. Acteurs en musici krijgen enige speling, soms loopt de muziek voor of achter, maar op cruciale momenten moet scherp geschakeld worden. Geen twee voorstellingen zullen exact hetzelfde zijn. Bovendien is Bokma voortdurend in strijd met de muziek. „Alsof zijn woorden nog niet zeggen wat de muziek over zijn lot wel al vertelt”, zegt ze.

Hoewel ze meestal niet met musici of partituren werkt, vindt Moeremans deze combinatie geslaagd. „Gesproken tekst lijkt weliswaar realistischer dan gezongen tekst. Maar ik vind theatertaal net zo kunstmatig als muziek uit een partituur. En daarmee ook net zo interessant. Psychologisch realisme is de dood in de pot. Wie puur realisme wil, gaat maar in een bushokje zitten en naar de wereld luisteren en kijken. Ik streef naar een kunstmatige muzikale taal, met zorgvuldig geplaatste accenten. Acteren doe je met je oren. Ik wil werken met mensen die een cello hebben ingeslikt.”

Met Franssen en Bokma zit dat wel goed. Muzikaal getimed is de wijze waarop Franssen Bokma tot steeds grotere vertwijfeling brengt, als een rustige herhalende bas waarboven steeds wildere noten improviseren. „De musici zijn een soort speurhonden van de politie”, zegt Franssen over de prominent opgestelde cellisten. De acteur heeft veel ervaring met muziektheater. „De aanwezigheid van musici in een voorstelling stelt je de prangende vraag: wat is muziektheater? Wat voegt de muziek toe? Niet hoeven verantwoorden waaróm er musici in je voorstelling zitten, dat is het mooist haalbare.”

Muziektheater is voor componist Hamel een rechtvaardiging om überhaupt noten te schrijven. Hij wil zijn muziek multidisciplinair toepassen. „Pure muziek schrijven als onderdeel van een klassiek concert, daar geloof ik niet meer in. Ik wil nieuwe vormen ontdekken, waarbij het eindproduct echt van mijzelf is maar ook van een hechte, liefst interdisciplinaire samenwerking.”

Voor theater ligt er nu ook een grote vraag, weet regisseur Moeremans. „Wat doen wij anders dan wat film kan? Herkenning en emotionele inleving? Daar is film veel beter in. Het aan de kaak stellen van actuele wereldproblematiek? Kijk dan liever documentaires. Theater moet de concurrentie met Hollywood of Tegenlicht niet aangaan. In een voorstelling zoals deze, waarin musici en acteurs de interactie aangaan en de kunstmatigheid juist benadrukt wordt, proberen wij de meerwaarde van ‘live’ theater recht te doen.”

Pierre Bokma vindt de nauwe interactie met de musici prachtig maar soms verwarrend. „Acht celli, het is me wat. De muziek volgt een mathematiek, terwijl ik gewend ben veel vrijer met het materiaal om te gaan. Ik probeer de muziek als een kledingstuk te dragen. De partituur heeft een wezenlijke rol. Het hart van de schrijver is na zijn dood gestopt, de rest werkt nog even door. Hij is muziek geworden.”

Wat Bokma betreft mag zo’n samenwerking vaker. „Straks sta ik weer in een ‘gewoon’ toneelstuk en denk ik, hier mag Micha Hamel wel een stukje bij componeren. Al moet het geen gewoonte worden.”

    • Floris Don