Zwarte baby toont Zeeuws geworstel met slavernij

Bram Kwekkeboom (links), Willem Schouten en Marit Stocker. Foto Lex de Meester

Fluisterend en poëtisch, met stemmen die nauwelijks hoorbaar zijn in de koepel van de Oostkerk in Middelburg: zo begint de voorstelling De Zwarte van Walcheren op het Zeeland Nazomerfestival. Het is een gewaagde openingsscène. Pas na een minuut of twintig komt er contour in het gefluister en gaat het over „reusachtige mannen”, „bijbelzwart” en „zwart als pek”. De Zeeuwse man en vrouw die de woorden uitspreken hebben zojuist, in de late zestiende eeuw, de eerste slaven in Middelburg gezien. Kort daarop bevalt de vrouw van een zwarte baby. Hiermee roept ze de schande over zichzelf en haar familie af.

De nieuwe toneeltekst van Herman van de Wijdeven past in de opzet van het jaarlijkse Zeeuwse theater- en muziekfestival dat voorstellingen geeft op bijzondere locaties. Gisteravond opende de in Groningen geboren cabaretier Freek de Jonge in de Abdij van Middelburg het festival met de stijlvolle monoloog Ben ik een Zeeuw? Hierin sloot hij aan bij de herdenking van de afschaffing van de slavernij, twee eeuwen geleden. Middelburg vervulde een sleutelrol in de mensenhandel.

Het stuk speelt zich af in verschillende tijden, vroeger en nu. Dwars door de kerk loopt een plankier dat het dek van een slavenschip verbeeldt. Een oude man (Bram Kwekkeboom) is het geweten van de vrouw, vertolkt door Marit Stocker. Haar verloofde (Willem Schouten) gruwt van het idee dat zij bevallen is van dat pekzwarte slavenkindje en zint op wraak. Zij wiegt het in een opmerkelijk hedendaagse kinderwagen, maar ze kan een noodlottige gebeurtenis niet voorkomen.

Regisseur Stefan Perceval wringt De Zwarte van Walcheren in een keurslijf van een anti-dramatisch stemmenspel. De drie spelers richten nauwelijks het woord tot elkaar. Ze spreken de abstracte tekst vol herhalingen voor zich uit, alsof tegenspel onbelangrijk is. Hoe historisch belangwekkend en maatschappelijk beladen het onderwerp ook is, de voorstelling is losgezongen van elke realiteit. Dat is een bewuste keuze, maar het haalt helaas de noodzaak weg om juist dit verhaal over een omstreden onderwerp te vertellen. Op de achtergrond klinkt een dreigende soundscape. Dat de fraaie koepelkerk plaats van handeling is, krijgt niet echt betekenis.

Het is vooral Marit Stocker als de vrouw die het drama moet dragen; dat doet ze sterk. Maar in haar mooi gespeelde strijd om aanvaarding van het zwarte kind in een benauwende leefgemeenschap staat ze wel erg alleen.

    • Kester Freriks