Vijf dingen die je kunt leren van Silicon Valley

Foto iStock

Silicon Valley, het walhalla voor techondernemers, bruist van de ambitie en ondernemersdrift. Deze  Nederlanders gingen erheen om hun geluk te beproeven:  Valentin Khechinashvili (oprichter WebMedic), Anke Huiskes (marketing manager bij Pebble) en Dirk de Kok (oprichter Mobtest). Dit is wat zij hebben geleerd van de Amerikanen.

1. Werk keihard

Amerikanen staan sowieso bekend om hun lange werkdagen en geringe hoeveelheid vakantiedagen, maar in Silicon Valley is hard werken helemaal de norm. Anke Huiskes: “De mensen zijn hier intrinsiek gemotiveerd om iets gedaan te krijgen. Niet voor de baas, maar voor zichzelf. Programmeurs kunnen nachten doorwerken omdat ze een vette tool hebben ontdekt.” Valentin Khechinashvili: “Als je in Nederland een paar dagen overwerkt of periodes alleen maar met werk bezig bent gaan mensen zich ermee bemoeien of zich zorgen maken. Hier oordeelt niemand daarover, mag je zelf weten hoe hard je werkt.”

2. Falen hoort erbij

Gaat je bedrijf in Nederland failliet dan is dat meer iets om je voor te schamen dan om trots op te zijn. Dan wordt het extra lastig om voor je volgende bedrijf investeerders te vinden die er nog in geloven. In Silicon Valley zijn een paar geflopte bedrijven juist het bewijs dat je een doortastende ondernemer bent. Je hebt ervaring opgedaan, dingen geleerd en hebt lef. Dirk de Kok: “Ook investeerders weten dat van de twintig bedrijven waar ze in investeren, er negentien floppen. Dat is de insteek waarmee iedereen aan de slag gaat. Iets proberen, falen, en opnieuw proberen.” Khechinashvili: “Het is belangrijk om de band met investeerders goed te houden. Lukt je ene bedrijf niet, dan ga je vol moed weer met een nieuwe start-up bezig.”

3. Netwerken: Wees zo open mogelijk

Een briljant idee voor een start-up? In Amerika deel je dat met zoveel mogelijk mensen. De Kok: “In Nederland is dat echt zo bizar: mensen doen altijd geheimzinnig, laten je zelfs geheimhoudclausules ondertekenen. In Silicon Valley praat iedereen erover, want dan kunnen mensen met je meedenken en je introduceren bij anderen in hun netwerk die handig voor je zijn.” De kans dat ze je idee stelen en opeens je concurrent worden is verwaarloosbaar klein. De Kok: “Iedereen is bezig met een eigen idee waar ze in geloven. Opeens hun eigen project laten vallen is zonde van hun energie en kost te veel tijd.”

4. Denk groot

De Kok: “Het hele systeem is erop gebaseerd om een kleine start-up uiteindelijk minimaal 100 miljard euro waard te laten worden.” Je vertelt dus niet aan investeerders dat je ‘wellicht, misschien, ooit’ wilt uitbreiden. Nee: vandaag ben je nog klein, morgen ben je al gegroeid en over een jaar heb je de wereld veroverd. Geloof je daar zelf al niet in, waarom zouden investeerders dan geld in je willen steken? Dus bedenk al bij het begin waar je over een paar jaar wilt zijn. Hoeveel geld je bedrijf dan waard is en welk miljardenbedrijf (Facebook? Google?) jou uiteindelijk dolgraag wil kopen: de zogeheten ‘exitstrategie’.

5. Wees pro-actief

Hoe bijzonder je jezelf ook zult vinden, in Silicon Valley zullen er sowieso mensen met dezelfde ideeën rondlopen. Je zit er met duizenden ambitieuze concurrenten. Tussen al die mensen moet jij opvallen, dus heb een praatje klaar waarom jij interessant bent. Huiskes: “Het komt niet naar jezelf toe, je kunt hier niet wachten tot je wordt ontdekt. Ga koffie drinken met mensen die je bewondert, loop rond op evenementen en spreek mensen aan.” De Kok: “Ik heb mezelf moeten leren in de etalage te zetten, laten zien dat ik significant beter was. Dus ik ben actief op zoek gegaan naar jury’s waar ik in kon zitten als panellid en ben adviezen gaan geven aan beginnende bedrijven.”

    • Charlotte van ’t Wout