Verosol broedt op zijn wedergeboorte

Verosol, een spin-off van scheepsbouwer Verolme, kruipt met ‘zenuwslopend geduld’ uit de verliezen. „We moeten niet te snel willen groeien.”

Bestuursvoorzitter Bas Ambachtsheer (links) en directeurJan-Joost Bosman van Verosol.

In een hoek van de fabriek van zonweringsfabrikant Verosol in Eibergen staat een hoogvacuümketel uit de jaren zestig. Er zit een prachtig gestileerd naamplaatje van scheepsbouwer Verolme op. De machine is een erfstuk: toen Verolme in 1983 failliet ging, stond er nog een rekening open bij textielproducent Blydenstein-Willink, zoals Verosol toen nog heette, die onder meer werd vereffend met de vacuümketel.

De ketel is na een halve eeuw nog altijd een belangrijk onderdeel van Verosol. Hierin wordt een aluminiumlaagje aangebracht op enorme rollen textiel die worden verwerkt tot zonwerende rolgordijnen. „Maar we maken er ook binnendoek voor heteluchtballonnen in en gemetalliseerd textiel voor sportschoenen”, vertelt directeur Jan-Joost Bosman van Verosol Nederland.

Bosman werd samen met bestuursvoorzitter Bas Ambachtsheer door de nieuwe grootaandeelhouder Wagram aangetrokken om orde op zaken te stellen bij het Gelderse bedrijf. „Ik had me nog nooit in rolgordijnen verdiept”, bekent Ambachtsheer, die tot vorig jaar bij Stork en installatiebedrijf Cofely werkte. „Maar ik was veertig geworden en het idee om te gaan ondernemen, trok me wel, net als het idee om bezig te zijn met een duurzaam product. Als ik nu op een feestje vertel dat ik ‘in de rolgordijnen’ zit, heb ik meteen aandacht.”

De veranderingen waren „hard nodig”, zegt Ambachtsheer. „Verosol heeft de afgelopen jaren forse verliezen geleden. Door de crisis is de omzet met 30 procent gedaald.” Het bedrijf stond er slecht voor, aldus Ambachtsheer en Bosman, die beiden minderheidsaandeelhouder zijn.

Het was een in zichzelf gekeerd bedrijf met weinig contacten en verwaarloosde marketing, vertellen ze. Bosman, die tot 2012 bij L’Oréal werkte: „Er zat niet eens een naamsticker op de producten”. Ambachtsheer: „Terwijl de tijd dat orders vanzelf binnenkwamen toch echt voorbij was.”

Dun laagje aluminium

Verosol teerde geruime tijd op een innovatie uit 2005, Silverscreen gehete: doek met een heel dun laagje aluminium dat zonlicht zeer sterk reflecteert en geen hinderlijke spiegeling op beeldschermen veroorzaakt. Ambachtsheer: „In de markt is dit product inmiddels niet zo nieuw meer, dus sinds een jaar zijn we druk bezig met innovaties.”

Zo wordt voor landen als Brazilië en Australië dichter doek geweven, omdat de zon er feller schijnt. Voor hotels en andere gebouwen met presentatiezalen gaat Verosol gemetalliseerde, vlamvertragende verduisteringsgordijnen fabriceren. „Het is de kunst om die heel dun te maken, in plaats van dik en zwaar.”

Het bedrijf richt zich ook op automatisering van zonwering via zonnecellen. „Veel handiger dan wanneer je van alles moet openbreken om bekabeling aan te leggen”, aldus Ambachtsheer. „En je bespaart op elektriciteit. Volgens TNO kost niet-geautomatiseerde zonwering meer dan het opbrengt.”

Kostenbesparing en duurzaamheid zijn belangrijke marketingaspecten voor Verosol, dat vorig jaar ruim een miljoen euro verlies leed en in de afgelopen jaren circa vijftig werknemers ontsloeg. Het bedrijf heeft berekend dat zijn gemetalliseerde gordijnen bijna 80 procent van het zonlicht weerkaatsen, waardoor 5 tot 10 procent kan worden gespaard op de energie, grotendeels door beperkter gebruik van airconditioning.

In de winter kan worden bespaard op verwarming doordat het gordijn warmte binnenhoudt. Ambachtsheer: „Het is echt missionarissenwerk om potentiële klanten ervan te overtuigen dat onze binnenzonwering een goed alternatief is voor airco. Het is goedkoper in aanschaf, installatie en onderhoud. Maar het idee dat alleen airco goed koelt, is in veel warme landen zó ingebakken. Daarom voeren we veel gesprekken met architecten en interieurontwerpers. Zij staan aan de basis van de inrichting van een gebouw.”

Onder meer in Californië had Verosol succes: de overheid daar heeft voorgeschreven dat elk te renoveren schoolgebouw moet worden voorzien van Verosol-zonwering. „Om te beginnen gaat het om 35 scholen”, aldus Ambachtsheer.

Particuliere en zakelijke markt

Het bedrijf richt zich puur op functionaliteit. „Niet op decoratie”, aldus Bosman. „Dan moet je telkens nieuwe modes volgen en veel voorraad hebben. Wie een keukengordijn met kwastjes wil en wil kunnen kiezen uit honderd kleuren, moet niet bij ons zijn.”

Verosol heeft daarentegen wel grote klanten in de zakelijke sector: een flink deel van de Zuidas is voorzien van zonwering uit Eibergen, evenals het hoofdkantoor van KPMG in Amstelveen, het voormalige hoofdkantoor van ING en het stadskantoor in Utrecht. Het financiële resultaat verbetert: op twee van de drie markten (Spanje en de Benelux) groeit het bedrijf weer en in Australië is het dieptepunt bereikt. Dit jaar hoopt het bedrijf 1 tot 1,5 ton winst te maken.

Het streven is om stapje voor stapje voet aan de grond te krijgen in nieuwe markten en de omzet autonoom te laten groeien tot pakweg 40 miljoen euro per jaar. Ambachtsheer: „Dat wordt een zenuwslopend geduldwerkje. We moeten niet te snel willen groeien, maar ons eerst goed settelen in een markt alvorens het volgende land te veroveren. Dus goede marketeers en verkopers aantrekken, dealers goed opleiden, zorgen dat de brochures op orde zijn.”

In februari worden alle innovaties gepresenteerd op een grote beurs in Stuttgart in Duitsland. Volgens beide directeuren een cruciaal moment: „Dat moet de wedergeboorte van Verosol worden.”

    • Rien Zilvold
    • Friederike de Raat