Venetië is beter af zonder Italië

In Venetië broedt een groeiende groep patriotten op een vrije en onafhankelijke staat. Voorlopig begint hun verzet tegen ‘bezettingsmacht Italië’ bij de belastingen.

FOTO anp

Duiven en souvenirverkopers scharrelen tussen drommen bezoekers. Gidsen leiden hun reisgezelschap zwaaiend met vlaggetjes naar het volgende fotomoment. Op de terrasjes rond het San Marco-plein zijn nog een paar tafels vrij om à 8 euro een espresso te kunnen bestellen. Doorsnee drukte op de belangrijkste trekpleister van Venetië, zo lijkt het.

Maar schijn bedriegt. Het had niet veel gescheeld of de toeristenmassa had een veel minder alledaags beeld kunnen aanschouwen. Dat van een tot legertank omgebouwde bulldozer die het historische plein opstoomt. En van separatisten die, zwaaiend met de Venetiaanse vlag, afscheiding van Italië uitroepen.

Dit stelde afgelopen april althans de Italiaanse politie, nadat ze bij een grootscheepse actie twee dozijn personen oppakte. De activisten voor een eigen Venetiaanse staat zouden gewapenderhand de onafhankelijkheid hebben willen uitroepen. Volgens de carabinieri vormden ze een criminele organisatie en wilden ze wapens inslaan bij de Albanese maffia. Ze zouden schuldig zijn aan terrorisme en poging tot omverwerping van het democratische systeem.

Verdenking

Die forse verdenking hield geen stand voor de rechter. Twee weken later waren 22 van de arrestanten alweer vrij. Een paar zaten nog iets langer vast, omdat ze als zelfverklaarde ‘politiek gevangenen’ niet wilden meewerken aan hun juridische procedure.

Toch broeit er iets in Veneto. De globalisering en de crisis wakkeren een al langer sluimerende onvrede aan over de Italiaanse staat. Voorstanders van afscheiding roeren zich luider. Net als in bijvoorbeeld Catalonië, Schotland en Vlaanderen bepleiten ze dat ze beter af zouden zijn in een eigen nieuwe natiestaat. Het Schotse referendum over afsplitsing van het Verenigd Koninkrijk, half september, wordt hier met buitengewone aandacht gevolgd.

Het separatisme is niet nieuw. Zo werd in mei 1997 met een eigengemaakte ‘tank’ het San Marco-plein daadwerkelijk bestormd. De activisten kaapten een veerbootje in de lagune en reden zo het plein op. De politie confisqueerde het ding. Maar de separatisten kochten het enkele jaren geleden terug op een staatsveiling – als trofee. Recentelijk zetten ze er ook een 12mm-boordkanon op, al is dit volgens henzelf een ongevaarlijke pijp.

„De politie weet ook wel dat ze geen bewijs tegen ons had. Ze kwam alleen maar in actie om ons te laten schrikken. Maar dat is goed. Het betekent dat de staat bang voor ons is”, zegt Luca Chiavegato, een van de opgepakte activisten. „Ze hebben ons allemaal maandenlang afgeluisterd, maar omdat we onderling Venetiaans spreken en er bij de politie alleen maar zuiderlingen werken, hebben ze niet begrepen dat we maar een beetje dolden.”

In een zaaltje van een snelweghotel net buiten Verona zijn Chiavegato en twee andere opgepakte ‘patriotten’ deze avond eregast op een bijeenkomst van Plebiscito.eu. Deze beweging organiseerde in maart een internetreferendum, waarbij volgens hen 89 procent van de 2,3 miljoen mensen voor afscheiding stemde. Opkomst en resultaat worden door Italiaanse media breed in twijfel getrokken. Maar voor de beweging volstond het om op 21 maart in de naast Venetië gelegen stad Treviso opnieuw de republiek uit te roepen.

Vanavond zijn ongeveer honderd geïnteresseerden komen opdagen, bijna allemaal mannen en kleine ondernemers. „Omdat de onafhankelijkheid door het establishment wordt doodgezwegen, zit Venetië nu in een overgangsfase”, legt voorman Gianluca Busato uit.

Om de druk op Rome op te voeren bepleit de beweging ‘fiscale ongehoorzaamheid’ – een concept dat gekopieerd is van Gandhi. „Het is illegitiem om belasting te betalen aan een buitenlandse macht. Als we daarmee stoppen, kunnen we de toch al slechte financiële reputatie van Italië echt de nekslag geven.”

Een volgende spreker is belastingspecialist. Hij legt gedetailleerd uit hoe het mogelijk is bij de fiscus bezwaar aan te tekenen en voorlopig uitstel van betaling te krijgen. „Je kan betaling zo met gemak drie tot vier jaar rekken.” De ondernemers in de zaal luisteren aandachtig, maar ze stellen ook kritische vragen. Bijvoorbeeld over de rente die bij een naheffing zou worden gerekend. Het antwoord is luchthartig. „Daar hoef je je geen zorgen over te maken. Als we dit met tienduizenden doen, zijn we tegen die tijd allang onafhankelijk.”

Eenmanszaak

Een van de aanwezigen is Alessandro Zerbinato, een handelaar in offsetprinters. De afgelopen jaren is zijn eenmanszaak steeds hogere belastingen gaan betalen. Geld dat hij verspild ziet worden door „de politieke kaste” in Rome en de mezzogiorno, de zuidelijke, arme helft van het land. „Dat heeft daar een cultuur van afhankelijkheid gecreëerd waar ze zelf ook niet beter van worden.” Zo las hij laatst in de krant dat in het zuiden vrouwen drie keer zo vaak met een keizersnee bevallen. „Helemaal niet nodig, ongezond zelfs, maar het ziekenhuis kan dan meer in rekening brengen.”

Dit economische argument – ‘Rome en het zuiden bestelen ons’ – heeft een belangrijke rol in het nationalistisch discours. Maar ook taal, historie en identiteit spelen mee. Veneto veranderde de afgelopen half eeuw drastisch. Sinds de jaren zeventig maakte de regio een sterke economische ontwikkeling door. Van een armere plattelandregio groeide ze uit tot de op twee na rijkste streek van het land. Sinds de eenwording van Italië, halverwege de 19de eeuw, emigreerden ruim drie miljoen inwoners. Maar de afgelopen decennia trokken migranten juist naar de regio toe.

De regionationalistische partij Lega Nord combineert haar strijd voor meer zelfbestuur dan ook met felle anti-migratiestandpunten en soms ronduit xenofobe retoriek. Dit blijkt bijvoorbeeld als een deel van het Plebiscito-gezelschap aan tafel gaat voor een laat diner.

Ook Franco Rocchetta, die in april eveneens werd opgepakt bij de politieactie, schuift aan. De kalende zestiger in sjofel ribfluwelen pak geldt als aartsvader van het Venetiaanse nationalisme. In 1979 was hij een van de oprichters van de Lega Veneta, die later opging in de Lega Nord. In 1994 raakte hij echter in onmin met toenmalig partijleider Úmberto Bossi en ging zijn eigen weg.

De groep eters wordt bediend door Valentina, een Roemeense. Rocchetta weigert Italiaans met haar te praten. Hij prefereert Venetiaans, de regiotaal, die volgens de UNESCO als ‘bedreigd’ geldt en nog door circa 3,9 miljoen mensen wordt gesproken. Dit begrijpt de serveerster niet, waarop Rocchetta probeert zijn pizza in steenkolen-Roemeens te bestellen. Weer geen succes, waarop hij met grote tegenzin alsnog in het Italiaans bestelt. „Ze spreekt de taal van de bezetter en ze heeft het zelf niet eens door”, verklaart hij.

Venetiaanse kwestie

Volgens opiniepeilingen is een meerderheid van de 4,8 miljoen inwoners van Veneto voor onafhankelijkheid. Regiopresident Luca Zaia (Lega Nord) beloofde na de webpeiling een tweede, ‘echt’ referendum. „We kregen geen autonomie, dus probeerden we het pad van federalisme. Dat werd ons ontzegd, dus vragen we nu om onafhankelijkheid.” Minister van Binnenlandse Zaken Alfano (centrumrechts en geen regionationalist) liet zich ontglippen dat „er een Venetiaanse kwestie is”.

Boekhandelaar Luigi Frizzo stemde in de webpeiling voor afscheiding. Zijn winkel in Venetië is een aangename chaos met gondels als boekenkasten. Hier en daar heeft hij een Venetiaanse vlag over de boeken gedrapeerd. Hij merkt dat de onafhankelijkheidskwestie meer mensen begint te interesseren. „Ook mensen van links en zuiderlingen die hier al jaren wonen.”

Paolo, een ondernemer uit Padova, heeft in de winkel net een nationalistisch getinte roman over de Franse inval van de republiek gekocht. Hij stemde niet, zegt hij. „Als je het doet, moet je het goed doen. Maar als er een legitiem referendum komt, zou ik ‘ja’ stemmen.” Volgens hem is het vanzelfsprekend dat zo’n nieuwe staat de Europese Unie niet uit hoeft, waar tegenstanders voor waarschuwen. „Wie kan zich een Europa voorstellen zonder Barcelona of Venetië?”

    • Merijn de Waal