. Stay-at-home-moms versus carrièrevrouwen

Voor het werk naar het buitenland. Leuk, maar hoe doe je dat, een nieuw bestaan opbouwen?

In Nederland begint menig gesprekje met de vraag: wat doe je? In deze eerste weken in Warschau valt me op dat je als buitenlander altijd de vraag krijgt: waarom ben je hier? Het zou de waarheid geen recht doen als ik als reden opgeef: om te schrijven. En wie vergeetachtig is, moet niet te vaak jokken. Dus wijs ik naar mijn vrouw, de diplomaat. „Zij werkt hier op de ambassade.”

Zoals altijd kent eerlijkheid een keerzijde. Mijn antwoord blijkt ervoor te zorgen dat ik steevast naar een partner wordt gedirigeerd, subtiel maar subiet.

Tot nu toe bleken dat altijd vrouwen, hoogopgeleid maar zonder baan. Ze praten graag over de voordelen van de buurt waarin ze wonen en de scholen die hun kinderen bezoeken. Meestal in slagzinnen, want wie intelligent is en telkens hetzelfde gesprekje voert, krijgt handigheid in formuleren. De gezichtsuitdrukkingen die bij de mededelingen komen, lijken ingesleten.

Gisteren besefte ik dat het anders moet; ik moet niet meer voortdurend naar mijn vrouw wijzen. Terwijl zij een ogenschijnlijk interessant en geanimeerd gesprek voerde over recente Poolse politiek, belandde ik naast een slanke, Duitse vrouw die je niet kunt voorstellen zonder SUV met de allerveiligste kinderzitjes. Omdat ik geen zin meer had in een gesprekje over buurten en scholen en toch voorkomend wilde zijn (je bent niet voor niets getrouwd met een diplomaat) pakte ik een visitekaartje uit mijn portemonnee: „Alleen het mobiele nummer klopt nog.” Zij excuseerde zich. Ze had geen kaartje, zei ze: „Ik ben minister van Familieaangelegenheden”.

Mijn God, die was wel heel erg. Misschien wel erger dan de huisvrouw die zei dat ze ‘een baan had zonder vakantiedagen’.

In de auto terug naar ons tijdelijke appartement herhaalde ik de opmerking van de Duitse vrouw. Om je te bescheuren toch? Mijn vrouw zei dat het een bekende was. „Moet je maar eens gaan googlen, daar heb je nu de tijd voor toch?”

Googlen bracht me in een discussie als een gigantisch bos met veelal dezelfde bomen. Vooral de SAHM’s, de ‘stay-at-home-moms’, hakken keihard in op de ‘carrièrevrouwen’; de argumenten mogen bekend zijn. Die carrièrevrouwen antwoorden af en toe met een sneer, waarop de SAHM’s weer gigabytes lang doorgaan. Een betaalde baan, zeggen ze, zou „één grote vakantie” voor ze zijn.

Je wordt er niet vrolijk van: hier lijken vooral verongelijkte mensen aan het woord. En terwijl ik internetfora afstruinde vol vitriool en geweeklaag kon ik het niet laten te denken: hier hebben ze kennelijk wel de tijd voor.

Maar als je die gedachte uitspreekt, doe je mee. Dan ben je partij – en wat zegt het dat ik daar blijkbaar de tijd voor heb?