Nederlandse staat heeft geld terug van failliete bank Icesave

Zes jaar na het faillissement van de IJslandse internetspaarbank Icesave heeft Nederland het volledige bedrag van 1,4 miljard euro terug dat de staat beschikbaar had gesteld voor gedupeerde spaarders.

Dat maakte minister Dijsselbloem van Financiën (PvdA) vanochtend bekend. De staat had in de afgelopen jaren al 811 miljoen euro uit de failliete boedel uitgekeerd gekregen. De resterende vordering wordt nu voor 623 miljoen verkocht aan marktpartijen , waaronder Deutsche Bank. Op de financiële markten zijn vorderingen van failliete boedels gebruikelijke handelswaar. De gebruikelijke korting op de vordering voor de kopers wordt betaald uit koerswinsten uit de eerdere terugbetaling.

Toen internetspaarbank Icesave, dochter van de IJslandse bank Landsbanki, in oktober 2008 over de kop ging, stelde De Nederlandsche Bank (DNB) ruim 1,6 miljard beschikbaar om de Nederlandse klanten om spaartegoeden tot maximaal 100.000 euro te compenseren. Dat bedrag was voor ruim 1,4 miljard door de staat betaald, de rest kwam van Nederlandse banken. Ook hun vordering, ruim 200 miljoen, is nu door DNB verkocht.

De uiteindelijk opgehaalde 1,4 miljard betreft de hoofdsom van de uitkering van 2008 en 2009. Nederland meent nog aanspraak te kunnen maken op gederfde rente-inkomsten en gemaakte juridische kosten. Om die geschatte 100 miljoen euro heeft DNB eerder dit jaar een rechtszaak aangespannen tegen IJsland.

De opbrengst van ruim 600 miljoen heeft geen invloed op de huidige begrotingsonderhandelingen. Dijsselbloem maakte bekend dat de opbrengst ten goede komt aan de verlaging van de staatsschuld.

Enkele lokale overheden, waaronder de provincie Noord-Holland en de gemeente Amstelveen, hebben nog altijd vorderingen bij de Landsbanki uitstaan. Zij hadden oorspronkelijk 170 miljoen euro uitstaan.