Levenseindekliniek opnieuw ‘onzorgvuldig’

Voor de tweede keer in korte tijd is de Levenseindekliniek onzorgvuldigheid verweten bij het inwilligen van een euthanasieverzoek.

De Levenseindekliniek is opnieuw op de vingers getikt wegens het onzorgvuldig uitvoeren van euthanasie op een 86-jarige vrouw. Dat oordeelt de toetsingscommissie euthanasie. De commissie plaatst vraagtekens bij de wilsbekwaamheid en de ondraaglijkheid van het lijden van de vrouw en vindt de euthanasie „onvoldoende” onderbouwd.

De vrouw had in een eerste wilsverklaring twintig jaar geleden laten vastleggen dat ze euthanasie wilde bij beginnende dementie, afhankelijkheid van anderen en zodra ze blijvend in een verpleeghuis zou moeten worden opgenomen. Ze benoemde haar kinderen tot gemachtigden. Na een tweede hersenbloeding kon ze niet meer goed communiceren. Ze belandde in een rolstoel en werd opgenomen in een verpleegtehuis. Toen de verpleeghuisartsen euthanasie weigerden, zocht een van haar kinderen contact met de Levenseindekliniek.

De arts van de Levenseindekliniek had de patiënte twee keer bezocht voordat hij overging tot euthanasie. Hij vond de beoordeling van het verzoek een probleem doordat er geen communicatie mogelijk was met de vrouw. Of er sprake was van geestelijk lijden kon de arts niet achterhalen. De eigen huisarts van de vrouw bevestigde schriftelijk het bestaan van de wilsverklaring en dat de vrouw destijds met volle overtuiging en weloverwogen het verzoek opstelde. Die verklaring in combinatie met de gesprekken met de kinderen, zijn eigen bezoeken en de second opinion van de SCEN-arts, deden de arts van de Levenseindekliniek besluiten het verzoek in te willigen.

De toetsingscommissie schrijft dat de arts het ondraaglijk lijden onvoldoende heeft aangetoond. De twee bezoeken aan de vrouw waren „onvoldoende” en de commissie vindt dat de arts „zich in deze zeer complexe situatie onvoldoende tijd en inspanning heeft getroost om de ondraaglijkheid van het lijden van patiënte te onderbouwen”.

De Levenseindekliniek bestrijdt dat, zegt woordvoerder Koos van Wees vanochtend: „De arts vond wel degelijk dat er sprake was van ondraaglijk lijden. Alleen heeft hij daar de commissie kennelijk niet van kunnen overtuigen. In de wilsverklaring van de vrouw stond dat, als ze in deze situatie zou komen, dat voor haar ondraaglijk lijden zou betekenen.”

De Levenseindekliniek respecteert het oordeel van de commissie, maar is het er niet mee eens. Van Wees: „Wij staan nog steeds achter deze euthanasie. We gaan onderzoeken waarom de commissie tot een ander oordeel komt.”

Het is de tweede keer in vier maanden tijd dat de Levenseindekliniek op de vingers wordt getikt. In april oordeelde de toetsingscommissie dat de kliniek „onzorgvuldig” had gehandeld bij het verlenen van euthanasie aan een hoogbejaarde, depressieve vrouw. De kliniek bestaat uit een organisatie met teams van een arts en een verpleegkundige die overal in het land euthanasie uitvoeren wanneer patiënten geen gehoor vinden voor hun doodswens bij hun behandelend arts. Sinds de oprichting in 2012 is er door de Levenseindekliniek zo’n 250 keer euthanasie uitgevoerd.

Het commissieoordeel is verstuurd naar het Openbaar Ministerie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Die onderzoeken nu of er aanleiding is tot vervolgstappen.